Inleiding
Met spraakstoornissen worden problemen bedoeld met het vinden of uitspreken van woorden, stotteren en onduidelijk of helemaal niet spreken.
Oorzaken
Spraakstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld ontstaan ten gevolge van alcohol-of drugsgebruik, bepaalde medicijnen of een ongeval. Ook een langdurig verminderd gehoor (bijvoorbeeld door een lijmoor), een afwijking van de articulatieorganen (bijvoorbeeld in geval van schisis) of duimen kunnen spraakstoornissen veroorzaken. Bij veel aandoeningen van het zenuwstelsel ontstaan spraakstoornissen. Voorbeelden zijn een beroerte, de ziekte van Parkinson, een eenzijdige aangezichtsverlamming of een hersentumor.
Verschijnselen
Spraakstoornissen leiden er toe dat woorden, zinnen of verhalen onduidelijk of zelfs onverstaanbaar zijn. Meestal is er met de intelligentie of het taalvermogen niets aan de hand. Soms komt een spraakstoornis voor in combinatie met een gehoorstoornis.
Meest voorkomende vormen zijn:
- een spraakontwikkelingsstoornis, waarbij een kind niet goed leert spreken
- afasie, dit is een onvermogen om de gedachte in spraak om te zetten, meestal als gevolg van hersenbeschadiging
- dysarthrie, dit is een stoornis in de uitspraak en/of stem, veroorzaakt door bijvoorbeeld beroerte of spierziekte
- articulatiestoornissen, dit is het niet of verkeerd uitspreken van klanken en problemen in de coordinatie van ademing, stemgeving en uitspraak. Een voorbeeld is slissen tijdens het spreken.
- stemstoornissen
- stotteren, dit is niet-vloeiend spreken. Hieronder wordt een verzameling van hoorbare (herhalingen, verlengingen en blokkades) en soms zichtbare (meebewegingen in het gezicht of van ledematen: ‘tics’) verschijnselen verstaan, die per situatie kunnen verschillen.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt, de verschijnselen en een lichamelijk onderzoek. De huisarts kan afhankelijk van de klachten verwijzen naar een KNO-arts, neuroloog of kinderarts. Meestal is dit echter niet nodig en verwijzing naar een logopedist voldoende.
Behandeling
Of behandeling van de spraakstoornis mogelijk is, is afhankelijk van de oorzaak. De logopedist is in veel gevallen de aangewezen persoon om therapie te geven. De logopedist zal eerst de ziektegeschiedenis navragen zoals de spraak-taalontwikkeling en de aanwezigheid van afwijkende of schadelijke mondgewoonten zoals door de mond ademen en duimzuigen. Vervolgens wordt een logopedisch onderzoek afgenomen en op grond van de resultaten van dit onderzoek en het vraaggesprek wordt dan een behandelplan opgesteld. Afhankelijk van de oorzaak van de problemen kan de therapie in samenwerking zijn met bijvoorbeeld een fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog, maatschappelijk werker, KNO-arts, revalidatie-arts, neuroloog of leerkracht.
Wat kunt u zelf doen?
Wanneer u spraakproblemen heeft, is het aan te raden op tijd contact op te nemen met de arts of logopedist, zodat er bekeken kan worden of behandeling nodig is. Spraaktraining kan veel tijd vragen. Een goede motivatie van degene met een spraakstoornis is tijdens de behandeling onmisbaar. Een consistente behandeling kan zeer goede resultaten opleveren.
Meer informatie
www.stotteren.nl
Informatie van de Nederlandse Federatie Stotteren
www.nlm.nih.gov
(Engels) Speech disorders (USA)
www.nlm.nih.gov
(Engels) Speech impairment (USA)
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 10/03/2008
Disclaimer