Inleiding
Hib staat voor Haemophilus influenzae type B. Dit is een bacterie die onder meer hersenvliesontsteking, ontsteking van het strottenklepje en longontsteking kan veroorzaken. Besmetting vindt plaats via hoesten en niezen en de periode tussen besmetting en optreden van de verschijnselen bedraagt ongeveer twee tot vier dagen. De Hib-bacterie zit bij ongeveer vijf procent van de mensen in de neus-keelholte zonder dat daar iets van gemerkt wordt. Een optredende infectie bij volwassenen is meestal mild en leidt dan tot een keel- of bijholteontsteking. Ernstige verschijnselen komen vooral voor bij kinderen onder de vijf jaar. In Nederland is Hib-vaccinatie sinds 1993 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Sinds 1 augustus 2011 wordt deze in de vorm van een combinatievaccin DKTP-Hib-HepB gegeven. Kinderen krijgen deze combinatievaccin op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden. Hib-vaccinatie biedt zeer langdurige bescherming.
Verschijnselen
Hib-hersenvliesontsteking begint met een luchtweginfectie. Het kind wordt vervolgens binnen enkele uren ernstig ziek met verschijnselen als keelpijn, hoofdpijn, overgevoeligheid voor licht, nekstijfheid, misselijkheid en overgeven, hoesten, hoge koorts, ademhalings- en slikproblemen en verwardheid.
Hib-strottenklepontsteking begint plotseling met koorts, keelpijn, prikkelbaarheid en heesheid die snel in ernst toeneemt. Het strottenklepje zwelt op en vernauwt de luchtweg waardoor de ademhaling ernstig wordt bemoeilijkt.
Hib-longontsteking wordt meestal gekenmerkt door verkoudheid, een loopneus, keelpijn, hoesten, koorts, ademhalingsproblemen en pijn op de borst.
Bij baby’s kunnen de bovengenoemde verschijnselen afwijken en treden vaak luierpijn (hevig huilen bij het wisselen van de luier), prikkelbaarheid, sufheid en een ondertemperatuur op.
Bijwerkingen van vaccinatie
De meeste kinderen en volwassenen hebben geen last van een vaccinatie. Als deze wel optreden zij het vaak plaatselijke bijwerkingen zoals roodheid, zwelling en pijn op de injectieplaats Daarnaast kunnen algemene bijwerkingen optreden zoals koorts , langdurig huilen, verkleurde benen, wegrakingen en stuiptrekkingen. Bij de meeste vaccinaties ontstaan de bijwerkingen op de dag van vaccinatie en duren niet langer dan 24 uur. De arts kan meer informatie geven over eventuele bijwerkingen. Tevens zijn deze na te lezen in de bijsluiter.
Wat te doen bij bijwerkingen?
Door de injectieplaats net na de prik te masseren wordt de ingespoten vloeistof sneller verspreid en vermindert de kans op roodheid, zwelling en pijn. Bovendien leidt masseren het kind af, waardoor het mogelijk korter huilt. Het aanbrengen van een natte doek of ijskompressen op de prikplek is af te raden omdat dit juist klachten kan veroorzaken. Zorg dat het kind voor de vaccinatie gegeten en gedronken heeft, het kan namelijk zijn dat hij of zij hier na de prik geen zin in heeft.
Controleer de eerste dagen na de vaccinatie of er koorts ontstaat. In geval van koorts kan een douche of bad met lauw water verlichting brengen. Kleed het kind verder niet te warm en geeft het extra vocht te drinken. Eventueel kan als pijnstiller een paracetamol zetpil worden gegeven. Raadpleeg in ieder geval een arts in geval van koorts boven de veertig graden, wanneer het kind suf of slap wordt of in geval van stuipen. Meld hevige of onverwachte bijwerkingen bij het volgende bezoek aan het consultatiebureau zodat deze informatie voor registratie en nader onderzoek kan worden doorgeven aan het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).
Meer informatie
Informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
www.rivm.nl/rvp/overzicht_ziekten/hib/
www.rivm.nl/rvp/rijks_vp/
Informatie van het Nederlands Vaccin Instituut
www.nvi-vaccin.nl/?id=221
Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 01/09/2011
Disclaimer