Inleiding
Bepaalde huidaandoeningen zijn specifiek voor pasgeborenen. In dit hoofdstuk zullen erythema toxicum neonatorum, sclerema neonatorum en het bronze-babysyndroom worden besproken. Elk van deze aandoeningen heeft specifieke verschijnselen.
Oorzaken
Vaak is de oorzaak van huidaandoeningen bij pasgeborenen onduidelijk. Erythema toxicum neonatorum lijkt een aandoening die vanzelf overgaat, maar er is geen verklaring voor het hoe en waarom. De oorzaak van sclerema neonatorum is waarschijnlijk een gebrekkige afbraak van vetten door het vetweefsel van pasgeborenen. Als gevolg van het compact worden van het onderhuidse vetweefsel kan de huid van deze kinderen verharden. Meestal komt deze aandoening voor bij te vroeg geboren, kleine baby's die ziek zijn door bijvoorbeeld een infectie, ademhalingsproblemen, aangeboren hartafwijkingen, een lage lichaamstemperatuur, uitdroging, darmverstopping of ernstige ontwikkelingsstoornissen. Het bronze-babysyndroom is een zelden voorkomende complicatie van de behandeling met blauw licht die wordt gegeven in geval van een verhoogd bilirubinegehalte in het bloed, iets dat regelmatig optreedt bij pasgeborenen. Het is niet geheel duidelijk wat de aard en oorsprong zijn van de kleurstof die de bronskleurige huid veroorzaakt maar een leveraandoening lijkt soms verband te houden met deze aandoening.
Verschijnselen
De genoemde huidaandoeningen bij pasgeborenen hebben duidelijke verschijnselen, op basis waarvan de diagnose gemakkelijk kan worden gesteld.
Erythema toxicum neonatorum begint met rode vlekken die kunnen samenvloeien tot een groot oppervlak. In ernstige gevallen verschijnen er op de vlekken bultjes of puistjes met een doorsnee van één à twee millimeter, die in het middel wit of geel zijn en lijken op vlooienbeten. De huidafwijkingen ontstaan meestal wanneer het kind een tot twee dagen oud is, maar kunnen tot ongeveer de vierde dag na de geboorte op elk moment optreden. In een heel enkel geval zijn de huidveranderingen al bij de geboorte aanwezig. De verschijnselen zijn meestal het hevigst op de tweede dag na de geboorte, maar ze verdwijnen dan vaak om vervolgens gedurende een aantal uren op de ene plaats uit te barsten, te verdwijnen en dan weer op een andere plaats te verschijnen. Het gezicht, de romp, bovenarmen, dijen en billen zijn vaak het ernstig aangedaan. De verschijnselen kunnen op het gehele lichaam optreden, maar doen zich meestal niet voor op de handpalmen en voetzolen. In ernstige gevallen kunnen ook op netelroos lijkende bulten aanwezig zijn op de rode vlekken of daarbuiten. Erythema toxicum neonatorum is meestal onschuldig en het kind maakt de indruk dat het zich verder goed voelt en niet wordt gehinderd door de huiduitslag. De verschijnselen verdwijnen snel, meestal binnen drie dagen, en zonder blijvende beschadiging.
Kenmerkend voor sclerema neonatorum is de wijd verspreide, zich snel uitbreidende, houtachtige verharding van de huid en het onderhuidse bindweefsel. Sclerema neonatorum treedt plotseling op bij te vroeg geboren, ernstig zieke baby's, meestal in de eerste levensweek. De huid is koud, stijf, vaak paars gevlekt en voelt aan als steen. Het lijkt alsof de huid vastzit aan de onderliggende weefsels en wanneer erop wordt gedrukt, verschijnt er geen putje in de huid. De verschijnselen beginnen vaak bij de billen, dijen en onderbenen, maar breiden zich snel en symmetrisch uit naar de romp en vervolgens naar het hele huidoppervlak, met uitzondering van de handpalmen, voetzolen en schaamstreek. Het gezicht kan iets maskerachtigs krijgen en door de stugheid van de huid kunnen de gewrichten minder gemakkelijk bewegen. De baby drinkt meestal slecht, is lusteloos en verzwakt. Het optreden van sclerema neonatorum wordt over het algemeen beschouwd als een niet-specifiek verschijnsel van een onderliggende ernstige aandoening met een slechte prognose.
Het bronze-babysyndroom wordt gekenmerkt door een opvallende grijsbruine (bronsachtige) verkleuring van de huid. Het bloedserum en de urine hebben eveneens een vaalgrijze tot bruine kleur. Deze veranderingen zijn meestal tijdelijk, tenzij er een onderliggende leveraandoening is.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de ouders en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. De zichtbare verschijnselen bieden meestal voldoende aanknopingspunten voor de diagnose. Daarnaast kunnen aanvullende onderzoeken, zoals bloedonderzoek, microbiologisch onderzoek, een huidbiopsie en onderzoeken met speciale kleuringstechnieken, worden uitgevoerd om andere aandoeningen uit te sluiten en de diagnose te bevestigen.
Behandeling
Erythema toxicum neonatorum gaat vanzelf over, duurt kort en de verschijnselen verdwijnen volledig zonder blijvende schade. Behandeling is daarom meestal niet nodig. De behandeling van pasgeborenen met sclerema neonatorum is afhankelijk van de onderliggende aandoening en kan bestaan uit behandelen van eventuele infecties, ademhalingsondersteuning geven, herstel van een verstoorde vocht- en zoutbalans, toediening van extra voedingsstoffen en op peil houden van de lichaamstemperatuur. Bij een pasgeborene met het bronze-babysyndroom vervaagt de huidverkleuring geleidelijk nadat de lichttherapie is gestopt, en is behandeling niet nodig.
Prognose
Bij pasgeborenen met erythema toxicum neonatorum verdwijnt de huiduitslag volledig en is de prognose goed. Het optreden van sclerema neonatorum bij zieke pasgeborenen wordt over het algemeen beschouwd als een niet-specifiek verschijnsel van een onderliggende ernstige aandoening. De prognose is sterk afhankelijk van de aard van de onderliggende aandoening en meestal slecht. Als het kind de aandoening overleeft, kan de huid weer normaal worden en hoeft geen blijvende schade op te treden. Bij een pasgeborene met het bronze-babysyndroom kan de huidverkleuring volledig verdwijnen nadat de lichttherapie is gestopt, maar wanneer zich ernstige complicaties voordoen is de prognose onzeker.
Meer informatie
Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas.
Informatie over erythema toxicum neonatorum
www.huidarts.com
www.huidziekten.nl
Informatie over het bronze baby syndroom
www.huidziekten.nl
(Engels) Ferguson, C.K. (1983), “Care of the infant with sclerema neonatorum”, JOGN Nurs, vol. 12, no. 6, November-December, pp. 391-394 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Jardine, D., Atherton, D.J. and Trompeter, R.S. (1990), “Sclerema neonatorum and subcutaneous fat necrosis of the newborn in the same infant”, Eur J Pediatr, vol. 150, no. 2, December, pp. 125-126 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Medline Plus (2003), Erythema Toxicum (USA)
www.nlm.nih.gov
(Engels) Medline Plus (2004), Erythema Toxicum Neonatorum (USA)
www.nlm.nih.gov
Berry, D.J. (1998), Soft Tissue Disorders, in: Champion, R.H., Burton, J.L., Burns, D.A. and Breathnach, S.N. (eds), Rook/Wilkinson/Ebling Textbook of Dermatology, 6th ed, vol. 1, Blackwell Science, Oxford. (Engels)
Bleehen, S.S. and Austey, A.V. (1998), Disorders of Skin Colour, in: Champion, R.H., Burton, J.L., Burns, D.A. and Breathnach, S.N. (eds), Rook/Wilkinson/Ebling Textbook of Dermatology, 6th ed, vol. 2, Blackwell Science, Oxford. (Engels)
Chang, M.W. and Orlow, S.J. (2003), Neonatal, Pediatric, and, Adolescent Dermatology, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol.2, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)
Darmstadt, G.L. and Sidbury, R. (2004), The skin, in: Behrman, R.E., Kliegman, R.M. and Jenson, H.B. (eds), Nelson Textbook of Pediatrics, 17th ed, Elsevier, New Delhi. (Engels)
Margileth, A.M., (1999), Dermatologic Conditions, in: Avery, G.B., Fletcher, M.A. and MacDonald, M.G. (eds), Neonatology – Pathophysiology and Management of the Newborn, 5th ed, Lippincott Williams and Wilkins, Philadelphia. (Engels)
Murray, J.C. (1996), Sterile Pustular Dermatosis, in: Sams, W.M. Jr and Lynch, P.J. (eds), Principles and Practice of Dermatology, 2nd ed, Churchill Livingstone, New York. (Engels)
Ortonne, J., Bahadoran, P., Fitzpatrick, T.B., Mosher, D.B. and Hori, Y. (2003), Hypomelanoses and Hypermelanoses, in: in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol.1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)
Pauporte, M. and Frieden, I.J. (2003), Vesiculobullous and Erosive Diseases in the Newborn, in: Bolognia, J.L., Jorizzo, J.L., Rapini, R.P., Horn, T.D., Mascaro, J.M., Saurat, J., Mancini, A.J., Salasche, S.J. and Stingl, G. (eds), Dermatology, vol. 1, Elsevier Limited, Philadelphia. (Engels)
Pierard, G., Fumal, I. and Pierard-Franchimont, C. (2003), Skin Changes due to Mechanical and Physical Factors, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol.1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)
Smith, J. (1996), Panniculitis and Erythema Nodosum, in: Sams, W.M. Jr and Lynch, P.J. (eds), Principles and Practice of Dermatology, 2nd ed, Churchill Livingstone, New York. (Engels)
Wagner, A.M. and Hansen, R.C. (1995), Neonatal Skin and Skin Disorders, in: Schachner, L.A. and Hansen R.C. (eds), Pediatric Dermatology, 2nd ed, vol. 1, Churchill Livingstone, New York. (Engels)
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 01/12/2008
Disclaimer