Inleiding
Verziendheid is een brekingsafwijking (ook refractieafwijking genoemd) van het oog. waarbij de lichtstralen geprojecteerd worden achter het netvlies in plaats van er precies op. Verziende mensen zien zonder correctie veraf beter dan dichtbij.
Verziendheid komt voor bij ongeveer 40 procent van de westerse bevolking voor maar bij de meeste mensen is de afwijking zo gering dat klachten (vooral leesklachten) pas ontstaan op latere leeftijd (rond 35 tot 40 jaar).
Oorzaak
Om goed te kunnen zien is het noodzakelijk dat lichtstralen precies op het netvlies achter in het oog vallen. De lichtstralen bereiken als rechte lijnen het oog. Door het hoornvlies en de lens worden deze stralen gebogen. De stralen die boven (aan de kant van het voorhoofd) in het oog vallen, worden naar beneden afgebogen. De stralen die beneden in het oog vallen (aan de kant van de wangen) worden naar boven afgebogen. Lichtstralen van rechts worden naar links afgebogen en lichstralen van links worden naar rechts afgebogen. De stralen die midden in het oog binnenvallen, worden niet gebogen en gaan rechtdoor. Alle stralen komen op deze manier op één punt samen. Dit punt wordt het brandpunt genoemd. Normaal gesproken bevindt dit brandpunt zich precies op het netvlies waardoor scherp gezien wordt.
Bij verziende mensen valt het brandpunt echter achter het netvlies. Dit kan twee oorzaken hebben:
- De lens en het hoornvlies buigen de lichstralen te weinig
- Het oog is te klein
Tijdens de jeugdjaren groeit het oog zoals andere organen volgens een bepaald groeipatroon dat als het ware voorgeprogrammeerd is en grotendeels erfelijk bepaald is. Bij een aantal mensen groeit het oog niet voldoende uit zodat verziendheid ontstaat.
Meestal verschillen beide ogen niet zoveel van elkaar in verziendheid maar in uitzonderlijke gevallen is maar één oog verziend of is het verschil in verziendheid van beide ogen zeer groot (anisometropie). In dit geval bestaat een behoorlijke kans op het ontwikkelen van een lui oog (amblyopie).
De klachten bij verziende mensen ontstaan meestal pas op de leeftijd van 35 tot 40 jaar. Dat komt omdat op dat moment de mogelijkheden om te accomoderen fors zijn afgenomen. Bij verziendheid moeten de accomodatiespiertjes aangespannen worden om voorwerpen op afstand scherp in beeld te brengen, en hoe hoger de verziendheid, hoe meer accomodatie uitgevoerd moet worden. Wanneer verziende mensen (zonder correctie) een voorwerp dichtbij goed willen zien, moeten zij nog een extra hoeveelheid accomoderen. Het vermogen om te accomoderen vermindert gedurende het hele leven: jonge kinderen kunnen makkelijk meer dan 10 dioptrieën accomoderen, op de leeftijd van 40-45 jaar (leeftijd van eerste leesbril bij meeste mensen) is deze hoeveelheid reeds verminderd tot ongeveer 3 dioptrieën. Klachten bij verziendheid ontstaan pas wanneer de hoeveelheid accomodatievermogen ontoereikend wordt. Hoe hoger de verziendheid hoe sneller klachten zullen optreden. Klachten treden eerst op bij dichtbij kijken, daarna ook op afstand.
Verschijnselen
Verziendheid kan met een aantal verschijnselen gepaard gaan. Dit zijn:
- Hoofdpijn en vermoeidheid
Bij het uitvoeren van visuele taken (zoals lezen, beeldscherm werken) gaat de continue inspanning om de accomodatiespiertjes aan te spannen gepaard met vage klachten van vermoeide ogen, spanningsgevoel rond de ogen en hoofdpijn. - Wazig zien
Er ontstaat een onscherp beeld van voorwerpen dichtbij. Verziende mensen hebben op eerdere leeftijd dan gemiddeld (45 jaar) een leesbril nodig om kleine druk te kunnen lezen. Enkele jaren na het optreden van leesklachten, kan ook het zicht op afstand (bv. televisie) wazig worden. In het begin treden deze klachten van wazig zien vooral op bij vermoeidheid of bij lang volgehouden visuele inspanning (lezen, beeldscherm, televisie enz.) Soms wordt dit onscherp beeld als een soort dubbelbeeld ervaren (een beeld met een dubbele rand). Hoe sterker de verziendheid hoe jonger de leeftijd waarop deze klachten optreden. - Scheelzien
Jonge kinderen kunnen nagenoeg onbeperkt accomoderen ter compensatie van hun verziendheid en hebben dus weinig of last van slechter zien, maar soms gaat dit accomoderen gepaard met convergentie van de ogen (binnenwaartse beweging van de ogen, naar de neus toe), waardoor esotropie of convergent scheelzien ontstaat.
Diagnose
De opticien, optometrist of oogarts kan verziendheid vaststellen door een refractieonderzoek. Eerst wordt een objectief onderzoek gedaan met behulp van een autorefractor of met skiascopie. Bij kinderen of jonge volwassenen die sterk de neiging hebben tot accommoderen (aanspannen van inwendige oogspiertjes waardoor de lichtbreking verandert) is het nodig om vooraf pupilverwijdende druppeltjes toe te dienen die de inwendige oogspiertjes tijdelijk verlammen om een betrouwbare meting te kunnen uitvoeren. Na het objectief onderzoek wordt een subjectief onderzoek gedaan waarbij glaasjes met aangepaste sterkte voor het oog gehouden worden en gevraagd wordt een letter, cijfer of figuur op afstand (van 3 tot 6 meter) te lezen. Meestal wordt een keuze van twee verschillende glaasjes gegeven en wordt gevraagd aan te geven met welk glaasje het zicht het beste is.
Bij scheelzien van kinderen is orthoptisch onderzoek aangewezen.
Behandeling
Verziendheid kan behandeld worden met brilglazen, met contactlenzen of met refractiechirurgie.
Brilglazen en contactlenzen
Bolle brilglazen en contactlenzen met “plus” sterkte vermeerderen de breking van de lichtstralen zodat het beeld niet meer achter maar op het netvlies geprojecteerd wordt. Brilglazen hebben vooral bij hogere verziendheid het nadeel dat het beeld vergroot en vervormd wordt (“jampot” glazen). Bij aanzienlijk verschil in brilsterkte tussen beide ogen kan dit verschil in beeldgrootte erg vervelend zijn. Bij een bril is bij hoge verziendheid het gezichtsveld opzij bovendien ook beperkt door het montuur en de perifere beeldvervorming van het glas. Contactlenzen hebben dit nadeel niet maar hebben meer onderhoud nodig en leiden bij langdurig gebruik vaak tot problemen door allergische reactie op lenzen of contactlensvloeistoffen of door bloedvatnieuwvorming aan de rand van het hoornvlies. Bovendien geven contactlenzen, zeker bij slechte hygiëne, meer kans op infecties van het oog.
Refractiechirurgie
Sinds enkele jaren zijn een aantal chirurgische technieken ontwikkeld ter correctie van de verziendheid. In het algemeen kan men stellen dat deze chirurgische technieken minder goed ontwikkeld zijn voor de correctie van de verziendheid dan voor bijziendheid; in het eerste geval is er minder kans op een stabiel perfect resultaat en meer kans op complicaties. De keuze van de techniek wordt bepaald door het type en de maat van brekingsafwijking, door de ervaring van de chirurg met de specifieke technieken en door de wens van de patiënt. De meest gebruikte huidige technieken zijn onder te verdelen in lasertechnieken en niet-lasertechnieken.
De gebruikte lasertechnieken zijn:
- PRK (fotorefractieve keratectomie)
Geschikt tot ongeveer +4,5 dioptrieën verziendheid. - LASIK (laser-assisted-in-situkeratomileusis)
Geschikt tot tot ongeveer +5 dioptrieën verziendheid. - LASEK (laser epithelial keratomileusis)
Geschikt tot ongeveer +4,5 dioptrieën verziendheid. - Holmium-Yag laser
Dit is een techniek waarbij het hoornvlies plaatselijk geschrompeld wordt door toediening van hitte, met toename van de kromming en brekingssterkte van het hoornvlies tot gevolg. Deze techniek geeft matige voorspelbaarheid en het effect blijkt ook vaak na een tijd te verminderen, zodat het nog weinig toegepast wordt.
De gebruikte niet-lasertechnieken zijn:
- Intra-oculaire lenzen
Geschikt voor verziendheid tot ongeveer +17 dioptrieën. - Heldere lensextractie
Geschikt voor verziendheid hoger dan ongeveer +3 dioptrieën.
Refractiechirurgie betekent eigenlijk een vrij ingrijpende en onomkeerbare ingreep uitvoeren op of in een oog dat (op een refractie-afwijking na) “gezond” is. Het is daarom van het grootste belang om de mogelijke risico’s van een dergelijke ingreep in te calculeren. De meeste complicaties kunnen met succes behandeld worden, in een enkel geval kan de kwaliteit van het zicht onomkeerbaar achteruitgaan of zelfs verloren gaan. De kansen op dergelijke complicaties dienen afgewogen te worden tegenover de last en ongemakken van de verziendheid. Mogelijke hinder veroorzaakt door verziendheid kan zijn: cosmetische bezwaren tegen het dragen van een bril (“jampot” glazen bij hoge bijziendheid), beperktheid van het gezichtsveld wanneer men een bril draagt bij zeer hoge verziendheid, het ongemak van een bril of van een contactlens bij het sporten, intolerantie voor contactlenzen of onderhoudsvloeistoffen, de hoge eisen voor ongecorrigeerde visus in bepaalde beroepsgroepen zoals bij piloten.
Een ander aspect van behandeling van verziendheid waarvan u van tevoren op de hoogte moet zijn, is dat ook indien de behandeling optimaal wordt uitgevoerd, d.w.z. de brilsterkte op “0” terugbrengt, vanaf de leeftijd van 40-45jaar een leesbril noodzakelijk blijft om kleine lettertjes te kunnen lezen.
Het is ook goed om vooraf te weten dat het gezichtsvermogen ook na een succesvolle behandeling schijnbaar iets achteruitgaat in vergelijking met het gezichtsvermogen voor de behandeling met de bril. Dit is het gevolg van het verdwijnen van de vergrotingsfactor van de (plus) brilglazen die nu niet meer nodig zijn.
Prognose
Vanwege de afname van het vermogen tot accomoderen nemen de klachten van verziendheid in de loop van het leven toe.
Meer informatie
Informatie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
www.oogheelkunde.org
Informatie van het Oogcentrum Deventer over contactlenzen
www.oogartsen.nl
Informatie van het Oogcentrum Deventer
www.oogartsen.nl
J.P. Cleveringa, J.M.T. Oltheten, G.H. Blom, M.E.J.M. Baggen, Tj. Wiersma.
Bron: Eric Feron Copyright: Medic Info Datum: 10/01/2008
Disclaimer