Inleiding
Andere vormen van huidkanker ontstaan uit andere huidcellen dan melanomen en bestaan onder meer uit het plaveiselcelcarcinoom, basaalcelcarcinoom, Kaposi-sarcoom, cutaan lymfoom en de adnextumor. Een plaveiselcelcarcinoom ontstaat uit de keratinocyten, een bepaald soort huidcellen, terwijl een basaalcelcarcinoom wordt gevormd in de onderste cellen van de huid. Adnextumoren zijn zeldzaam en ontstaan uit haarfollikels of zweetklieren. Cutane lymfomen zijn gezwellen van T-helpercellen, dit zijn bepaalde cellen van het afweersysteem. Het plaveiselcel- en basaalcelcarcinoom zijn de meest voorkomende vormen huidkanker en komen vaker voor bij mannen. Het basaalcelcarcinoom vormt ongeveer zeventig procent van alle vormen van huidkanker, terwijl het plaveiselcelcarcinoom verantwoordelijk is voor twintig procent. Het plaveiselcelcarcinoom komt het meest vaak voor na de veertig en in Australië. Een basaalcelcarcinoom ontstaat meestal bij blanken en komt vaker voor in de Verenigde Staten en Australië, meestal bij ouderen.
Oorzaken
De oorzaken van andere vormen van huidkanker bestaan uit verschillende factoren, waarvan periodieke en overmatige blootstelling aan zonlicht en ultraviolet licht één van de belangrijkste is. Andere risicofactoren die in verband worden gebracht met de ontwikkeling van deze vormen van huidkanker zijn een hogere leeftijd, witte huid, blauwe ogen en rood haar. Daarnaast hebben mensen die nauwelijks bruin worden of in de buitenlucht werken ook een hogere kans op huidkanker. Plaveiselcelcarcinomen kunnen daarnaast optreden op huidgedeelten waar verwondingen zijn ontstaan zoals brandwonden , littekens , zweren en op huid die eerder heeft blootgestaan aan röntgenstralen, bepaalde chemicaliën of de metaalverbinding arseen. Bepaalde virusinfecties, zoals het humaan papillomavirus (HPV) en aids, worden tevens in verband gebracht met het ontstaan van een plaveiselcelcarcinoom. Huidaandoeningen, zoals lupus erythematodes, diepe schimmelinfecties, lichen planus en congenitale ichtyose, kunnen tevens de vatbaarheid voor een plaveiselcelcarcinoom vergroten. Tenslotte is er een grote kans dat huidafwijkingen zoals actinische keratose kwaadaardig worden en overgaan in een plaveiselcelcarcinoom.
Verschijnselen
Een basaalcelcarcinoom verspreidt zich geleidelijk naar omliggende huid maar zaait zelden uit naar andere lichaamsdelen. Een basaalcelcarcinoom komt voor op delen van het lichaam die blootstaan aan de zon en tevens op bepaalde gedeelten van het oog en achter het oor. Een basaalcelcarcinoom heeft kenmerken als doorzichtigheid, zweervorming en opgerolde randen.
Een plaveiselcelcarcinoom ziet eruit als een snelgroeiend, wratachtig knobbeltje met gele of rode randen. Rond dit knobbeltje is vaak een ontsteking zichtbaar. Een plaveiselcelcarcinoom komt vaak voor op huidgedeelten die aan de zon blootstaan, zoals gezicht, oren, nek, lippen en handruggen.
Een plaveiselcelcarcinoom dringt tevens binnen in omringende huid maar in tegenstelling tot een basaalcelcarcinoom zaait deze vorm van huidkanker wel uit naar andere organen. Dit gebeurt echter meestal pas wanneer de kanker vrij grote afmetingen heeft. Tevens kan een plaveiselcelcarcinoom onderliggend kraakbeen of bot binnendringen.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Bij de voorgeschiedenis komen onder meer vragen aan de orde over het voorkomen van huidkanker in de familie en de duur en groeisnelheid van de huidafwijking. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht dat nauwkeurige observatie en onderzoek van de huidafwijking omvat. Dit onderzoek is belangrijk om de precieze locatie en grootte en de verbinding met de onderliggende structuren, zoals spieren, kraakbeen of bot, vast te stellen. Vervolgens vindt een biopsie van de afwijking plaats en kunnen beeldvormende onderzoeken, zoals CT- of MRI-scans, worden uitgevoerd.
Behandeling
Het doel van de behandeling is complete verwijdering van de huidkanker. In het geval van een basaalcelcarcinoom is het van belang tegen te gaan dat plaatselijk opnieuw huidkanker ontstaat en in het geval van plaveiselcelcarcinoom worden uitzaaiingen voorkomen. Een aantal factoren wordt in overweging genomen bij de keuze van de behandeling, zoals leeftijd en algemene gezondheidstoestand van de patiënt en grootte, locatie, diepte en type huidkanker. Mogelijke behandelingen van huidkanker zijn curettage, elektrodesiccatie, operatie, bestraling, lasertherapie, cryochirurgie en chemotherapie.
Curettage en elektrodesiccatie kunnen worden overwogen voor de behandeling van uitgebreide oppervlakkige vormen van huidkanker. Elektrodesiccatie is een ingreep waarbij kankercellen met elektrische stroom van hoge frequentie worden vernietigd. Een operatie is de belangrijkste behandelingsoptie voor huidkanker, waarbij de gehele afwijking met een rand gezonde huid wordt verwijderd. Bestraling en chemotherapie zijn te overwegen voor grote afwijkingen die naar andere delen van het lichaam zijn uitgezaaid, zoals in geval van een plaveiselcelcarcinoom. Bestraling is tevens een mogelijke behandeling voor huidkanker waarbij behoud van omliggende normale weefsels noodzakelijk is, zoals afwijkingen op het ooglid, de neus en oren. Na uitgebreide operatieve verwijdering van de huidkanker wordt door middel van pathologisch onderzoek bekeken of voldoende weefsel rondom de afwijking is verwijderd.
Complicaties
Een basaalcelcarcinoom kan de omliggende weefsels binnendringen en vernietigen en zo misvormingen veroorzaken. Tevens kan een basaalcelcarcinoom terugkeren.
Een plaveiselcelcarcinoom blijft meestal enige tijd beperkt tot de bovenste huidlagen maar dringt, indien onbehandeld, uiteindelijk door in de onderliggende weefsels zoals kraakbeen en bot. Tevens kan een plaveiselcelcarcinoom uitzaaien naar verder weg gelegen weefsels en organen, wat uiteindelijk de dood tot gevolg kan hebben.
Voorzorgsmaatregelen
Aangezien de belangrijkste factor voor het ontstaan van huidkanker blootstelling aan UV-licht en zonnestralen is, moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om de blootstelling hieraan te beperken. Het is raadzaam geregeld zonnefilters te gebruiken en beschermende kleding te dragen. Daarnaast is het verstandig niet onder de zonnebank te gaan en blootstelling aan de zon rond het middaguur te vermijden. Mensen met een groter risico op huidkanker doen er goed aan zich regelmatig te laten controleren.
Meer informatie
Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas
Informatie van huidartsen over het plaveiselcelcarcinoom
www.huidarts.info/
www.huidinfo.nl/
www.huidarts.com/
www.huidconsult.nl/
Informatie van huidartsen over het basaalcelcarcinoom
www.huidarts.info/
www.huidinfo.nl/
www.huidziekten.nl/
www.huidarts.com/
www.huidconsult.nl/
Algemene informatie over het plaveiselcelcarcinoom
http://nl.wikipedia.org/wiki/Plaveiselcelcarcinoom
www.merckmanual.nl/
www.nki.nl/Ziekenhuis/Patienten/Kanker+en+Behandeling/Soorten+kanker/Plaveiselcelcarcinoom.htm
Algemene informatie over het basaalcelcarcinoom
http://nl.wikipedia.org/wiki/Basaalcelcarcinoom
www.nki.nl/Ziekenhuis/
www.cbo.nl/
Informatie over plaveiselcel- en basaalcelcarcinoom
www.rivm.nl/
Foto’s van een plaveiselcelcarcinoom
www.huidinbeeld.nl
Foto’s van een basaalcelcarcinoom
www.huidinbeeld.nl
Acarturk, T. O. and Edington, H. (2005), “Nonmelanoma skin cancer”, Clin Plast Surg. vol. 32, no. 2, pp. 237-248.
Annessi, G. and Baliva, G. (1996), “Basal Cell And Squamous Cell Carcinomas. Clinico-Histological Features”, Ann Ist Super Sanita, vol. 32, no. 1, pp. 29-36.
Armstrong, B.K. and Kricker, A. (2001), “The Epidemiology Of UV Induced Skin Cancer”, J Photochem Photobiol B, vol. 63, no. 1-3, Oct, pp. 8-18.
Lear, J.T. and Smith, A.G. (1997), “Basal Cell Carcinoma”, Postgrad Med J, vol. 73, no. 863, Sep, pp. 538-42.
Mackie, R.M. and Quinn, A.G. (2004), Non-melanoma Skin Cancer and Other Epidermal Skin Tumours, in: Burns, T., Breathnach, S., Cox, N., and Griffiths, C. (eds), Rook’s Textbook Of Dermatology, 7th ed, vol. 2, Blackwell Science, Oxford.
Morrison, W.H., Garden, A.S. and Ang, K.K. (1997), “Radiation Therapy For Nonmelanoma Skin Carcinomas”, Clin Plast Surg, vol. 24, no. 4, Oct, pp. 719-29.
Nguyen, T.H. and Ho, D.Q. (2002), “Nonmelanoma Skin Cancer”, Curr Treat Options Oncol, vol. 3, no. 3, Jun, pp. 193-203.
Schmook, T. and Stockfleth, E. (2003), “Current treatment patterns in non-melanoma skin cancer across Europe”, J Dermatolog Treat, vol. 14, Suppl 3:3-10.
TerKonda, S. P. and Perdikis, G. (2004), “Non-melanotic skin tumors of the upper extremity”, Hand Clin, vol. 20, no. 3, pp. 293-301
Carucci, J.A. and Leffell, D.J. (2003), Basal Cell Carcinoma, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol. 1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)
Grossman, D. and Leffell, D.J. (2003), Squamous Cell Carcinoma, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol. 1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)
Miller, S.J. and Moresi, J.M. (2003), Actinic Keratosis, Basal Cell Carcinoma and Squamous Cell Carcinoma, in: Bolognia, J.L., Jorizzo, J.L., Rapini, R.P., Horn, T.D., Mascaro, J.M., Saurat, J., Mancini, A.J., Salasche, S.J. and Stingl, G. (eds), Dermatology, vol. 2, Elsevier Limited, Philadelphia. (Engels)
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 01/12/2008
Disclaimer