Inleiding
Wanneer beide benen óf beide armen volledig verlamd zijn, inclusief het bijbehorende gedeelte van de romp, spreekt men van een paraplegie. In het overgrote deel van de gevallen gaat het bij een paraplegie om een verlamming van beide benen. De armfunctie blijft meestal gespaard omdat de zenuwen die de armen verzorgen al vroeg het ruggenmerg verlaten. Omdat de zenuwen die de armen en benen verzorgen in het ruggenmerg vlak naast elkaar lopen, is een verlamming van alleen de beide armen zeldzaam. Dit gaat meestal gepaard met een verlamming van de beide benen (quadriplegie). Wanneer de verlamming niet volledig is, is er sprake van een paraparese.
Oorzaken
De oorzaak van een paraplegie is meestal een beschadiging van het ruggenmerg. Zelden leidt een hersenaandoening tot een paraplegie.
Het ruggenmerg is een lange streng zenuwen in de wervelkolom. Normaal gesproken geleiden die zenuwen signalen van de hersenen naar alle lichaamsdelen, zoals de huid, de spieren en organen, en weer terug. Beschadiging van het ruggenmerg op het niveau van de nek en lager kan paraplegie veroorzaken. Letsel boven dat niveau kan tot een quadriplegie leiden.
Een paraplegie kan ontstaan door wervelbreuken, waardoor druk wordt uitgeoefend door botfragmenten die het ruggenmerg zijn binnengedrongen. Ook goed- en kwaadaardige gezwellen van de wervelkolom of van het ruggenmerg zelf, kunnen vergezeld gaan van een paraplegie. Wervelaandoeningen, zoals tuberculose van de wervelkolom en syfilis zijn andere mogelijke oorzaken van paraplegie. Ten slotte kunnen aandoeningen die gepaard gaan met demyelinisatie van het centrale zenuwstelsel, zoals multipele sclerose, een paraplegie tot gevolg hebben.
Verschijnselen
Bij een paraplegie zijn in het aangedane gebied het vermogen om bewuste bewegingen uit te voeren en de gevoelsgewaarwording geheel verloren gegaan. Omdat bij een paraplegie meestal het onderste deel van het lichaam verlamd is, kunnen de benen vaak niet bewust worden bewogen en is lopen moeilijk of zelfs onmogelijk. Tevens kunnen stoornissen in de functie van sommige buikorganen optreden. Daarnaast zijn vaak de gevoelswaarnemingen aangetast waardoor temperatuur, positie, pijn, trillingen en aanraking niet of slechts gedeeltelijk bewust worden ervaren.
Het niveau waar het verlies van spierfunctie en gevoel begint, is afhankelijk van de plaats waar het ruggenmerg is beschadigd. Hoe hoger in het ruggenmerg de beschadiging optreedt, des te meer spieren zijn aangetast en des te groter het gevoelloze huidgebied is. Bij een paraplegie door letsel aan het ruggenmerg boven of op borsthoogte kan de controle over blaas en darmen weg zijn waardoor ongewild verlies van urine en ontlasting optreedt.
Er zijn verschillende typen paraplegie beschreven op grond van de verschijnselen.
Bij paraplegia atactica worden de beenspieren steeds zwakker waardoor patiënten steeds minder kunnen bewegen. Deze voortschrijdende verlamming wordt veroorzaakt door woekering van bindweefsel aan de zijkant en de achterkant van het ruggenmerg. Infantiele spastische paraplegie is een erfelijke aandoening waarbij baby’s met een verlamd onderlichaam worden geboren. Bij paraplegia dolorosa gaat de verlamming gepaard met hevige pijn. Bij de verlamming van Pott ontstaat een paraplegie doordat de wervelkolom wordt samengedrukt als gevolg van een tuberculeuze infectie.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt, de medische voorgeschiedenis en de verschijnselen. Tevens wordt lichamelijk en aanvullend onderzoek verricht. De arts zal een volledig beeld proberen te krijgen van het tijdstip en de wijze waarop de klachten begonnen en hoe het verloop hiervan sindsdien is geweest. Daarna wordt een grondig onderzoek van het zenuwstelsel uitgevoerd, waaronder van de hersenfuncties, hersenzenuwen, bewegingsfuncties, reflexen, gevoelsgewaarwording en het coördinatievermogen.
Met beeldvormende onderzoeken als computertomografie (CT scan) en magnetische kernspinresonantie (MRI scan) kan worden bepaald welk deel van het ruggenmerg beschadigd is. Voor een nauwkeurige diagnose is soms een CT of MRI-scan met contrastvloeistof nodig. Ander aanvullend onderzoek, zoals een ruggenprik, bloedtest of microbiologische test, kan eveneens uitgevoerd worden. Ten slotte zijn soms speciale onderzoeken als het meten van de stroom tijdens spiersamentrekkingen en herhaalde zenuwstimulering nodig.
Behandeling
Ten behoeve van een snelle diagnose en behandeling worden patiënten met ruggenmergletsel opgenomen in een ziekenhuis met een gespecialiseerde neurologische afdeling. Een vroeg ingestelde behandeling is van groot belang, aangezien de kansen op herstel dan groter zijn. Om verdere beschadiging van het ruggenmerg te voorkomen, wordt de patiënt liggend vervoerd. Met een speciale halskraag en platen wordt ervoor gezorgd dat de nek en wervelkolom niet meer kunnen bewegen. In sommige gevallen zijn maatregelen nodig om de vitale functies, zoals ademhaling en bloedsomloop, te ondersteunen.
De meeste patiënten hebben baat bij toediening van hoge doses corticosteroïden, zo snel mogelijk na het ontstaan van het ruggenmergletsel. Deze middelen zijn kunstmatige bijnierschorshormonen die de zwelling rond het letsel kunnen remmen en daarmee voorkomen dat het ruggenmerg nog meer wordt beschadigd. In geval van een wervelbreuk kan een operatie nodig zijn om de schade te herstellen en de wervels weer goed op elkaar te laten aansluiten. Bij een paraplegie als gevolg van een gezwel in het ruggenmerg kan het abnormale weefsel door middel van medicijnen, bestraling of een operatie worden vernietigd. Is het ruggenmerg aangetast door een infectieziekte als tuberculose, dan kan deze worden bestreden met geschikte medicijnen. Ook paraplegie ten gevolge van aandoeningen van het centrale zenuwstelsel die gepaard gaan met demyelinisatie, zoals multipele sclerose, wordt met specifieke medicijnen behandeld.
Mensen met een paraplegie kunnen baat hebben bij een revalidatieprogramma met fysiotherapie en ergotherapie. Aangezien er ook na behandeling nog klachten kunnen zijn, zullen soms bepaalde hulpmiddelen en aanpassingen op het gebied van schoenen en vervoer nodig zijn. Dankzij zenuwstimulatie, waarbij de verlamde spieren door kleine elektrische impulsen worden geactiveerd, kunnen sommige patiënten weer enigszins leren lopen of in zekere mate de controle over hun blaas en darmen terugkrijgen.
Mensen met een paraplegie die bedlegerig zijn kunnen doorligwonden (decubitus) krijgen op plaatsen waar het bot zich dicht onder de huid bevindt. Deze wonden kunnen diep zijn en soms aanleiding geven tot een infectie. Tevens kunnen zich in geval van bedlegerigheid bloedstolsels vormen in de beenaderen. Zulke stolsels kunnen losraken, door de bloedstroom worden meegevoerd en belangrijke bloedvaten naar het hart of de hersenen afsluiten, wat kan leiden tot het afsterven van weefsel.
Soms treedt er in het verlamde deel van het lichaam pijn op (neurogene pijn). Tevens is er bij een paraplegie een verhoogde kans op blaas- en longontstekingen.
Door bepaalde gevolgen van de paraplegie, zoals het verlies van controle over de blaas en darmen, met ongewild verlies van urine en ontlasting tot gevolg, kunnen psychische problemen ontstaan.
Bij een paraplegie is de prognose afhankelijk van een groot aantal factoren, waaronder de achterliggende aandoening, hoe lang de verlamming al bestaat en de tijd die is verlopen tussen de diagnose en het begin van de behandeling. Bij mensen met een lichte paraplegie kan de spierfunctie tot op zeker hoogte terugkeren door intensieve behandeling. Paraplegie als gevolg van wervelbreuken kan door behandeling tot op zekere hoogte omkeerbaar zijn. Bij paraplegie door gezwellen van het ruggenmerg of de wervelkolom kan dankzij therapie een aanmerkelijke verbetering optreden. In het geval van aandoeningen die gepaard gaan met demyelinisatie kan behandeling voor enige verbetering zorgen, maar de spieren blijven gewoonlijk zwak.
Er bestaan gelukkig steeds meer hulpmiddelen en aanpassingen waardoor de mobiliteit en zelfredzaamheid van mensen met een paraplegie toenemen.
Meer informatie
Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas.
Informatie over erfelijke spastische paraplegie
www.vsn.nl
www.kinderneurologie.eu
Informatie van de Dwarslaesie Organisatie Nederland
www.dwarslaesie.nl
Informatie van BOSK, een vereniging van en voor ouders van gehandicapte kinderen en (jong)volwassenen met een handicap
www.bosk.nl
Informatie voor mensen met een dwarslaesie
www.spinalnet.nl
Algemene informatie over verlammingen
nl.wikipedia.org/wiki/Verlamming
nl.wikipedia.org/wiki/Parese
Hijdra, A., Koudstaal, P.J. and Roos, R.A.C. (2003), Neurologie, 3rd ed, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen.
(Engels) Gorman, P.H. (2002), “An update on functional electrical stimulation after spinal cord injury”, Neurorehabil Neural Repair, vol. 14, no. 4, pp. 251-263 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Jacobs, P.L. and Nash, M.S. (2001), “Modes, benefits, and risks of voluntary an electrically induced exercise in persons with spinal cord injury”, J Spinal Cord Med, vol. 24, no. 1, Spring, pp. 10-18 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Kossmann, T., Payne, B., Stahel, P.F. et al (2000), “Traumatic paraplegia: surgical measures”, Schweiz Med Wochenschr, vol. 130, no. 22, June, 816-828 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) National Institute for Neurological Disorders and Stroke (2005), NINDS Hereditary Spastic Paraplegia Information Page, [Online], [Accessed: 2005, March 16] (USA)
www.ninds.nih.gov
Allen, C.M.C. and Lueck, C.J. (1999), Diseases of the Nervous System, in: Haslett, C., Chilvers, E.R., Hunter, J.A.A. and Boon, N.A. (eds), Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th ed, Churchill Livingstone, Philadelphia. (Engels)
Aminoff, M.J. and Olney, R.K. (2001), Weakness, Myalgias, Disorders of Movement and Imbalance, in: Braunwald, E., Fauci, A.S., Kasper, D.L., Hauser, S.L., Longo, D.L. and Jameson, J.L. (eds), Harrison’s Principles of Internal Medicine, vol. 2, 15th ed, McGraw-Hill, New York. (Engels)
Byrne, T.N. and Waxman, S.G. (2000), Paraplegia and Spinal Cord Syndromes, in: Bradley, W.G., Daroff, R.B., Fenichel, G.M. and Marsden, C.D. (eds), Neurology in Clinical Practice, vol. 1, 3rd ed, Butterworth Heinimann, Oxford. (Engels)
Clarke, A.W. (2002), Neurological Disease, in: Kumar, P. and Clark, M. (eds), Kumar and Clark Clinical Medicine, 5th ed, W.B. Saunders Company, Edinburgh. (Engels)
Ropper, A.H. (2001), Traumatic Injuries of the Head and Spine, in: Braunwald, E., Fauci, A.S., Kasper, D.L., Hauser, S.L., Longo, D.L. and Jameson, J.L. (eds), Harrison’s Principles of Internal Medicine, vol. 2, 15th ed, McGraw-Hill, New York.
Rowland, L.P. (2000), Syndromes Caused by Weak Muscles, in: Rowland, L.P. (ed), Merritt’s Neurology, 10th ed, Lippincott Williams and Wilkin’s, London.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 08/09/2008
Disclaimer