- Inleiding
- Manier van onderzoeken
- Werkwijze schildklierscan
- Werkwijze uptakescan
- Werkwijze bijschildklierscan
- Werkwijze bijnierschorsscan
- Bijniermergscintigrafie (MIBG-scan)
- Complicaties van scintigrafie
- Meer informatie
Inleiding
Het hormoonstelsel (endocriene systeem) bestaat uit klieren en organen die hormonen maken. Het bloed verspreidt de hormonen naar bepaalde delen van het lichaam. Daar voeren ze hun functie uit. Het hormoonstelsel is een ingewikkeld systeem waarbij veel organen betrokken zijn. In het hormoonstelsel kunnen veel aandoeningen voorkomen.
Scintigrafie is een beeldvormend onderzoek. Bij scintigrafie gebruikt de arts kleine hoeveelheden radioactieve stoffen om organen te kunnen zien. Dit heet ook wel een nucleair onderzoek of een nucleaire scan.
Manier van onderzoeken
De onderzoeker dient de stoffen toe, meestal met een infuus. Een specifiek orgaan neemt die radioactieve stoffen op. Een gammacamera vangt de radioactieve straling op en geeft die weer. De artsen gebruiken dat beeld voor het onderzoek.
Scintigrafie vindt plaats op de afdeling Nucleaire Geneeskunde. De behandelend arts vertelt de patiënt de uitslag van de scintigrafie.
Met scintigrafie kunnen de volgende organen onderzocht worden: schildklier, bijschildklier en bijnierschors.
Werkwijze schildklierscan
Bij een schildklierscintigrafie (of schildklierscan) kijken de artsen naar de grootte en vorm van de schildklier. Arts en patiënt maken voor het onderzoek afspraken over een jodiumvrij dieet en tijdelijk stoppen met schildkliermedicijnen. Deze afspraken verschillen per ziekenhuis.
De patiënt gaat op zijn rug op de onderzoekstafel liggen. De behandelaar brengt een infuus in. Daarmee dient hij radioactief technetium toe. Na ongeveer 15 minuten is dit opgenomen door de schildklier en worden de foto’s gemaakt met de gammacamera. Een allergie voor jodium is geen bezwaar voor dit onderzoek.
Werkwijze uptakescan
Bij een uptakescan kijkt de arts hoeveel radio-actief jodium wordt opgenomen door de schildklier. Samen met de arts besluit de patiënt over een jodiumvrij dieet en tijdelijk stoppen met schildkliermedicijnen. Per ziekenhuis worden andere afspraken gemaakt.
Bij dit onderzoek neemt de patiënt een capsule met radioactief jodium in. Na drie uur wordt de eerste foto gemaakt met de gammacamera. Tijdens de drie uur wachttijd hoeft de patiënt niet in het ziekenhuis te blijven. De volgende dag wordt nog een foto gemaakt. Een foto maken duurt ongeveer tien minuten.
Werkwijze bijschildklierscan
Met een bijschildklierscan ziet de arts hoe groot de bijschildklieren zijn waar ze liggen. Met een scan kan de arts achterhalen of de bijschildklier te snel werkt.
Patiënten mogen sommige geneesmiddelen tijdelijk niet gebruiken voordat ze onderzocht worden. Een arts of verpleger legt uit om welke medicijnen het gaat. Patiënten mogen wel normaal eten en drinken.
De patiënt gaat op zijn rug op de onderzoekstafel liggen en krijgt een infuus. Hiermee wordt een radioactieve stof toegediend. Vervolgens worden een half uur lang foto’s gemaakt. Vaak maken de onderzoekers na een uur en na twee uur nogmaals foto’s. De totale duur van het onderzoek is dus ongeveer drie uur.
Werkwijze bijnierschorsscan
Met bijnierschorsscan kijkt de arts naar gezwellen in de bijnierschors of naar functiestoornissen van de bijnier. Van tevoren maakt de arts afspraken met de patiënt over welke geneesmiddelen hij wel of niet mag gebruiken voor het onderzoek.
Tijdens het onderzoek brengt de arts een infuus in. Daarmee wordt een radioactieve vorm van cholesterol toegediend. Het duurt even voordat dit is opgenomen in de organen.
Meestal worden gedurende de week na de injectie op verschillende momenten foto’s gemaakt. De hoeveelheid foto’s hangt af van de resultaten van de eerste foto’s en van de reden van het onderzoek. Een foto nemen duurt ongeveer een uur.
Bijniermergscintigrafie (MIBG-scan)
Artsen gebruiken MIBG-scans om gezwellen van het bijniermerg aan te tonen, zoals het neuroblastoom bij (soms jonge) kinderen of een feochromocytoom . Van tevoren maken arts en patiënt afspraken over welke medicijnen gebruikt kunnen worden voor het onderzoek en welke niet.
Met een injectie brengt de arts een radioactieve stof (MIBG) in het bloed. Het duurt even voordat de organen deze stof hebben opgenomen. In een periode van tien dagen na de injectie, maakt de arts diverse foto’s.
Dat gebeurt op verschillende tijdstippen, afhankelijk van de reden van het onderzoek en de resultaten van de eerste foto’s. Het maken van de foto’s duurt een uur.
Complicaties van scintigrafie
Een scintigrafie richt geen schade aan. Bij dit onderzoek wordt heel weinig van de radioactieve stoffen gebruikt. Bovendien blijven de stoffen kort in het lichaam. Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, overleggen met de arts of het onderzoek wel uitgevoerd kan worden.
Een scintigrafie moet uitgesteld worden als de patiënt de afgelopen twee maanden een röntgenonderzoek met contrastvloeistof heeft gehad.
Meer informatie
Patiënteninformatie van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde
http://www.nvng.nl/onderzoeken
Patiëntenfolders van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis Nijmegen
http://www.cwz.nl/endocriene-klierenschildklier.html
Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 01/05/2012
Disclaimer