Eileiderkanker

Inleiding

De eileiders vervoeren de rijpe eicel na de eisprong van de eierstokken naar de baarmoederholte. In de eileiders kunnen verschillende typen kanker ontstaan, afhankelijk van het type cel, het uitzaaiend vermogen, de groeisnelheid en het groeipatroon. Eileiderkanker is zeldzaam en komt meestal voor bij oudere vrouwen.

Oorzaken

De precieze oorzaken van eileiderkanker zijn niet bekend.

Verschijnselen

Eileiderkanker veroorzaakt vaak geen klachten al kunnen abnormale vaginale bloedingen of afscheiding en aanhoudende pijn in de onderbuik optreden. De aandoening wordt meestal echter pas ontdekt bij een routineonderzoek in verband met een andere klacht.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. Mogelijke aanvullende onderzoeken zijn een echo en een CT- of MRI-scan om de afwijkingen in beeld te brengen en bloedonderzoek om bepaalde tumormarkers op te sporen. Tumormarkers zijn stoffen die door kankercellen worden gemaakt en specifiek zijn voor het type kanker. De kwaadaardige cellen van eileiderkanker scheiden een tumormarker genaamd tumorantigeen 125 (CA 125) af. Het CA 125-niveau in het bloed wordt bepaald om de aanwezigheid van eileiderkanker te bevestigen, te bepalen in welk stadium de kanker zich bevindt en om na behandeling het resultaat en de prognose vast te stellen.

Behandeling

De behandeling van eileiderkanker bestaat uit een combinatie van een operatie en chemotherapie. Een operatie kan bestaan uit verwijdering van de eileiders of de gehele baarmoeder. Soms worden tevens de eierstokken weggenomen. Tevens kunnen lymfeknopen in het bekken en vlakbij de aorta (grote lichaamsslagader) worden verwijderd en microscopisch onderzocht om te bepalen of de kanker is uitgezaaid. Chemotherapie bestaat uit toediening van geneesmiddelen die de kwaadaardige cellen vernietigen.

Complicaties

Eileiderkanker is zeldzaam maar als deze aandoening optreedt, vindt vaak uitzaaiing naar de lymfeklieren plaats. Meestal is vroegtijdige uitzaaiing van eileiderkanker naar de lymfeklieren dan ook de oorzaak dat de behandeling mislukt. Daarnaast komt eileiderkanker soms terug, zelfs na een operatie. Daarom worden patiënten die zijn behandeld voor eileiderkanker regelmatig gecontroleerd. Bij deze controles wordt onder meer het bloed van de patiënte gecontroleerd op het CA 125-niveau.

Meer informatie

Informatie over kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen
www.kwfkankerbestrijding.nl

Informatie over de eileiders
nl.wikipedia.org/wiki/Eileider
www.nvog-documenten.nl

Barakat, R.R., Rubin. S.C., & Saigo, P.E., et al. (1993), “Second-look laparotomy in carcinoma of the fallopian tube”, Obstetrics and gynecology, Nov, vol. 82, no. 5, pp. 748-51 (Engels)

Baekelandt, M., Jorunn Nesbakken, A., & Kristensen, G.B., et al. (2000), “Carcinoma of the fallopian tube”, Cancer Nov 15, vol. 89, no. 10, pp. 2076-84 (Engels)

Gadducci, A. (2002), “Current management of fallopian tube carcinoma”, Current opinion in obstetrics & gynecology, Feb, vol. 14, no. 1, pp. 27-32 (Engels)

Hefler, L.A., Rosen, A.C., & Graf, A.H. (2000), “The clinical value of serum concentrations of cancer antigen 125 in patients with primary fallopian tube carcinoma: a multicenter study.”, Cancer Oct 1, vol. 89, no. 7, pp. 1555-60 (Engels)

Mizuuchi, H., Mori, Y., & Sato, K. (1995), “High incidence of point mutation in K-ras codon 12 in carcinoma of the fallopian tube”, Cancer Jul 1, vol. 76, no. 1, pp. 86-90 (Engels)

Nordin, A.J. (1994), “Primary carcinoma of the fallopian tube: a 20-year literature review”, May, vol. 49, no. 5, pp. 349-61 (Engels)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 04/03/2009

Disclaimer