Inleiding
Zenuw en ruggenmergletsels ter hoogte van de nek ontstaan door kneuzing, zwelling of scheuring van het ruggenmerg zelf of van de zenuwen die op deze hoogte aan het ruggenmerg ontspringen.
Ruggenmergletsel is meestal het gevolg van een ongeval, verkeerde beweging of wervelbreuk waardoor het ruggenmerg beschadigd wordt en opzwelt. Rondom de beschadiging treedt vaak een ernstige bloeduitstorting op. Door de verhoogde druk die zo ontstaat, raakt het ruggenmerg nog erger beschadigd.
Letsel van de ruggenmergszenuwen in de nekstreek omvat beschadiging van de plexus brachialis en van andere perifere zenuwen. De plexus brachialis is een netwerk van zenuwen in de nekstreek bestaande uit vertakkingen van de onderste vijf nekzenuwen en de eerste borstzenuw. Letsel van de andere perifere zenuwen betreft onder meer vertakkingen van de hersenzenuwen die door de nekstreek lopen en van sympathische zenuwen.
Zenuw- en ruggenmergletsel ter hoogte van de nek kan op elke leeftijd voorkomen, maar treedt vooral op bij tieners en jongvolwassenen. Daarnaast neemt de frequentie toe met de leeftijd omdat ouderen vaker vallen.
Oorzaken
Ongelukken met motorvoertuigen zijn de voornaamste oorzaak van zenuw- en ruggenmergletsel ter hoogte van de nek. Andere belangrijke oorzaken zijn ongelukken thuis of op de werkvloer, vallen, sportblessures, fysiek geweld (vechten, steek en schotwonden) en letsel als gevolg van een operatie of moeilijke bevalling, zoals bij een stuitligging. Zenuw- en ruggenmergletsels kunnen variëren van een plaatselijke beschadiging tot een volledige scheuring.
De meeste letsels van de plexus brachialis komen voor bij pasgeborenen, als gevolg van een moeilijke bevalling zoals een tangverlossing. Van een verlamming van Erb-Duchenne is sprake wanneer het bovenste gedeelte van de plexus brachialis is beschadigd en van een verlamming van Klumpke-Erb wanneer het onderste gedeelte is aangedaan. Daarnaast kan letsel van de plexus brachialis optreden door een harde klap tegen het hoofd of de schouder, bijvoorbeeld bij contactsporten als rugby.
Verschijnselen
De verschijnselen zijn afhankelijk van de plaats, omvang en ernst van de beschadiging. Volledige scheuring van het ruggenmerg veroorzaakt een algehele verlamming. Hierbij gaan bovendien de gevoelswaarnemingen en autonome functies verloren in de lichaamsdelen die zich onder het niveau van het ruggenmergletsel bevinden. Vitale functies als de ademhaling kunnen in gevaar komen als het letsel zich boven de vijfde halswervel bevindt. Tevens kan controle over de urinelozing en de ontlasting afwezig zijn.
De verschijnselen van een gedeeltelijke scheuring van het ruggenmerg hangen af van de plaats hiervan. Als het ruggenmerg half gescheurd is (hemisectie), is er sprake van het syndroom van Brown Séquard . Hierbij raken de lichaamsdelen onder het niveau van het letsel verlamd. Tevens verdwijnen aan de kant van het letsel bepaalde waarnemingen, zoals het gevoel voor trillingen en aanraking, terwijl aan de andere kant het gevoel voor pijn en temperatuurverschillen verloren gaat. Bij het voorste ruggenmergsyndroom blijft de waarneming van sterke prikkels, zoals trillingen, en het gevoel voor positie onaangetast. Het achterste ruggenmergsyndroom wordt gekenmerkt door pijn en een brandend gevoel in de nek, bovenarmen en romp. Dit kan gepaard gaan met enige spierzwakte in de armen en handen.
Letsel van de plexus brachialis veroorzaakt onder meer verlamming van en gevoelsverlies in de armen of handen. Baby’s met een verlamming van Erb Duchenne hebben een verlamde arm maar kunnen de vingers aan de kant van het letsel vaak wel bewegen. Bij een verlamming van Klumpke-Erb zijn de hand en het laatste deel van de onderarm verlamd. Bij sportletsels van de plexus brachialis voelt het slachtoffer plotseling een hevig brandende of stekende pijn in de arm aan de aangedane kant. Dit gaat soms gepaard met pijn in de nek en zwakte van de arm en schouderspieren.
Letsel van andere perifere zenuwen kunnen functiestoornissen van bepaalde hersenzenuwen tot gevolg hebben of leiden tot het syndroom van Horner, veroorzaakt door een verstoring van het sympathische deel van het autonome zenuwstelsel. Deze aandoening wordt gekenmerkt door een vernauwde pupil (miosis), afhangend ooglid (ptosis) en het ontbreken van zweetafscheiding (anhidrose) aan de aangedane kant.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt, de medische voorgeschiedenis en de verschijnselen. Tevens worden lichamelijk en neurologisch onderzoek verricht waarbij onder meer de motorische functies en reflexen worden getest, aangezien deze aanwijzingen verschaffen betreffende de aard en ernst van het letsel. Aanvullend onderzoek, met beeldvormende technieken zoals röntgenfoto’s, CT- en MRI-scans, wordt gedaan om het letsel te beoordelen en de diagnose te bevestigen. Daarnaast kan onderzoek van de reactiepotentiaal, prikkelgeleiding en actiestroom tijdens spiersamentrekking worden uitgevoerd.
Behandeling
Het belangrijkst bij de behandeling van ruggenmergletsel is stabilisatie van de vitale functies als ademhaling en hartfunctie. Daarnaast wordt de wervelkolom van het slachtoffer geïmmobiliseerd en beschermd. De behandeling richt zich verder op mogelijk bijkomende stoornissen zoals schommelingen van de lichaamstemperatuur of bloeddruk en verstopping van de darmen. Met een operatie kan de wervelkolom worden rechtgezet en de druk op het ruggenmerg worden weggenomen. Om herstel te bevorderen, worden vaak hoge doses bijnierschorshormonen toegediend.
Het herstel van een verlamming van Erb-Duchenne of Klumpke-Erb begint bij de meeste baby’s op de leeftijd van drie maanden en binnen ongeveer twee jaar kunnen zij zonder enige vorm van behandeling volledig zijn hersteld. Is er later nog sprake van resterende spierzwakte in de arm, dan kan dit operatief worden gecorrigeerd. Eén arm is dan dikwijls dunner dan de andere omdat de arm aan de aangedane kant minder wordt gebruikt en de armspieren daardoor onderontwikkeld zijn.
De behandeling van zenuwletsel bestaat uit rust, aanbrengen van ijskoude of juist hete kompressen, toedienen van niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID’s) en spierverslappers, gebruik van een halskraag en toepassen van trekkrachten op de nek. Houden de verschijnselen aan, dan kunnen injecties met bijnierschorshormonen in de wortel van de beschadigde zenuwen of een operatie nodig zijn. Ten slotte spelen fysiotherapie en revalidatie een belangrijke rol bij de behandeling van zenuw en ruggenmergletsels.
Mogelijke complicaties van letsel van het ruggenmerg ter hoogte van de nek zijn ademhalingsmoeilijkheden, hartritmestoornissen, afwijkingen van de bloeddruk, vorming van bloedstolsels (trombose), autonome dysreflexie, spierkrampen, doorligwonden bij bedlegerige patiënten, seksuele functiestoornissen en psychische problemen. Bij letsel van de plexus brachialis met pijn of spierzwakte, en daardoor beperkt gebruik van de arm, kunnen stijve schouder- en polsgewichten optreden.
De prognose is afhankelijk van verschillende factoren zoals de ernst, plaats en omvang van het letsel, eventueel bijkomende letsels en de leeftijd en gezondheidstoestand van de patiënt. Wanneer het ruggenmerg volledig is gescheurd, zijn de kansen op functieherstel erg klein. Is het ruggenmerg slechts plaatselijk beschadigd, dan kan het slachtoffer in sommige gevallen weer tot op zekere hoogte herstellen. Tevens is bij jonge mensen de prognose gunstiger dan bij ouderen.
Meer informatie
Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas.
Informatie over zenuw- en plexusaandoeningen van de Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen
www.nvvn.org
Informatie over zenuwpijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap
nhg.artsennet.nl
Informatie over plexusaandoeningen
www.merckmanual.nl
Informatie over de verlamming van Erb
www.kinderneurologie.eu
nl.wikipedia.org/wiki/Erbse_parese
Informatie van de Erbse Parese Vereniging Nederland
www.epvn.nl
Informatie over letsel van de plexus brachialis
www.atriummc.nl
Informatie over het ruggenmerg
nl.wikipedia.org/wiki/Ruggenmerg
(Engels) Neurosurgery Today 2003, Spinal cord [Online 2005, March 15] (USA)
www.neurosurgerytoday.org
(Engels) NINDS 2005, Brachial Plexus Injuries Information Page [Online 2005, March 15] (USA)
www.ninds.nih.gov
(Engels) NINDS 2005, Spinal Cord Injury [Online 2005, March 15] (USA)
www.ninds.nih.gov
Bracken M. B., ‘Steroids for acute spinal cord injury’, The Cochrane Database of Systematic Reviews 2002, Issue 2. Art. No.: CD001046. (Engels)
Fenstermaker, R. A. 1993, ’Acute neurologic management of the patient with spinal cord injury’, Urol Clin North Am, vol. 20, no. 3, August, pp. 413-421. (Engels)
Hems, T. E. J. 2004, ‘Nerves’, in Bailey and Love’s Short Practice of Surgery, eds R. C. G. Russell, N. S. Williams & C. J. K. Bulstrode, 24th edn, Arnold, London. (Engels)
Kerr, R. C. S. & MacDonald, J. W. 2004, ‘The spine, vertebral column and spinal cord’, in Bailey and Love’s Short Practice of Surgery, eds R. C. G. Russell, N. S. Williams & C. J. K. Bulstrode, 24th edn, Arnold, London. (Engels)
Marotta, J .T. 2000, ‘Trauma - spinal injury’, in Merritt's Textbook of Neurology, ed L. P. Rowland, 10th edn, Williams and Wilkins, Baltimore. (Engels)
Midha, R 2004, ’Nerve transfers for severe brachial plexus injuries: a review’, Neurosurg Focus, vol. 16, no. 5, May 15, pp. E5. (Engels)
Piatt, J. H., Jr. 2004, ’Birth injuries of the brachial plexus’, Pediatr Clin North Am, vol. 51, no. 2, Apr, pp. 421-40. (Engels)
Ropper, A. H. 2001, ‘Traumatic injuries of the head and spine’, in Harrison’s Principles of Internal Medicine, vol. 2, eds E. Braunwald, A. S. Fauci, D. L. Kasper, S. L. Hauser, D. L. Longo & J. L. Jameson, 15th edn, McGraw-Hill, New York. (Engels)
Rowland, L. P., Lange, D. J. & Trojaborg, W. 2000, ‘Trauma - peripheral and cranial nerve lesions’, in Merritt's Textbook of Neurology, ed L. P. Rowland, 10th edn, Williams and Wilkins, Baltimore.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 11/09/2008
Disclaimer