Immunisaties en vaccinaties

Inleiding

We komen iedere dag in contact met verschillende virussen, bacteriën en andere micro-organismen. Die kunnen het lichaam binnendringen en ziekten veroorzaken. Om infecties en schade aan het lichaam te voorkomen zijn er verschillende verdedigingsmechanismen in het lichaam. Deze verdedigingsmechanismen worden het afweersysteem of immuunsysteem genoemd. Een van deze verdedigingsmechanismen is de productie van zogenaamde 'antistoffen'. Dit zijn eiwitten die ziekteverwekkers kunnen bestrijden. Door vaccinatie (ook wel actieve immunisatie genoemd) kan worden bereikt dat ons lichaam beter en sneller in staat is de juiste antistoffen te produceren. Ook kunnen kant-en-klare antistoffen (immunoglobulinen) worden geïnjecteerd om het lichaam te helpen bij de bestrijding van een bepaalde ziekteverwekker (passieve immunisatie).

Actieve immunisatie

Antistoffen worden geproduceerd door een groep gespecialiseerde witte bloedcellen, de lymfocyten. Deze antistoffen worden gemaakt wanneer er stoffen die van buiten het lichaam komen in het lichaam zijn. Voorbeelden van zulke ‘vreemde’ stoffen zijn virussen of bacteriën. De antistoffen vallen de vreemde stoffen aan en vernietigen deze. Een belangrijk kenmerk van dit afweersysteem is dat het 'onthoudt' welke vreemde stof de reactie op gang bracht. Dit betekent dat de immuunreactie sneller en krachtiger kan zijn wanneer de vreemde stof voor de tweede keer het lichaam binnendringt. Van dit kenmerk kan gebruik worden gemaakt om de afweerreactie tegen een bepaalde ziekteverwekker te versterken. Daartoe worden geïnactiveerde vreemde stoffen in het lichaam ingespoten. Zo'n geïnactiveerde of afgezwakte vreemde stof is zodanig veranderd dat het geen echte infectie veroorzaakt maar wel het immuunsysteem kan activeren. Het immuunsysteem onthoudt om welke vreemde stof het gaat, en zal een onmiddellijke reactie geven wanneer dezelfde stof het lichaam nog een keer aanvalt.

Passieve immunisatie

Bij passieve immunisatie wordt niet de productie van antistoffen gestimuleerd, maar worden er rechtstreeks antistoffen in het menselijk lichaam gespoten. Deze antistoffen, ook wel immunoglobinen genaamd, worden verkregen uit menselijke donoren. Passieve immunisatie wordt vooral toegepast wanneer de infectie al heeft plaatsgevonden en de patiënt zeer snel afweer moet opbouwen, bijvoorbeeld ter voorkoming van hondsdolheid na een beet van een zieke hond.

Vaccinatie voor kinderen

In Nederland worden kinderen volgens het schema van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd. De eerste inentingen worden gegeven op de leeftijd van twee maanden, daarna volgen vaccinaties wanneer het kind 3, 4, 11 en 14 maanden en 4 en 9 jaar oud is. Het HPV (humaan papillomavirus)-vaccin wordt vanaf september 2009 gegeven bij meisjes vanaf 12 jaar. Hierbij gaat het om drie injecties in een periode van een half jaar. De vaccins die worden gegeven zijn:

  • DKTP, tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio;
  • Hib, tegen Haemophilus influenza type b, een bacterie die onder andere hersenvliesontsteking kan veroorzaken;
  • BMR, tegen bof, mazelen en rode hond;
  • Men C, tegen de vorm van hersenvliesontsteking die wordt veroorzaakt door de meningokok type C;
  • HepB, tegen hepatitis B (leverontsteking). Vanaf 1 augustus 2011 krijgen alle kinderen het vaccin aangeboden.
  • pneu, een vaccinatie tegen pneumokokken is alleen voor kinderen die op of na 1 april 2006 zijn geboren. Deze bacterie kan longontsteking en bloedvergiftiging veroorzaken.
  • humaan papillomavirus (HPV) , tegen baarmoederhalskanker.

Vaccinatie voor reizigers

Welke vaccins nodig zijn voor een reis is afhankelijk van het doel van de reis, van de landen die bezocht worden en, in sommige gevallen, van de gezondheidstoestand van de reiziger. De volgende vaccins kunnen, onder andere, nodig zijn:

  • DTP, tegen difterie, tetanus en polio, afhankelijk van wanneer dit vaccin voor het laatst is gegeven;
  • buiktyfus;
  • cholera;
  • gele koorts;
  • hepatitis A (eventueel B), tegen leverontsteking;
  • meningokokken, tegen bepaalde vormen van hersenvliesontsteking;
  • BCG, tegen tuberculose;
  • rabiës, tegen hondsdolheid;
  • Japanse encefalitis, tegen een bepaalde vorm van hersenontsteking;
  • tekenencefalitis, idem.
Deze lijst bevat niet alle inentingen, voor sommige gebieden kunnen specifieke vaccins nodig zijn. Een vaccinatieadvies moet altijd zijn afgestemd op de persoonlijke situatie van de reiziger. Begin bij voorkeur op tijd met vaccineren omdat het afweersysteem enige tijd nodig heeft een aantoonbare weerstand op te bouwen. Maar ook vaccins die vlak voor een reis worden gegeven bieden bescherming. Het is dus nooit te laat om zich zelfs op het laatste moment te laten vaccineren.


Kijk voor meer informatie op de wereldbol en selecteer het land waar u naar toe reist.

Andere vaccins

Het is raadzaam voor mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en sommige andere sectoren zich te laten vaccineren tegen Hepatitis B, een besmettelijke vorm van leverontsteking. Wanneer een verwonding (snij- schaaf- of bijtwond) optreedt zijn mogelijk een of meerdere tetanusinjecties nodig. Ook voor bepaalde beroepsgroepen, bijvoorbeeld hoveniers, kan een regelmatige tetanusinenting zinvol zijn. Voor ouderen en mensen met chronische aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten en longaandoeningen is een jaarlijkse griepvaccinatie aan te raden. Mensen bij wie de milt is verwijderd doen er verstandig aan zich tegen pneumokokken (de bacterie die onder meer longontsteking en bloedvergiftiging kan veroorzaken) te laten inenten.

Meer informatie

www.rivm.nl
Informatie over het Rijksvaccinatieprogramma

www.lcr.nl
Informatie van het Landelijk Coordinatiecentrum Reizigersadvisering

Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 01/09/2011

Disclaimer