Vaste voeding

Inleiding

Als je borstvoeding geeft is het verstandig, in verband met het voorkomen van allergieën, om in ieder geval de eerste 6 maanden geen andere voeding te geven dan borstvoeding.

Vóór de 6 maanden hebben baby's geen andere voedingsstoffen nodig dan borst- of flesvoeding. Na 6 maanden krijgt je baby behoefte aan meer calorieën en bijvoorbeeld ijzer. De ijzerreserves die je baby heeft meegekregen van de moeder raken dan langzaam op. Er zijn aanwijzigen dat borstvoeding te weinig ijzer bevat en je baby vanaf 6 maanden dus echt bijvoeding nodig heeft.

Als je flesvoeding geeft, is ook het advies om niet eerder dan bij 6 maanden te beginnen met bijvoeding. Zeker als je hypoallergene voeding geeft is het niet verstandig om vóór de 6 maanden te beginnen met bijvoeding. Als je baby vóór de 6 maanden aangeeft behoefte te hebben aan bijvoeding, mag je vanaf 4 maanden beginnen. Het hoeft dus nog niet, is je kindje tevreden met alleen flesvoeding dan is dit prima.

Vóór de 4 maanden zijn de darmen nog niet voldoende ontwikkeld om andere voeding dan fles- of borstvoeding goed te kunnen verteren. Geef dus niets anders dan fles- of borstvoeding als je baby nog geen 4 maanden oud is.

Wat zijn de tekenen dat de baby behoefte heeft aan vaste voeding

Een van de tekenen dat je baby toe is aan vast voedsel is het afnemen van de kokhalsreflex. Bij jonge baby's bevindt zich de kokhalsreflex voor in de mond. Op het moment dat er vaste voeding in zijn mondje wordt gestopt, reageert hij door dit eruit te duwen in plaats van het door te slikken. Een baby is toe aan vaste voeding als hij de voeding makkelijk doorslikt en het kokhalsreflex is afgenomen.

Andere tekenen dat een baby toe is aan vaste voeding zijn:

  • rechtop kunnen zitten;
  • bereidheid om te kauwen;
  • dingen kunnen oppakken en gericht in zijn mond stoppen;
  • vaker aan de borst willen drinken terwijl het kind niet ziek is of last heeft van doorkomende tanden.

Hoe begin ik met vaste voeding

Het ene kindje is eerder aan bijvoeding toe dan het andere. Vanaf 4 maanden kunnen baby’s interesse krijgen in vaste voeding en kun je een start maken met het geven van bijvoeding. Als je baby nog niet aangeeft behoefte te hebben aan vaste voeding, wacht dan liever tot je baby 6 maanden is. Als je merkt dat je kindje hapbewegingen of smakgeluidjes maakt, is het tijd om met bijvoeding te beginnen.

Bij kinderen die borstvoeding krijgen is het advies om niet vóór de 6 maanden te beginnen met bijvoeding!

Behalve dat het leuk is om je kindje bijvoeding te geven, is het ook belangrijk. Je kindje leert nieuwe smaken kennen en ontdekt de structuur van vast voedsel. Dat is nog eens anders dan het drinken van melk. Het mondje en de tong moeten hele andere spierbewegingen maken. Bijvoeding is daarom ook heel goed voor de ontwikkeling van de mondmotoriek.

Naast borst- of flesvoeding draagt bijvoeding bij aan een uitgebalanceerde voeding die nodig is voor een gezonde groei en ontwikkeling van je kindje.

Bijvoeding kan als volgt onderverdeeld worden:

  • Fruit en maaltijden
  • Granen: pappen en koekjes
  • Drinken

Voorkom allergische reacties

Als jouw baby aangeeft interesse te hebben in vaste voeding, begin dan met het aanbieden van één soort voeding. Biedt deze voeding in heel kleine hoeveelheden aan (1 theelepel) en blijf dit voedsel ongeveer een week aanbieden voordat je weer iets nieuws introduceert. Zo kan een eventuele allergische reactie duidelijk aan één voedingsmiddel worden gerelateerd. Begin met het geven van één klein theelepeltje voeding en bouw dit langzaam op. Zo zal een allergische reactie opgemerkt worden voordat de baby grote hoeveelheden van het voedsel binnenkrijgt.

Allergische reacties zijn o.a.:

  • uitslag, netelroos, luieruitslag;
  • piepende ademhaling, astma;
  • verstopte neus, symptomen van verkoudheid;
  • rode, jeukende ogen;
  • oorontsteking;
  • geïrriteerdheid onrust, krampen;
  • last van de ingewanden, overgeven, verstopping, diaree.

Vertoont de baby een milde allergische reactie, laat dit voedingsmiddel dan voorlopig achterwege en biedt het nogmaals aan als de baby ouder is. Vertoont de baby een sterk allergische reactie, bespreek dit dan met je huisarts of consultatiebureau-arts.

Als je eenmaal weet dat je baby niet allergisch is voor een bepaald voedingsmiddel dan kun je dit middel - eventueel vermengd met een nieuw voedingsmiddel - aanbieden.

Voedingsstoffen die bekend zijn om het geven van allergische reacties zijn: tarwe, mais, varkensvlees, vis, pinda's, tomaten, uien, koolsoorten, bessen, noten, kruiden, citrusvruchten en chocolade. Daarnaast moet je altijd voorzichtig zijn met voedingsmiddelen die in de familie allergien hebben veroorzaakt.

Het eerste hapje

Vanaf 4 maanden mag je je kindje bijvoeding geven. Wacht liever tot 6 maanden. Zeker bij borstvoeding is het niet verstandig om voor de 6 maanden iets bij te gaan geven. Maar ook bij flesvoeding is het niet nodig om voor de 6e maand te beginnen met vaste voeding. Er zijn verschillende soorten bijvoeding.

Je kunt het beste beginnen met het aanbieden van vaste voeding nadat je borstvoeding hebt gegeven. Experimenteren met vaste voeding moet je niet zien als een vervanging van de borstvoeding. Door eerst borstvoeding te geven, blijft de melkproductie op peil en krijgt de baby de melk en voedingsstoffen die hij nodig heeft. Bovendien zal een hongerige baby niet veel belangstelling hebben om iets nieuws te proberen. Omdat je baby gewend is om op jouw schoot te eten, zal het vaak makkelijker zijn om vast voedsel ook op schoot te geven. Heeft de baby geen interesse, probeer het dan later nog eens. Bijvoorbeeld tijdens etenstijd als de baby de rest van het gezin kan zien eten.

Als de baby ouder is dan zes maanden, hoeft de voeding niet gepureerd te worden, wel kun je de voeding wat smeug maken door het te prakken met water of borstvoeding. Begin met een klein theelepeltje per keer. Een baby van zes maanden zal meestal liever wat zachter voedsel met een lepel eten, een baby van 8 of 9 maanden zal liever vast voedsel met de hand eten.

Als je een baby vast voedsel aanbiedt, is het belangrijk er altijd zelf bij te blijven. Hoewel de meeste baby's een uitstekende kokhalsreflex hebben, kan verslikken altijd voorkomen.

Langzaam maar zeker kun je de baby iets grotere hoeveelheden gaan aanbieden. Laat de baby zelf bepalen hoeveel hij wil eten. Dwing de baby niet om te eten. Net als volwassenen hebben baby's voorkeur voor bepaalde voedingsmiddelen. Als je aanbiedt wat voedzaam en gezond is, dan mag de baby zelf bepalen wat hij lekker vindt. Bedenk altijd dat borstvoeding gedurende het eerste jaar de meest gezonde en complete voeding voor een baby is. Biedt dus niet te veel vaste voeding aan want dan zal je borstvoeding snel terug lopen.

De meeste baby's zullen in een periode van 3 tot 6 maanden meerdere soorten vast voedsel leren eten. Je kunt dan langzaam maar zeker steeds meer soorten voeding gaan introduceren zonder bang te zijn voor allergische reacties.

Gedurende de tweede helft van het eerste levensjaar zou borstvoeding nog de belangrijkste voedingsbron voor de baby moeten blijven en ongeveer driekwart van de voedingsbehoefte van de baby dekken. Geleidelijk aan neemt de behoefte aan vast voedsel toe en zal de hoeveelheid borstvoeding afnemen. In het tweede levensjaar zal het grootste deel van de voedingsbehoefte worden voorzien door vaste voeding.

Met welke voedingsmiddelen beginnen?

Net als voor volwassenen geldt voor baby's dat de voeding voedzaam en gezond moet zijn. Veel baby's vinden gekookte aardappelen lekker. Prak ze fijn met wat water of moedermelk, maar gebruik geen jus. Gekookte groenten kunnen één voor één vanaf je eigen bord worden gegeven aan de baby. Begin dus met één soort groente en biedt dit gedurende een week aan, pas als de baby geen allergische reactie vertoont introduceer je een ander soort groente. Hoewel rauwe groenten meer vitaminen bevatten dan gekookte groenten, kunnen ze gevaarlijk zijn voor de baby. Van een rauwe peen kan bijvoorbeeld heel makkelijk een klein stukje in de luchtpijp komen en leiden tot verstikking. Appels of peren kunnen bij de jonge baby het beste worden geraspt. Abrikozen, pruimen en meloenen kunnen ook worden gegeven. Bessen wekken nogal eens een allergische reactie op. Geef het liefst vers fruit, in ieder geval geen gezoet fruit uit blik. Gedroogd fruit, zoals rozijnen, dadels en vijgen, kan beter niet worden gegeven omdat ze erg zoet zijn en zo al vroeg voor tandbederf kunnen zorgen.

Vlees mag vroeg worden gentroduceerd omdat het veel ijzer en eiwitten bevat. Let wel op dat je het vlees fijnmaalt.

Brood kan droog in kleine stukjes tussendoor worden aangeboden, maar natuurlijk ook als volwaardige maaltijd als de borstvoeding echt wordt gestopt, of afgebouwd. Geef het eerste jaar geen tarwebrood, tarwe is bekend om de allergene werking. Als de borstvoeding wordt afgebouwd en de baby minimaal 8 maanden oud is, mag het brood dun besmeerd worden met margarine. Een baby heeft immers ook vetten nodig (net als wij) en als er geen borstvoeding meer wordt gegeven kan hij een tekort aan vet krijgen.

Kwark en yoghurt kunnen gegeven worden vanaf de leeftijd van 8-9 maanden. Ze leveren calcium en geven minder vaak allergien dan koemelk omdat ze geen wei-eiwitten bevatten.

Welke voedingsmiddelen vermijden?

Een aantal voedingsmiddelen kun je beter vermijden worden omdat ze bekend staan als allergeen of omdat ze gewoon niet zo gezond zijn.

Koemelk moet in het eerste jaar vermeden worden. Koemelk is een veelvoorkomende oorzaak van allergien

Een baby die goed aan de borst drinkt, heeft het eerste jaar geen zuivelproducten nodig.

Ook van eieren en dan vooral het eiwit is bekend dat het vaak allergien veroorzaakt. Geef dus liever geen eieren in het eerste levensjaar en begin later met hardgekookt eigeel.

Gebakken voedsel bevat grote hoeveelheden verzadigd vet en die zijn schadelijk, beperk de hoeveelheid gebakken voedsel dus sterk.

Suikers zijn alleen maar calorieën en bevatten verder geen nuttige voedingsstoffen. Vermijd dus toegevoegde suikers die vaak zitten in vruchtensappen en in heel veel andere voedingsmiddelen. Kijk altijd op het etiket, benamingen die je voor suiker kunt tegenkomen zijn: fructose, glucose, dextrose, sucrose, glucosestroop, als je toegevoegde suikers tegenkomt op het etiket, zoek dan een alternatief. De suikers die in de borstvoeding en in groente en fruit zitten zijn natuurlijke suikers en daar krijgt de baby voldoende van binnen.

Honing is naast een overmatige bron van suiker ook gevaarlijk voor een baby. Honing kan botulismesporen bevatten. Botulisme is een ernstige ziekte die zelfs tot de dood kan leiden.

Zout is schadelijk voor ons lichaam, ook voor dat van de baby. Kook dus zonder zout en vermijd producten waar veel zout inzit zoals: soep in blik, crackers, chips en zoute stengels.

Wees matig met het aanbieden van vruchtensap (geef zeker geen gezoet vruchtensap). Vruchtensap bevat redelijk veel calorieën en verzadigd snel. Een baby die veel vruchtensap drinkt, zal minder goed aan de borst drinken of vast voedsel eten. Hierdoor kan de baby een tekort krijgen aan allerlei belangrijke voedingsstoffen en minder goed gaan groeien of zelfs een groeiachterstand krijgen.

Bepaalde voedingsstoffen geven een verhoogde kans op verstikking en moeten niet worden gegeven tot de baby minstens drie jaar oud is:

  • noten;
  • hele druiven;
  • popcorn;
  • muesli;
  • grote hoeveelheden pindakaas op een lepel;
  • voedsel wat in grote stukken kan afbreken, zoals rauwe wortel en bleekselderij.

De ontlasting

Als er meer vast voeding wordt aangeboden, zal de ontlasting van de baby veranderen. Hij zal minder vaak een poepluier hebben en het zal sterker ruiken. Daarnaast wordt de ontlasting donkerder van kleur. Het is overigens heel normaal dat je stukjes onverteerd voedsel in de ontlasting van de baby terugvindt.

Meer informatie

www.voedingscentrum.nl
Informatie van het Voedingscentrum

www.borstvoedingnatuurlijk.nl
Vereniging Borstvoeding Natuurlijk

Titel: Handboek lactatiebegeleiding / Nancy Mohrbacher ; Julie Stock ; Annet Helmsing . - Utrecht : Lemma, 2002 . - 768 p. . - Vert. van : The breastfeeding answerbook . - Met reg. . - ISBN 90-5805-049-1.
Trefwoord: Borstvoeding; Handboeken (vorm).
Plaatskenmerk: FG WS 115 MOHR; FG WS 115 MOHR (N).

Bron: Sandra Vuik Copyright: Medic Info Datum: 20/04/2007

Disclaimer