Inenting tegen baarmoederhalskanker

Prik en bescherm

Prik en bescherm: voorkom baarmoederhalskanker

Meiden die geboren zijn in 1993, 1994, 1995, 1996 en in 1997 vóór 1 september kunnen zich dit jaar gratis laten inenten tegen baarmoederhalskanker. Met de inenting kunnen zij zich beschermen tegen deze ernstige ziekte. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus waartegen de inenting helpt.

Jaarlijks krijgen ongeveer 600 vrouwen baarmoederhalskanker. Hiervan overlijden er ongeveer 200 vrouwen. Baarmoederhalskanker krijg je na een infectie met het humaan papillomavirus, kortweg HPV. Meer dan 80% van de mensen die seks hebben raakt tijdens z’n leven – via vrijen – besmet met dit virus zonder dat te merken. Hierbij is huid op huidcontact in de schaamstreek – bijvoorbeeld als je elkaar daar met je vingers streelt - al genoeg. Meestal ruimt het lichaam het virus vanzelf weer op. Bij sommige vrouwen blijft het langer zitten en kan baarmoederhalskanker ontstaan. De ziekte ontwikkelt zich meestal erg langzaam: na een infectie met HPV duurt het meestal 15 jaar of langer voordat baarmoederhalskanker ontstaat.

Minstens zes jaar bescherming
De prik tegen baarmoederhalskanker verkleint de kans op deze ernstige ziekte. De inenting beschermt tegen twee veelvoorkomende typen van het HPV-virus (HPV16 en 18). Samen veroorzaken deze typen 70% van alle gevallen van baarmoederhalskanker.

Er blijft een kans bestaan dat je na inenting later toch baarmoederhalskanker krijgt. Dit komt dan door een ander type HPV-virus waar het vaccin (ofwel de stof waarmee je ingeënt wordt) niet tegen beschermt.

Het HPV-vaccin beschermt in elk geval minstens zes jaar na inenting en waarschijnlijk veel langer. Hoe lang precies wordt de komende jaren verder onderzocht.

Gezien de enorme gezondheidswinst voor vrouwen besloot het ministerie van VWS eind vorig jaar de prik tegen baarmoederhalskanker per 2009 op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Binnen dit landelijke programma van de overheid krijgen kinderen prikken tegen een aantal infectieziekten, zoals rodehond, polio en mazelen.

Inhaalcampagne 13- tot en met 16-jarigen
Inenten heeft het meest zin bij meisjes die nog geen seks hebben gehad en dus het virus nog niet kunnen hebben. Daarom is ervoor gekozen voortaan meisjes van twaalf jaar in te enten (uit onderzoek blijkt dat dit de beste leeftijd daarvoor is).

Om zoveel mogelijk meiden te laten profiteren van het effectieve vaccin vindt een inhaalcampagne plaats voor de 13- tot en met 16-jarigen. Meiden die in 1993, 1994, 1995 en 1996 geboren zijn kunnen zich vanaf begin maart gratis laten inenten. Zij krijgen hiervoor automatisch vanaf februari een uitnodiging. Maar het kan ook een aantal weken later zijn, afhankelijk van de regio.

Meisjes die in 1997 vóór 1 september geboren zijn, krijgen vanaf augustus een uitnodiging om zich vanaf begin september te laten inenten. Meisjes die na 31 augustus 1997 geboren zijn krijgen de inentingen in de jaren erna. De inenting is dan steeds op de leeftijd van 12 jaar.

Drie keer een prik
Je krijgt drie keer een prik om je te beschermen (de tweede prik een maand na de eerste en de derde prik een half jaar na de eerste). Pas na de derde prik ben je voldoende beschermd tegen baarmoederhalskanker. Je krijgt de prik in je bovenarm. Wat je voelt, verschilt per persoon. De één voelt nauwelijks iets, de ander voelt een prikje, weer een andere heeft na de prik een pijnlijke plek.

Bij de meeste meiden zijn er geen bijwerkingen. Sommigen hebben kort na de inenting wat pijn, jeuk, een rode huid of een lichte zwelling op de prikplek. Dit gaat binnen een tot twee dagen vanzelf over. Soms kun je de eerste dag ook hoofdpijn of verhoging krijgen. Ook die klachten verdwijnen snel weer.

Met prik en uitstrijkje baarmoederhalskanker voorkomen
Door de inenting gaat je lichaam afweerstoffen aanmaken die je beschermen tegen twee HPV-virussen die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Het HPV-vaccin bestaat uit een vloeistof met dode stukjes van de twee virussen. Als het echte virus het lichaam wil binnendringen zorgen de afweerstoffen ervoor dat het virus je lichaam uitgewerkt wordt.

Om baarmoederhalskanker tegen te gaan is er verder het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar krijgen een keer per vijf jaar een uitnodiging van de huisarts. Er wordt dan een uitstrijkje gemaakt van de cellen van de baarmoedermond om afwijkende cellen in een vroeg stadium op te sporen en te behandelen.

Zowel alleen het uitstrijkje als alleen de inenting zijn onvoldoende om baarmoederhalskanker helemaal tegen te gaan. Wel verkleinen ze samen de kans enorm op nare gevolgen van een HPV-infectie.

Effectiviteit
Sommige artsen en wetenschappers vonden het te vroeg de prik tegen baarmoederhalskanker al in te voeren omdat de effectiviteit ervan nog onvoldoende bekend is. Het definitieve bewijs dat de vaccinatie effect heeft, laat inderdaad op zich wachten. Dat komt omdat de gevolgen van een HPV-infectie in de vorm van baarmoederhalskanker zich mogelijk pas na 20 – 30 jaar openbaren.

Volgens gedegen onderzoek biedt de HPV-vaccinatie echter een zeer effectieve bescherming om de voorstadia van baarmoederhalskanker te voorkomen. Hierdoor is het zeer aannemelijk dat ook baarmoederhalskanker wordt voorkomen omdat de voorstadia een vereiste zijn om kanker te krijgen. Daarom vond de Gezondheidsraad het raadzaam om met vaccinatie te beginnen en niet nog tientallen jaren te wachten. In die tijd kunnen namelijk al levens gered worden.

Prik en beschermMeer informatie staat op www.prikenbescherm.nl. Hierop staan ook veelgestelde vragen en antwoorden.

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Bron: Gezond VGZ Copyright: Gezond VGZ Datum: 18/03/2009

Disclaimer