- Inleiding
- Lichamelijk herstellen
- Geestelijk herstellen
- Wennen aan je baby
- Onderzoeken bij je baby
- Je baby verzorgen
- Meer informatie
Inleiding
De eerste 8 tot 10 dagen na de geboorte van je baby worden de kraamdagen genoemd. Het zijn intensieve dagen waarin je lichamelijk en geestelijk herstelt van de bevalling. Je moet wennen aan de nieuwe baby, de plek die hij inneemt in jullie gezin en de verzorging. Als je één of meerdere van de kraamdagen thuis doorbrengt, krijg je hierbij hulp van een kraamverzorgende .
Lichamelijk herstellen
Wassen
Veel vrouwen vinden het fijn om in de eerste uren na de bevalling even te douchen. Meestal is dat mogelijk. Ga eerst even op de rand van je bed zitten voordat je opstaat. Zorg dat er iemand met je meegaat; mocht er wat gebeuren dan is er meteen hulp. Als je moe bent, veel bloed hebt verloren of om een andere reden niet zelf kunt douchen, dan kun je ook gewassen worden in je bed.
Naar het toilet
Na de bevalling zal de verloskundige, gynaecoloog of kraamverzorgende aandringen dat je snel probeert te plassen. Ga voordat je opstaat even op de rand van je bed zitten en sta dan langzaam op. Als je een lege blaas hebt, kan de baarmoeder zich sneller samentrekken waardoor je minder bloed verliest. Als je bent ingescheurd of ingeknipt kan de urine erg schrijnen. Je kunt dit voorkomen door te plassen in de douche terwijl je de douchekop op je vagina richt. Als je niet uit bent wilt of kunt, kun je terwijl je plast in de po een fles water leeggieten over je vagina. Zorg dat er de eerste dag en nacht steeds iemand met je meeloopt naar het toilet. Het duurt meestal een paar dagen voordat je ontlasting hebt. Het persen en het passeren van de ontlasting kan onaangenaam zijn. Probeer daarom de eerste dagen veel te drinken en veel vezels te eten zodat je ontlasting zacht is. Als je hechtingen hebt, krijg je meestal een laxerend drankje om de ontlasting extra zacht te maken. Probeer de ontlasting niet op te houden, deze dikt in en is daardoor nog lastiger kwijt te raken. Als je last hebt van aambeien kun je de pijn verzachten met een aambeienzalfje.
Naweeën
Als je baby geboren is, trekt je baarmoeder zich samen. Dit kan hetzelfde voelen als weeën en worden daarom ook wel naweeën genoemd. Als de pijn erg hevig is, kun je paracetamol nemen. Probeer het gebruik van pijnstillers als je borstvoeding geeft, te beperken.
Bloedverlies
Na de bevalling verlies je bloed. De eerste dagen is dit helder en rood. Je kunt ook stolsels verliezen; soms zo groot als een tennisbal. De eerste dagen kun je daarom het beste een netbroekje aantrekken met daarin kraamverband. Dit zit allemaal in je kraampakket. Na een aantal dagen vermindert het bloedverlies en wordt het bloed dat je verliest bruinig van kleur. Na ongeveer zes weken, stopt het bloedverlies.
Stuwing
In de eerste dagen na de bevalling krijg je te maken met stuwing. Stuwing als je je baby geen borstvoeding geeft , is meestal na een aantal dagen over. Er zijn medicijnen die de borstvoeding remmen maar vanwege bijwerkingen worden deze niet vaak voorgeschreven. Bij borstvoeding kun je in het begin last hebben van stuwing bij borstvoeding. Als de melkproductie eenmaal goed op gang is en vraag en aanbod in evenwicht zijn, heb je hier veel minder last van. Soms ontstaat er afwijkende stuwing bij borstvoeding.
Rusten en slapen
De krachtsinspanning die je moet leveren tijdens een bevalling wordt wel eens vergeleken met die van het lopen van een marathon. Je lichaam heeft rust en voldoende slaap nodig om te herstellen. Blijf daarom de eerste dagen veel in bed en ga tussen de middag ook even slapen. Ook veel vaders hebben behoefte om extra te slapen in de eerste dagen na de bevalling. Als je merkt dat het kraambezoek je erg vermoeid, probeer het dan te beperken. Als je bijvoorbeeld een foto via de e-mail laat versturen, kunnen de meeste mensen best even wachten voordat ze je baby in levende lijve zien.
Bekkenbodem
Je bekkenbodemspieren zijn door de zwangerschap en bevalling verzakt. Al in het kraambed kun je beginnen met oefeningen voor de bekkenbodem. De kraamverzorgende kan je vertellen welke oefeningen je kunt doen. Veel kraamzorginstellingen hebben ook een foldertje waar de oefeningen voor je in beschreven staan. Het is belangrijk dat je de oefeningen doet omdat je er verzakkingen en incontinentie mee kunt voorkomen. Medisch gezien zou je vanaf tien dagen na de bevalling weer geslachtsgemeenschap kunnen hebben. De meeste stellen zijn er dan echter nog (lang) niet aan toe. Neem alle tijd die jullie nodig hebben om weer ontspannen te kunnen vrijen. Voor het ene stel is dat een paar weken, voor een ander stel een paar maanden. De verloskundige zal voordat ze weg gaat de noodzaak en mogelijkheden voor anticonceptie met jullie bespreken.
Geestelijk herstellen
Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis in je leven. Het geeft vaak veel prettige emoties maar je kunt je ook onzeker, angstig of somber voelen. In de eerste dagen na de geboorte (met name rond de vierde dag) is dat heel normaal. Het is niet raar als je moet huilen; deze tranen worden de ‘kraamvrouwentranen’ genoemd en vloeien bij bijna alle pas bevallen moeders. Deel je gevoelens met je partner of kraamverzorgende; dat lucht meestal erg op. Ook de achtste dag na de bevalling is voor veel moeders een moeilijke dag. De verloskundige en de kraamhulp komen voor het laatst en vanaf nu staan jullie er zelf voor. Heb vertrouwen in je zelf. En als er problemen zijn, kun je terecht bij de medewerkers van het consultatiebureau. Als je merkt dat je steeds somberder of angstiger wordt of nare gedachtes krijgt, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau. Het kan zijn dat je een postpartum depressie of een postpartum psychose ontwikkeld. Met de juiste zorg kom je er doorheen.
Wennen aan je baby
Kijken
In de kraamdagen raak je meestal niet uitgekeken op je baby. Op het hoofdje van je baby kun je de fontanel en de schedelnaden zien. De oogleden kunnen gezwollen zijn waardoor de oogjes niet of nog niet helemaal open gaan. In de ooghoekjes kan zich wat pus ophopen; dit kun je met een schoon watje met wat water voorzichtig verwijderen. Als je je baby aait, kun je zien dat hij een aantal reflexen heeft. Aai je over zijn wang dan draait hij zijn hoofdje naar je hand (zoekreflex) en stop je wat in zijn mondje dan gaat hij zuigen (zuigreflex).
Veel baby’s hebben een ooievaarsbeet ; een rood vlekje tussen de ogen of boven de bovenlip. Sommige baby’s hebben een rood vlekje ter grootte van een speldenprikje dat groter wordt; dit is een hemangioom. Ook andere aangeboren huidafwijkingen komen voor. Na een aantal dagen kunnen de huid en het oogwit van je baby gelig worden; deze normale geelzucht bij pasgeborenen duurt een aantal dagen. De tepels van een meisje kunnen wat gezwollen zijn en soms kun je er een hard klierschijfje onder voelen. Er kan ook wat melk (ook ‘heksenmelk’) uitkomen. Dit verdwijnt vanzelf.
Huilen
Bijna alle baby’s huilen zo nu en dan. Meestal wordt je baby rustig van huid-op-huidcontact. Leg je baby met zijn blote huidje op jou blote borst of op die van je partner. Je kind hoort nu weer vertrouwde geluiden en wordt lekker warm. Dek je baby af met een warme doek of dekentje. Als je baby blijft huilen, controleer dan of je hem moet verschonen en biedt hem wat melk aan. Als ook dat niet helpt, kun je hem laten sabbelen op een fopspeentje (liever niet als je borstvoeding geeft) of op je pink.
Een baby die gedurende ten minste drie weken, meer dan drie dagen in de week meer dan drie uur per dag huilt, wordt een huilbaby genoemd
Onderzoeken bij je baby
In de kraamweek worden er standaard twee onderzoeken uitgevoerd bij je baby: de hielprik en de gehoortest . Beide onderzoeken kunnen gewoon thuis gebeuren.
Je baby verzorgen
Voeden
Het voeden van je baby begint al in het eerste uur na de geboorte. Als je borstvoeding gaat geven, kun je je baby het beste in dit uur de eerste keer aan de borst leggen. Je baby is erg alert en de zuigreflex is sterk. Vanaf deze voeding wordt (met name bij borstvoeding) geadviseerd om je baby te voeden op vraag ; dat wil zeggen dat je je baby aanlegt als hij honger heeft. De eerste dagen moet je melkproductie nog op gang komen en krijgt je baby nog niet zo veel melk. De melk die hij krijgt (colostrum) is gelig van kleur en bijzonder voedzaam voor je baby. Vanaf de derde of de vierde dag na de bevalling is je melkproductie goed op gang gekomen en wordt je melk witter van kleur. Rond de zesde dag moet je baby druppeltjes vitamine K gaan geven omdat dit onvoldoende aanwezig is in moedermelk. Ook vitamine D moet je bijgeven.
Ook als je kunstvoeding gaat geven, is het eerste uur na de geboorte het meest geschikt voor de eerste voeding. De kraamverzorgende kan je vertellen hoeveel je de baby mag geven. Meestal krijgt je baby de eerste dag 10-15 cc en wordt dit elke dag met 10-15 cc verhoogd totdat je baby 120 cc per voeding krijgt. Baby’s die kunstvoeding krijgen, hebben geen extra vitamines nodig.
De meeste baby’s vallen in de eerste dagen na de geboorte af. Een gewichtsverlies van ongeveer 10% van het geboortegewicht is normaal. Als je baby meer afvalt, zal de verloskundige onderzoeken of er een oorzaak is; bijvoorbeeld een verkeerde aanlegtechniek. Als je baby blijft afvallen, kan hij verwezen worden naar de huisarts.
Spugen
De eerste dag(en) na de bevalling kan je baby misselijk zijn en vruchtwater uitspugen. De meeste baby’s spugen ook na elke voeding wat melk terug.
Verschonen
Je baby plast een aantal keer per dag. Het komt vaak voor dat ze plassen op het moment dat je de luier uit hebt. Oppassen dus bij jongetjes! De ontlasting die je baby de eerste dagen kwijtraakt, is dik en zwart en wordt meconium genoemd. Als je baby soms erg onrustig is, huilt en met zijn voetjes trapt dan kan hij darmkrampjes hebben. Als je baby heeft gepoept, verschoon hem dan zo snel mogelijk om de billetjes te beschermen. Na het verschonen kun je wat zinkzalf of vette zalf op de billetjes smeren. Bij meisjes kun je soms wat bloed in de luier zien. Dit is meestal onschuldige vaginale afscheiding die snel weer verdwijnt.
Warm houden
Je baby kan zich nog niet goed op temperatuur houden. Na de geboorte krijgen veel baby’s daarom een mutsje op om warmteverlies via het relatief grote hoofd te voorkomen. Als je baby na de geboorte op je buik ligt, blijft ook de rest van zijn lijfje lekker warm. Dek hem wel af met een doek. Als je baby in een koude tijd wordt geboren, verwarm je zijn bedje voor met een kruik. Metalen kruiken met een kruikenzak zijn het meest geschikt. Wikkel er voor de veiligheid ook nog een handdoek om. Verwarm de voetjes van je baby ook even op deze manier voor de hielprik; dan gaat de prik gemakkelijker en heeft je baby minder pijn. Als je baby in een voorverwarmd bedje ligt, mag het mutsje meestal af. Zo voorkom je dat je baby het té warm krijgt (warmtestuwing).
Slapen
Een pasgeboren baby slaapt veel en heeft een eigen ritme . Het dag/nacht ritme is nog niet ontwikkeld waardoor hij ook ’s nachts voeding en aandacht nodig heeft. Je baby kan het beste slapen in een eigen bedje naast jullie bed. Je kunt hem dan goed horen en gemakkelijk troosten of bij je pakken voor een voeding. Leg de baby altijd op zijn rug in bed. Als je wakker bent, mag je de baby ook in je eigen bed leggen. Maar samen slapen in één bed, brengt risico’s met zich mee.
Knuffelen
Je baby heeft veel behoefte aan knuffelen; het liefst met zijn blote huid op jouw blote huid. Neem er ruim de tijd voor; ook als de kraamtijd is afgelopen.
Meer informatie
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap over de moeder in de kraamtijd
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap over het kind in de kraamtijd
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/
Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 12/03/2012
Disclaimer