Acrodermatitis chronica atroficans

Inleiding


Acrodermatitis chronica atroficans is een langdurige ontstekingsziekte van de huid. De aandoening komt meestal voor bij mensen met een lichte huid en vooral bij vrouwen tussen de veertig en zeventig jaar.

Oorzaak


De bacterie Borrelia Afzelii of een andere bacterie uit het geslacht Borrelia wordt als oorzaak van acrodermatitis chronica atroficans beschouwd. Deze bacterie wordt overgedragen via een tekenbeet. De verschijnselen beginnen meestal zes maanden tot tweeënhalf jaar na de beet door de besmette teek. De aanwezigheid van de Borellia-bacterie in het lichaam van de patiënt leidt onder meer tot een langdurige ontsteking van de huid.

Verschijnselen


Verschijnselen komen eenzijdig voor en vooral op handen en voeten, maar ook de onderarmen en –benen, dijen en billen kunnen zijn aangedaan. In eerste instantie is er een ontsteking van de huid die een roodblauwe verkleuring veroorzaakt. De handen en voeten zwellen op, worden wit en voelen stevig aan. Als de aandoening verergert, wordt de huid op de gewrichten van armen en benen dun en gerimpeld wat het bewegen moeilijker maakt. Een kenmerkend verschijnsel van deze aandoening is de extreme gevoeligheid van de huid voor pijnprikkels. Tevens is er een neiging tot zweervorming waarbij na een licht letsel zweren ontstaan die lang aanwezig blijven en niet vanzelf genezen. Er kunnen hardnekkige littekens op de huid achterblijven.

Diagnose


De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht waarbij met name de bloedvaten in de huid opvallen doordat de huid dunner is geworden en het vet is verdwenen uit de onderhuidse vetlaag. De diagnose kan worden bevestigd met behulp van speciale onderzoeken, zoals een huidbiopsie en bloedonderzoeken .

Behandeling


De belangrijkste doelen van de behandeling van acrodermatitis chronica atroficans zijn bestrijden van de infectie door de Borrelia-bacterie, voorkomen van complicaties en verhogen van de levensverwachting van de patiënt.
Er kunnen antibiotica worden gegeven, waarvan de dosis afhankelijk is van de uitslag van het gehalte aan afweereiwitten in het bloed. Het is raadzaam de huid gedurende de behandelperiode goed te verzorgen en te beschermen. Het resultaat van de behandeling is pas na een aantal weken merkbaar. In een vergevorderd stadium geneest de aandoening zelden volledig maar verergering van de aandoening kan dan wel tijdelijk tot staan worden gebracht. Na de behandeling wordt de patiënt in eerste instantie om de drie tot vijf maanden zorgvuldig en na verloop van tijd eenmaal per jaar onderzocht.

Complicaties


Acrodermatitis chronica atroficans is een langdurige ontstekingsziekte, die voornamelijk de huid aantast. Zonder behandeling kan de aandoening verergeren en leiden tot een droge, rimpelige huid, verlies van haren en verdwijnen van zweetklieren door littekenweefsel. De toegenomen kwetsbaarheid van de aangedane huid kan leiden tot niet-genezende zweren, zelfs na licht letsel. Wanneer de aandoening verergert kunnen de gewrichten van armen en benen minder beweeglijk worden, is er spierpijn en worden de zenuwen in handen en voeten aangetast.

Meer informatie


Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas .

Informatie van huidartsen

www.huidarts.com

Informatie over huidaandoeningen bij de ziekte van Lyme

www.cbo.nl
www.rivm.nl
www.teekcare.nl
www.lymenet.nl


Brzonova, I. Wollenberg, A. Prinz, J, C. (2002), “Acrodermatitis Chronica Atrophicans Affecting all Four Limbs in an 11-Year-Old Girl”, Br J Dermatol, Vol 147, no. 2, Aug, pp. 375-378.
www.ncbi.nlm.nih.gov

Leslie, T, A. Levell, N, J. Cutler, S, J. et al. (1994), “Acrodermatitis Chronica Atrophicans: a Case Report and Review of Literature”, J Dermatol, Vol. 131, no. 5, Nov, pp. 687-93.
www.ncbi.nlm.nih.gov

Strle, F. (1999), “Principles of the Diagnosis and Antibiotic Treatment of Lyme Borreliosis”, Wien Klin Wochenschr, Vol. 111, no. 22-23, Dec, pp. 911-915
www.ncbi.nlm.nih.gov

Burton, J. L. and Lovell, C. R. (1998), Disorders of the Connective Tissue, in Champion, R, H. Burton, J, L. Breathnach, S, M. (eds), Rook/Wilkinson/Ebling: Textbook of Dermatology, Vol. 3, 6th Edition, Blackwell science, London. (Engels)

Odom, R.B., James, W.D. and Berger, T.G. (2000), Andrews’ Diseases of the Skin: Clinical Dermatology, 9th ed, W.B. Saunders Company, Philadelphia. (Engels)
Samuel, L.M. and Harry, J.H. (1985), Connective Tissue and Its Disorders, in: Dermatology, 2nd Ed, Vol. 2, W.B. Saunders Company, New York. (Engels)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 23/12/2008

Disclaimer