- Inleiding
- Verschillende typen
- Voor- en nadelen verschillende typen
- Indicaties
- Vóór de operatie
- Na de operatie
- Complicaties
- Meer informatie
Inleiding
Een penisprothese is een mechanisch instrument dat chirurgisch in de penis wordt geïmplanteerd, opdat de patiënt een erectie kan krijgen.
Verschillende typen
Op dit moment zijn verschillende penisprothesen verkrijgbaar: de flexibele of semistijve en de opblaasbare prothese. De flexibele penisprothesen bestaan meestal uit ringen van siliconenrubber en een ander synthetisch materiaal. Zodra het systeem via een kabelsysteem met een veer wordt geactiveerd, worden de ringen in kolomvorm gerangschikt, waardoor een erectie ontstaat.
De meeste opblaasbare instrumenten bestaan uit twee of drie gedeelten. Elk deel heeft een afzonderlijk reservoir. Meestal is dit reservoir met een vloeistof gevuld, bijvoorbeeld een zoutoplossing. Het reservoir wordt in het scrotum geplaatst en activering van het instrument leidt tot een erectie.
De selectie van het juiste instrument hangt grotendeels af van de beoordeling van de afzonderlijke patiënt. Patiënten met een penisprothese moeten zich ervan bewust zijn dat met geen enkele penisprothese de volledige erectielengte wordt bereikt die de patiënt tevoren had.
Voor- en nadelen verschillende typen
Enkele van de voordelen van de semistijve instrumenten zijn onder meer:
- gemakkelijke plaatsing;
- minder kans op mechanisch falen;
- lage kosten.
De nadelen van de semistijve instrumenten zijn onder meer:
- het gebrek aan gevoel in de penis, moeilijker te verbergen;
- onmogelijkheid de omtrek te wijzigen.
Het belangrijkste voordeel van het opblaasbare instrument:
- is de mogelijkheid de omvang of erectiegrootte naar wens te wijzigen;
- de slappe en de erecte toestand van de penis lijken sterk op de natuurlijke situatie.
De nadelen van de opblaasbare instrumenten zijn ondermeer:
- mechanisch falen. Zij bestaan namelijk uit verschillende onderdelen en zijn in vergelijking met de semistijve instrumenten meer aan slijtage onderhevig;
- ze zijn duurder.
Indicaties
Aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw veroorzaakte de introductie van geneesmiddelen voor de behandeling van erectiestoornissen (ofwel impotentie) een ware revolutie. Met geneesmiddelen zoals sildenafil (Viagra) kon het natuurlijke erectieverlies worden bestreden dat gepaard gaat met het ouder worden. Helaas reageerden niet alle mannen met erectiestoornissen goed op deze middelen.
Eerdere behandelingsmethoden zoals revascularisatie van de penis zijn slechts geschikt voor een kleine groep patiënten. Bij deze ingreep wordt de normale bloedcirculatie in de penis hersteld, zodat een erectie kan worden bereikt. Penisrevascularisatie is echter uitsluitend geschikt voor een beperkt aantal patiënten, bijvoorbeeld voor jonge mannen bij wie de bloedvaten naar de zwellichamen ernstig zijn beschadigd. Bij veel van de patiënten zijn de erectiestoornissen het gevolg van een aandoening van de penis en in dergelijke gevallen is revascularisatie gedoemd te mislukken. Daarom komen de meeste patiënten met erectiestoornissen die niet op behandeling met geneesmiddelen reageren, in aanmerking voor een penisprothese.
Andere indicaties voor penisprothesen zijn onder meer patiënten die een operatie in verband met prostaatkanker hebben ondergaan en patiënten met aandoeningen aan de penis, zoals de ziekte van Peyronie (een aandoening met onbekende oorzaak die resulteert in structurele misvorming van de penis).
De operatieve procedure die meestal bij prostaatkanker wordt uitgevoerd, wordt radicale prostatectomie genoemd. Impotentie (het onvermogen een erectie te krijgen of te houden) is een veelvoorkomende complicatie van deze ingreep. Het risico van impotentie na een radicale prostatectomie hangt af van de ervarenheid van de chirurg, de leeftijd van de patiënt en de techniek die tijdens de operatie is toegepast. Bij dergelijke patiënten reageert de impotentie meestal niet op geneesmiddelen zoals sildenafil. De meesten hebben wel baat bij een penisprothese.
Vóór de operatie
De operatie voor de plaatsing van een penisprothese wordt onder algehele narcose uitgevoerd. De meeste chirurgen bevelen de plaatsing van een katheter (flexibele buis) in de urinebuis aan vóór de operatie. Zo blijft de urineblaas leeg en worden mogelijke beschadigingen tijdens de operatie voorkomen. Een ander belangrijk vereiste is dat de patiënt moet worden besneden als dat tevoren nog niet was gebeurd. Circumcisie is vooral belangrijk als de patiënt lijdt aan ontsteking van de kop van de penis en/of de voorhuid. Circumcisie wordt bij dergelijke patiënten aanbevolen, omdat bij hen het risico van het ontstaan van infecties na de plaatsing van de prothese, groter is.
Na de operatie
Meestal wordt de katheter de ochtend na de operatie verwijderd. Om ongemak te voorkomen, wordt de penis (met de prothese) tijdelijk met plakband aan het onderlichaam bevestigd. Gedurende ten minste vier tot zes weken na de operatie, tot de wonden volledig zijn genezen, dient de patiënt elke poging tot erectie of geslachtsgemeenschap te vermijden. Ook krijgen patiënten gedurende twee tot drie weken een antibioticakuur voorgeschreven om infecties na de operatie te voorkomen.
Complicaties
Tijdens de plaatsing van een prothese in de penis kunnen complicaties optreden. Een veelvoorkomende complicatie die tijdens de operatie kan optreden, is beschadiging of perforatie van de penis. Nog een veelvoorkomende complicatie van een penisprothese is infectie. Infectie na implantatie van de penisprothese treedt meestal op binnen drie maanden na de operatie. Daarom krijgen patiënten gedurende twee tot drie weken antibiotica voorgeschreven om mogelijke infecties te voorkomen. Andere complicaties zijn onder meer:
- problemen met houding;
- pijn;
- cosmetische ontevredenheid;
- problemen met de omvang van de erectie.
Doordat er nieuwere en beter aangepaste prothesen zijn ontwikkeld, zijn de meeste eerdergenoemde mechanische complicaties minder ernstig. Patiënten worden echter tevoren gewaarschuwd dat de prothese volledig dient te worden verwijderd als er een ernstige infectie ontstaat. Meestal kan na twee maanden een nieuwe prothese worden geïmplanteerd.
Meer informatie
Anastasiadis, A.G, Wilson, S.K., & Burchardt, M. et al. (2001), `Long-term outcomes of inflatable penile implants: reliability, patient satisfaction and complication management’, Current opinion in urology, vol. 11, no. 6, p. 619-23.
Lewis, R.W. & Jordan, G.H. (2002), `Surgery for erectile dysfunction’, in: Retik, A.B., Vaughan, D.E., & Wein, A.J. (eds), Campbell Urology, 8th Ed, Saunders, Philadelphia.
McCullough, A.R. (2001), `Prevention and management of erectile dysfunction following radical prostatectomy’, The Urologic clinics of North America, vol. 28, no. 3, p. 613-27.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 14/04/2008
Disclaimer