Inleiding
Ongeveer één op de vijfhonderd kraamvrouwen krijgt te maken met een postpartum psychose. Deze ernstige psychiatrische aandoening kan ontstaan in de eerste weken na de bevalling en wordt ook wel kraambedpsychose of puerperale psychose genoemd. Het kan ook voorkomen na een abortus of miskraam.
Oorzaak
De oorzaak van een postpartum psychose is nog niet helemaal duidelijk. Mogelijk is er sprake van een erfelijke aanleg die door de sterke hormoonveranderingen na de bevalling tot uiting komt. De kans op een postpartum psychose is wat groter dan gemiddeld bij een eerste kindje. Vrouwen met een bipolaire stoornis, een aandoening met periodes van manie en periodes van depressiviteit, hebben een sterk verhoogde kans op een postpartum psychose. De kans is ook verhoogd wanneer een bloedverwant een bipolaire stoornis heeft. Vrouwen die al eens een postpartum psychose hebben gehad, hebben een kans van 33 tot 50 procent om na een volgende bevalling weer een postpartum psychose te krijgen.
Verschijnselen
De verschijnselen ontstaan meestal al in de eerste dagen na de bevalling. Het lukt je niet om in slaap te komen. Je wordt prikkelbaar, onrustig en praat veel. Je stemming kan wisselen van overdreven opgewekt tot erg somber. Je denken raakt gestoord (denkstoornis). Je kunt je gedachten niet meer ordenen, ze springen van de hak of de tak of stoppen ineens (gedachtenstop). Je kunt vaak niet meer goed voor je kindje zorgen, omdat je eenvoudige dingen niet meer kunt organiseren of omdat je te onrustig bent. Je kunt ervan overtuigd raken dat anderen, vaak familieleden, je kwaad willen doen. Je kunt ook denken dat je onverslaanbaar bent en op het punt staat de wereld te redden (wanen). Je kunt het gevoel krijgen dat de werkelijkheid veranderd is in een film waar jij buiten staat. Je kunt dingen horen, ruiken en zien die er niet zijn (hallucinaties). De gedachte aan zelfmoord of het doden van je baby kunnen in je opkomen. Helaas bestaat het risico dat dit ook werkelijk gebeurt.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de verschijnselen. Er kan aanvullend onderzoek worden gedaan om een eventuele onderliggende oorzaak, met name een bipolaire stoornis, op te sporen.
Behandeling
Bij de meeste vrouwen met een postpartum psychose is de situatie zo ernstig dat ze (gedwongen) worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Een belangrijke pijler van de behandeling is het bieden van rust, regelmaat en voldoende slaap. Verder worden bijna altijd medicijnen voorgeschreven. Welke medicijnen dat zijn, is afhankelijk van de verschijnselen. Als je veel wanen en hallucinaties hebt, worden antipsychotica gegeven. Als je stemming sterk wisselt, kun je baat hebben bij een middel dat je stemming stabiliseert (bijvoorbeeld lithium). Staan depressieve symptomen op de voorgrond, dan komen antidepressiva in aanmerking. Ben je erg onrustig, dan kunnen kalmeringsmiddelen helpen.
Het duurt dagen tot weken voordat een postpartum psychose verdwijnt. Je mag weer naar huis maar bent waarschijnlijk nog niet de oude. Vaak gaat een psychose namelijk over in een postpartum depressie die weken tot maanden kan duren.
Een volgende zwangerschap
Voor veel vrouwen is een postpartum psychose een reden om niet meer zwanger te worden. Als je graag nog een keer zwanger wordt, overleg dan vooraf met de psychiater. Als je nog medicijnen slikt die je bij je vorige postpartum psychose hebt gekregen, moeten deze worden afgebouwd voordat je weer zwanger wordt. In het begin van de nieuwe zwangerschap kunnen deze namelijk schadelijk zijn voor de baby.
Om te voorkomen dat je opnieuw een postpartum psychose krijgt, kun je rond de bevalling weer beginnen met de medicatie. Op dat moment zijn de medicijnen niet meer schadelijk voor de baby. Na de bevalling blijf je de medicijnen gebruiken. Door te zorgen voor rust, regelmaat en voldoende slaap, verklein je de kans op een nieuwe psychose.
Meer informatie
Informatie van het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap
http://www.lkpz.nl/
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap over psychoses in het algemeen
http://nhg.artsennet.nl
Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 02/01/2012
Disclaimer