Bouw van het bekken, de heup, het been en de voet

Bouw van het bekken en de heup

Het bekken is een grote ring van bot die aan de bovenkant de ruggengraat ondersteunt, aan de onderkant de onderste ledematen met het lichaam verbindt en verder de organen in het bekkengebied beschermt. Het bestaat uit vier botten: twee heupbeenderen en de onderste twee botten van de ruggengraat, namelijk het heiligbeen en het stuitbeen of staartbeen. De heupbeenderen bestaan uit drie delen: darmbeen, zitbeen en schaambeen. Het heiligbeen bestaat op vroege leeftijd nog uit vijf losse fragmenten die bij volwassenen tot één bot zijn samen gegroeid. Ook het stuitbeen bestaat in het begin nog uit vier losse delen van de ruggengraat, die na verloop van tijd tot één bot samengroeien.

Het heupgewricht is een kop-komgewricht, waarbij de kop van het dijbeen in de uitholling van de heupkom ligt.

Het bekken brengt het gewicht van de ruggengraat over op het dijbeen, het beschermt de organen in de bekkenholte, zoals de darmen en de geslachtsorganen, en het zorgt voor aanhechtingspunten voor de spieren van de romp en de onderste ledematen.

Bouw van het been

Eigenlijk is het been alleen het gedeelte tussen de knie en de enkel, maar meestal wordt het woord been gebruikt voor het hele lichaamsdeel van heup tot enkel. Het been is opgebouwd uit: bot, spieren, kraakbeen gewrichten, pezen en slijmbeurzen.

De belangrijkste botten in het been zijn de drie lange botten: het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen. Het vierde belangrijke bot van het been is de knieschijf, dat over de kniegewrichten heenligt en deze zo beschermt. De botten zijn met elkaar verbonden door middel van gewrichten. Alle botten zijn bedekt met verschillende spieren, die weer aan de botten zijn gehecht met pezen. Tussen de botten en de spieren liggen met vloeistof gevulde slijmbeurzen. Zij zorgen dat de bewegingen van de gewrichten soepel en gemakkelijk gaan en vormen een kussen tussen de gebieden van de botten, spieren en pezen die onder druk staan.

De botten in het been zijn met elkaar verbonden door middel van drie gewrichten; het heupgewricht, het kniegewricht en het enkelgewricht.

Het heupgewricht verbindt het dijbeen met het bekken. Dit is een kop-komgewricht. Het kniegewricht en het enkelgewricht zijn scharniergewrichten. De botten worden bovendien bij elkaar gehouden door sterke kapsels die over de gewrichtsholte heenliggen.

Bouw van de voet

De voet bestaat in totaal uit 26 verschillende botten en 33 gewrichten die bij elkaar worden gehouden door spieren, pezen, kraakbeen en slijmbeurzen.

We onderscheiden de zeven botten van de voetwortel, de vijf middenvoetsbeenderen en de veertien botten van de tenen. De voetwortel vormt de achterkant van de voet en bestaat uit de zeven botten: het hielbeen, het sprongbeen, twee voetwortelbenen en drie voetwortelbeenderen.

Het sprongbeen vormt met de twee botten van het onderbeen, het scheenbeen en het kuitbeen), het enkelgewricht. Tijdens het lopen brengt het sprongbeen ongeveer de helft van het lichaamsgewicht over op het hielbeen en de andere helft op de andere voetwortelbeenderen.

Meer informatie

Informatie over het bekken, been en de voet
nl.wikipedia.org/wiki/Bekken_(anatomie)
nl.wikipedia.org/wiki/Been_(ledemaat)
nl.wikipedia.org/wiki/Voet_(anatomie)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 12/11/2009

Disclaimer