Inleiding
De nieren zijn belangrijk omdat ze afvalproducten uit het lichaam verwijderen, de vochtbalans regelen en hormonen aanmaken.
Bij nierfalen kunnen al deze functies zijn aangetast. De medische term voor nierfalen is nierinsufficiëntie.
Oorzaken
Lang bestaande en/of slecht ingestelde suikerziekte is één van de meest voorkomende risicofactoren voor nierfalen. Ook een onbehandelde hoge bloeddruk, sikkelcelziekte, atherosclerose en nierinfecties kunnen tot nierfalen leiden. Andere oorzaken kunnen zijn een overdosis geneesmiddelen, overmatig alcoholgebruik, langdurig gebruik van pijnstillers en behandeling met sommige antibiotica. Er bestaat een acute en een chronische vorm van nierfalen.Acuut nierfalen kan zich voordoen na een gecompliceerde operatie, bij ernstige verwondingen, gebruik van bepaalde geneesmiddelen, infectieziektes of wanneer bloedvaten bij de nieren geblokkeerd of ontstoken raken. Chronisch nierfalen ontwikkelt zich geleidelijk, met weinig verschijnselen in de vroege stadia. Klachten ontstaan vaak pas wanneer de nierfunctie is afgenomen tot minder dan 25 procent van de normale capaciteit. Hoge bloeddruk, vaatziekten en diabetes vormen de meest voorkomende oorzaken van chronisch nierfalen.
Verschijnselen
Gewoonlijk geeft een verminderde nierfunctie in het begin geen klachten. In een later stadium kunnen klachten optreden als gevolg van ophoping van afvalstoffen zoals vermoeidheid, gevoelens van algeheel ziek zijn, jeuk, krampen, vergeetachtigheid, slapeloosheid, misselijkheid en verminderde eetlust. De vatbaarheid voor infecties is groter. Door problemen met de vochtbalans is zowel uitdroging, met droge mond en slijmvliezen als vochtophoping, met dikke enkels en een gezwollen gezicht, mogelijk. Door de verminderde werking maakt de nier meer hormonen aan waardoor de bloeddruk toeneemt. Ook kunnen bloedarmoede, spierzwakte, hoofdpijn en botontkalking optreden.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de verschijnselen en een lichamelijk onderzoek. Daarnaast kunnen urine-en bloedonderzoek uitwijzen hoe goed de nieren (nog) werken. Een echo, CT-scan of een MRI-scan brengt eventuele afwijkingen in beeld. Soms wordt een stukje weefsel van de nier onder de microscoop bekeken om de oorzaak van het nierfalen vast te stellen.
Behandeling
De behandeling van nierfalen is afhankelijk van de vorm. Acuut nierfalen is levensbedreigend. Behandeling met medicijnen moet meteen plaatsvinden en indien nodig moet tevens gedialyseerd worden. De oorzaak moet zo snel mogelijk worden opgespoord en verholpen. Chronisch nierfalen is helaas onomkeerbaar. De behandeling is gericht op het behoud van de resterende nierfunctie. Deze behandeling bestaat uit medicijnen, meestal gecombineerd met een zout- en eiwitarm dieet. Medicijnen die vaak worden gegeven zijn plasmiddelen om de bloeddruk en vochtophoping te verminderen, anti-jeuk middelen, vitamine D en erytropoëtine (EPO), een hormoon tegen bloedarmoede. Als 90 tot 95 procent van de nier is uitgevallen is een niervervangende behandeling nodig, zoals dialyse of een niertransplantatie.
Dialyse zorgt voor zuivering van het bloed door afvalstoffen en een overmaat aan vocht te verwijderen. Er zijn twee vormen van dialyse: hemodialyse en peritoneale dialyse. Bij hemodialyse stroomt het bloed door een kunstnier buiten het lichaam. De kunstnier zuivert het bloed op bijna dezelfde manier als eigen, gezonde nieren. Hemodialyse vindt doorgaans twee of drie maal per week plaats gedurende drie tot vijf uur. Bij peritoneale dialyse wordt het bloed in het lichaam zelf gezuiverd (peritoneum = buikvlies). Daartoe wordt de buikholte gevuld met dialysevloeistof, die via een permanent buisje in het lichaam wordt gebracht. Het overtollige vocht en de afvalstoffen passeren het buikvlies, komen zo in de dialysevloeistof terecht en verlaten via het buisje het lichaam. Dit proces wordt drie tot vijf maal per dag herhaald. Meestal kan deze behandeling zonder hulp thuis of elders worden uitgevoerd. Door de vorderingen op het gebied van orgaantransplantatie en het steeds hogere slagingspercentage wordt niertransplantatie nu algemeen gezien als de beste manier om nierfalen te behandelen.
Wat kunt u zelf doen?
Bij nierinsufficiëntie kunnen wijzigingen in de voeding het algeheel welzijn van de patiënt bevorderen. Door de inname van eiwit, vocht, natrium, kalium en fosfaat te beperken, kunnen complicaties en verslechtering worden teruggedrongen. Door de inname van eiwit, vocht, natrium, kalium en fosfaat te beperken, kunnen complicaties en verslechtering worden teruggedrongen. Een diëtist kan een dieet opstellen dat is afgestemd op de individuele behoeften en gezondheidstoestand.
Vermindering van de risicofactoren kan nierfalen voorkomen. Dit is bijvoorbeeld te bereiken door overmatig gebruik van alcohol of geneesmiddelen zoals vrij verkrijgbare pijnstillers als aspirine, paracetamol en ibuprofen te vermijden. Bij mensen met suikerziekte of een te hoge bloeddruk is regelmatige medische controle noodzakelijk om nierfalen in een vroeg stadium op te sporen en het beloop onder controle te houden.
Meer informatie
www.nierstichting.nl
Informatie van de Nierstichting Nederland
www.nlm.nih.gov (acute kidney failure)
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine over acuut nierfalen (USA)
www.nlm.nih.gov (chronic renal failure)
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine over chronisch nierfalen (USA)
www.nlm.nih.gov (dialyse)
www.nlm.nih.gov (kidney diet - dialysis patients)
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine over dialyse (USA)
www.nlm.nih.gov (kidney transplant)
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine over transplantatie (USA)
Baker, L.R.I. 1999, 'Renal disease', in Clinical Medicine, P. Kumar & M. Clark (red.), 4e uitg., Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.
Davison, A.M., Cumming, A.D. & Swainson, C.P. 1999, 'Diseases of the kidney and urinary system', in Davidson's Principles and Practice of Medicine, C. Haslett, E.R.E. Chilvers, J.A.A. Hunter, & N.A. Boon (red.), 18e uitg., Churchill, Livingstone, London.
Khan, I.H., Richmond, P. & MacLeos, A.M. 1998, 'Diseases of the kidney and urinary tract' in Human Nutrition and Dietetics J.S. Garrow, W.P.T. James, (red.), 9e uitg., Churchill Livingstone, London.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 04/03/2008
Disclaimer