Inleiding

Bij een zweettest vangt de onderzoeker een beetje zweet op van de patiënt. De onderzoeker kijkt hoeveel natrium en chloride er in het zweet zit. Natrium en chloride vormen samen (keuken)zout.

Als een onderzoeker een beetje van een stof gebruikt voor onderzoek, wordt dat een monster genoemd. Het zweet dat de onderzoeker afneemt voor de zweettest heet een zweetmonster.

Zweettest en taaislijmziekte

De zweettest wordt meestal gedaan om te kijken of iemand taaislijmziekte (cystic fibrosis) heeft. Mensen met erfelijke taaislijmziekte hebben meer zouten en vooral chloor in hun zweet.

Voor een definitieve diagnose van erfelijke taaislijmziekte doet de onderzoeker nog een DNA-onderzoek. Artsen kunnen ook familieleden onderzoeken om te achterhalen wie drager is van het afwijkende gen, zonder dat hij zelf de aandoening onder de leden heeft.

Zweet en chloride

Er zijn nog andere aandoeningen waarbij er meer chloride in het zweet zit dan normaal. Dat zijn onder andere bepaalde hormoonaandoeningen, zoals de ziekte van Addison, nefrogene diabetes insipidus en hypothyreoïdie. Om deze aandoeningen op te sporen wordt de zweettest niet gebruikt. Voor deze aandoeningen gebruiken artsen andere, betrouwbare methoden.

Werkwijze bij zweettest

Een behandelaar smeert de huid van de patiënt in met een speciale vloeistof (pilocarpine). Dat bevordert de zweetproductie. Met een zwak stroompje wekt de behandelaar de zweetproductie van de patiënt op. Dit gebeurt bij voorkeur op de onderarm. Bij jonge baby’s wordt soms ook de rug of een been gebruikt.

Ongeveer een half uur lang wordt het zweet verzameld in een opvangzakje. Het onderzoek is pijnloos. Een arts of laborant onderzoekt vervolgens hoeveel natrium en chloride er in het zweet zit.

Voorafgaand aan een zweettest kunnen mensen gewoon eten en geneesmiddelen gebruiken. Huidcrèmes en lotions kunnen de uitslag van het onderzoek beïnvloeden. Daarom mogen patiënten deze producten niet gebruiken in de 24 uur voor de zweettest.

Meer informatie


Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
http://www.uwbloedserieus.nl

Informatie van de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting
http://www.ncfs.nl/diagnose

Baumer, J. H. (2003), “Evidence based guidelines for the performance of the sweat test for the investigation of cystic fibrosis in the UK”, Archives of Disease in Childhood, vol. 88, July, pp. 1126-1127, http://adc.bmjjournals.com/guideline

Hodson, M. E., Beldon, I., Power, R., et al (1983), “Sweat tests to diagnose cystic fibrosis in adults”, Br Med J (Clin Res Ed), vol. 30, no. 286(6375), April, pp. 1381-1383 http://www.ncbi.nlm.nih.gov/Citation

Maitra, A. and Kumar, V (2004), Diseases of Infancy and Childhood in: Kumar, V., Abbas, A. K. and Fausto, N. (eds), Pathological Basis of Disease, 7th ed, Saunders, Philadelphia.

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 01/05/2012

Disclaimer