Hiv-infectie

Inleiding

Een hiv-infectie is een besmetting met het humaan immuundeficiëntievirus (hiv-virus). Dit virus dringt het menselijk afweersysteem binnen en beschadigt dit. Hierdoor is het lichaam niet meer beschermd tegen verschillende infecties en ziekten. In een later stadium van de hivinfectie ontstaat de ziekte AIDS, een afkorting van acquired immuno deficiency syndrome. Aids werd voor het eerst ontdekt in 1981. Later werd aangetoond dat het veroorzaakt werd door het hiv-virus. De Afrikaanse landen beneden de Sahara hebben het meest te kampen met hiv, met jaarlijks meer dan 3 miljoen nieuwe infecties en 2,3 miljoen aidsdoden.

Oorzaak

De overdracht van hiv vindt plaats via besmette lichaamsvloeistoffen, zoals bloed, sperma en vaginaal vocht. Het virus verspreidt zich meestal door seksueel contact met een geïnfecteerd persoon, maar ook het gezamenlijk gebruiken van besmette spuiten en naalden kan maken dat iemand hiv krijgt. Het virus kan ook worden doorgegeven via een bloedtransfusie met besmet bloed. Zwangere vrouwen kunnen hun infectie doorgeven aan hun ongeboren kind en moeders kunnen de infectie ook via de moedermelk doorgeven aan hun baby.

Mensen met onbeschermde seksuele contacten (dat wil zeggen seks zonder condoom of een vergelijkbare bescherming), mensen met meerdere sekspartners en mensen die naalden delen voor het inspuiten van drugs, het maken van tatoeages of het zetten van piercings lopen een groter risico. Ook mensen die een infectie met een andere seksueel overdraagbare aandoening (soa) hebben, lopen grotere kans een hivinfectie te krijgen.

Verschijnselen

Veel mensen die besmet raken met hiv hebben in eerste instantie geen verschijnselen. Sommigen krijgen verschijnselen zoals koorts, hoofdpijn, lusteloosheid en vergrote lymfeknopen in de nek en de lies. Dit gebeurt meestal in de eerste 1 à 2 maanden na de besmetting. De meeste mensen hebben ook na meerdere jaren nog geen verschijnselen. Naarmate de tijd vordert, raakt het immuunsysteem verder verzwakt en wordt iemand gevoelig voor andere infecties. Het is belangrijk te weten dat een heel kleine groep mensen heel lang geen verschijnselen heeft en het virus toch kan doorgeven aan anderen. Het eindstadium van deze infectie is de ziekte aids.

Diagnose

Omdat de ziekte in een vroeg stadium meestal nog geen verschijnselen geeft, kan deze het best worden vastgesteld door een bloedonderzoek waarbij antilichamen tegen hiv worden opgespoord. Deze antistoffen komen meestal pas drie maanden na de infectie voor in het bloed van de besmette persoon. Meestal wordt HIV vastgesteld door middel van twee verschillende tests op antilichamen: ELISA en western blotting.

Behandeling

Door vroeg met een behandeling te beginnen kan de infectie worden afgeremd. Een hiv-infectie wordt behandeld met antiretrovirale geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen verlangzamen de verspreiding van hiv in het lichaam en maken dat infecties als gevolg van hiv later optreden. Er wordt ook gebruik gemaakt van protease-inhibitoren, middelen die voorkomen dat het hiv-virus zichzelf kan delen.

Goede voeding is voor patiënten met een hivinfectie van groot belang, omdat hiermee de ziekte kan worden beperkt. Bij een voedingstherapie wordt het voedingspatroon van de patiënt bepaald en beoordeeld, waar nodig aangepast en daarna geëvalueerd. In het ideale geval moet bij alle patiënten met hiv het voedingspatroon worden gecontroleerd en het dieet eventueel worden aangepast. Een deskundig diëtist kan helpen bij het opstellen van een individueel voedingsschema dat voldoende energie, eiwitten, vitamines en mineralen bevat.

Complicaties

De complicaties van een hivinfectie zijn de ernstige ziekteverschijnselen die optreden doordat het lichaam een verzwakt immuunsysteem heeft.

Er kunnen infecties ontstaan door de verminderde weerstand zoals candidiasis. Deze ziekte ontstaat door een infectie met een schimmel die Candida wordt genoemd. Candidiasis komt vaak voor op het oppervlak van de tong, in de slokdarm en bij de vrouw in de vagina.

Een andere veel voorkomende complicatie is besmetting met de tuberculose bacterie. Tuberculose (TBC) kan in alle delen van het lichaam voorkomen, maar tast meestal de longen aan. In veel ontwikkelingslanden is tuberculose de meest voorkomende infectie die optreedt als gevolg van een door hiv/aids verzwakt immuunsysteem. Als er tuberculose optreedt wordt dit vaak gezien als signaal voor de aanwezigheid van aids.

Een hiv-infectie kan ook leiden tot verschillende vormen van kanker zoals het Kaposisyndroom, het Burkittlymfoom of leukemie. Lymfoom is een vorm van kanker van de witte bloedcellen in het lymfestelsel (de lymfocyten), terwijl leukemie een vorm van kanker van de witte bloedcellen in het bloed (de leukocyten) is. In het stadium van aids is het risico groter deze ziekten te krijgen.

Een verschijnsel dat vaak optreedt bij mensen met een hiv-infectie in een vergevorderd stadium het wasting-syndroom. Iemand heeft zonder duidelijke reden sterk gewichtsverlies (ongeveer 10 procent van de lichaamsmassa of meer). Deze aandoening wordt ook wel vermageringsziekte genoemd. Voor het gewichtsverlies zijn er meerdere oorzaken, waaronder slechte opname van voedingsstoffen, diarree, darminfectie en verandering in de spijsvertering.

Preventie

De enige manier om besmetting met het virus te voorkomen is het voorkomen van risicovol gedrag, zoals het delen van naalden en het hebben van onbeschermde seks. Het gebruik van condooms kan verspreiding van de ziekte voorkomen, maar is niet altijd even betrouwbaar. Het risico van verspreiding van het virus via bloedtransfusies is het onderzoeken van bloeddonoren op antilichamen tegen hiv. Zwangere vrouwen die besmet zijn met hiv kunnen het risico van overdracht op hun ongeboren kind beperken door speciale geneesmiddelen tegen hiv in te nemen tijdens de zwangerschap en de geboorte van het kind.

Meer informatie

Informatie over AIDS
www.soaaids.nl
www.rivm.nl
www.huidziekten.nl
www.hivnet.org

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 09/09/2009

Disclaimer