Inleiding
Hoofdpijn is een zeer veel voorkomende klacht, dat mensen ernstig kan belemmeren in hun dagelijks functioneren. Hoofdpijn komt bij veel aandoeningen voor als verschijnsel (zoals bij een kater), maar het kan op zichzelf ook een aandoening zijn (zoals bij migraine).
Als de hoofdpijn op zichzelf staat, dan wordt dat primaire hoofdpijn genoemd. Is het een gevolg van een andere aandoening, dan heet het secundaire hoofdpijn.
Oorzaken
De belangrijkste primaire hoofdpijnen zijn: migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn:
Migraine ontstaat doordat de samenwerking tussen bloedvaten en zenuwbanen in de hersenen tijdelijk verstoord raakt. Aanleg speelt hierbij een rol. Waarom de één zelden een aanval heeft en de ander heel vaak, is niet bekend. Meestal is er geen duidelijke aanleiding. Wel is bekend dat er verschillende factoren zijn die migraine kunnen oproepen, waaronder menstruatie, het gebruik van de pil, weersveranderingen en luchtdrukveranderingen, honger, slaapgebrek, schel licht, stress, depressiviteit, parfum en andere sterke geuren, rode wijn en bepaalde voedingsmiddelen, waaronder chocolade, oude kazen en voedsel met natriumglutamaat (smaakversterker) of nitraten (conserveermiddel).
Spanningshoofdpijn is een vorm van hoofdpijn die ontstaat als gevolg van spanningen of onrust. Het is de meest voorkomende vorm van hoofdpijn. Het precieze mechanisme erachter is onbekend.
De exacte oorzaken van
clusterhoofdpijn zijn niet bekend. Uit onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen clusterhoofdpijn en afwijkingen in de overdracht van signalen tussen zenuwcellen door een bepaalde stof (serotonine). Van alcohol is bekend dat het aanvallen van clusterhoofdpijn kan oproepen. Roken kan een risicofactor zijn voor clusterhoofdpijn. Het blijkt dat veel mensen met clusterhoofdpijn zware rokers zijn. Hoe dit precies in elkaar zit, is niet bekend.
Secundaire hoofdpijn kan door veel verschillende aandoeningen veroorzaakt worden. Dit kan uiteenlopen van een hersenbloeding tot bijholteontsteking. Een belangrijke andere vorm van secundaire hoofdpijn is analgetica-afhankelijke hoofdpijn :
Frequent en langer dan 3 maanden gebruik maken van hoofdpijnmedicatie zoals aspirine en ergotamine, kan leiden tot hoofdpijn: analgetica-afhankelijke hoofdpijn. Het paradoxale is dus dat er medicatie kan worden ingenomen tegen hoofdpijn, die vervolgens de hoofdpijn alleen maar verergert. Dit type hoofdpijn komt dan ook vaak voor bij mensen die lijden aan regelmatig terugkerende hoofdpijnaanvallen en daar pijnstillers voor gebruiken, zoals bij migraine.
Symptomen
Afhankelijk van het type hoofdpijn, treden er verschijnselen op:
Bij migraine duurt een aanval tussen de 4 en 72 uur, waarbij iemand tussen de migraineaanvallen momenten kan hebben zonder verschijnselen. de kenmerkende eigenschappen van migraine: hoofdpijn, misselijkheid, overgeven, duizeligheid (vertigo), overgevoeligheid voor licht (fotofobie) en overgevoeligheid voor geluid (fonofobie). Meestal heeft iemand eenzijdige, intensief bonkende hoofdpijn die erger wordt door bewegen, licht en geluid. Andere verschijnselen van migraine zijn een stijve nek en stijve schouders, slapte of vreemde gevoelswaarnemingen in het aangetaste gedeelte van het lichaam, onduidelijke spraak en concentratieproblemen.
Er kan een aura optreden; een zintuigsignaal als voorbode van de aanval. Dit kan zijn: lichtflitsen, veranderde smaak, oorsuizen enz.
Spanningshoofdpijn is een doffe pijn aan beide kanten van het hoofd. De pijn wordt vaak omschreven als een vernauwingsgevoel rond het hoofd en de nek, bijna alsof het hoofd vastzit in een bankschroef. Er kan ook sprake zijn van nek- en schouderpijn. Andere bijkomende verschijnselen, vooral bij chronische spanningshoofdpijn, zijn ongerustheid, depressiviteit, veranderingen in iemands slaappatroon, gewichtsverlies, vermoeidheid en concentratieproblemen.
Van episodische spanningshoofdpijn wordt gesproken wanneer de klachten in minstens 10 episodes optreedt, minder dan 180 dagen per jaar of minder dan 15 dagen per maand. Als het meer is dan dit aantal dagen is er namelijk spraken van chronische spanningshoofdpijn.
Het episodische type clusterhoofdpijn wordt gekenmerkt door één tot acht aanvallen van zware hoofdpijn rond/achter de ogen per dag. Onbehandeld duren ze 15 tot 180 minuten. De clusters treden op gedurende een periode van weken tot maanden. Hierna kan iemand maanden tot een jaar geen hoofdpijnklachten hebben. De aanvallen treden vaak op tijdens de slaap en komen ongeveer op dezelfde momenten van de dag terug. Meestal begint de pijn plotseling en wordt binnen 5 minuten ondraaglijk. De hoofdpijn zit altijd aan één kant van het hoofd en gaat vaak samen met verschijnselen zoals een rood en waterig oog aan één kant van het hoofd, een hangend ooglid, een verstopte neus en misselijkheid. Vaak is er bewegingsdrang tijdens een aanval.
Analgetica-afhankelijke hoofdpijn treedt op als chronische hoofdpijn (=15 dagen per maand). De hoofdpijn kan ook nog optreden nadat iemand al is gestopt met het innemen van de medicijnen. Meestal verdwijnen de klachten 1 maand na het stoppen van de medicijnen.
Diagnose
Om de juiste diagnose te kunnen stellen moet de arts weten wat de verschijnselen zijn: bijvoorbeeld de snelheid waarmee een aanval opkomt, de precieze plaats van de pijn en mogelijk bijkomende klachten. Ook zal de arts vragen naar leefwijze en ziektegeschiedenis. Verder onderzoek is alleen in bijzondere situaties nuttig. Dat kan een neurologisch onderzoek omvatten, of laboratoriumonderzoek van het bloed, waarbij wordt gekeken naar de werking van schildklier, lever en nieren. Scans en röntgenfoto's kunnen een tumor, een hersenbloeding en andere ernstige aandoeningen aantonen of uitsluiten.
Behandeling
Afhankelijk van de oorzaak van de hoofdpijn zijn er behandelingen:
Migraine kunnen op twee manieren worden behandeld. Ten eerste kan de aanval zelf worden behandeld en ten tweede kan worden geprobeerd om volgende aanvallen te voorkomen. In dat laatste geval kunnen mensen die vaak migraineaanvallen krijgen en waarbij de behandeling van de losse aanvallen niet goed werkt, dagelijks geneesmiddelen innemen.
Episodische spanningshoofdpijn gaat over als de bron van stress wegvalt, iemand rust neemt en pijnstillers (analgetica) inneemt, zoals aspirine en ibuprofen. Bij chronische spanningshoofdpijn kan gebruik worden gemaakt van een behandeling met bepaalde antidepressiva, zoals amitriptyline. Deze middelen zijn naast medicamenten tegen depressie, ook werkzaam als pijnstiller (in een andere dosis). De kans op verbetering van de hoofdpijn is vrij groot: 40%.
De behandeling van clusterhoofdpijn bestaat uit twee elementen: het behandelen van een aanval en het voorkomen van volgende aanvallen gedurende een aanval van clusterhoofdpijn. De meest effectieve behandeling van aanvallen van clusterhoofdpijn is het inademen van zuurstof gedurende 15 minuten. Ook sumatriptan, een geneesmiddel tegen migraine, kan helpen om de tijdsduur van een aanval te verkorten.
Bij analgetica-afhankelijke hoofdpijn is het stopzetten van de behandeling met het geneesmiddel dat de hoofdpijn veroorzaakt, is de belangrijkste manier om deze aandoening te behandelen. Bij het gebruik van pijnstillers en de chronische hoofdpijn die hiervan het gevolg is, moet de vicieuze cirkel waarin de patiënten terecht zijn gekomen, worden doorbroken. Inzicht in het mechanisme van medicatieafhankelijke hoofdpijn, dat hoofdpijnmedicatie juist de dagelijkse hoofdpijn in stand houdt, kan helpen.
Wat kunt u zelf doen?
Bij hoofdpijn is het belangrijk om ook goed naar uw leefstijl te kijken. Soms hebben mensen baat bij ontspanningsoefeningen en leren omgaan met stress. Soms is er behandeling via een arts noodzakelijk. Om een goed beeld te krijgen van de klachten is het raadzaam een hoofdpijndagboek bij te houden: welke klachten, wanneer optreden en wat de begeleidende verschijnselen zijn.
Meer informatie
Informatie over hoofdpijn algemeen, van de Vereniging van Nederlandse Hoofdpijncentra
www.hoofdpijncentra.nl
Informatie over hoofdpijn van het Nederlandse Huisartsengenootschap
nhg.artsennet.nl
Informatie over clusterhoofdpijn
http://www.clusterhoofdpijn.nl/
Allen, C.M.C., Lueck, C.J. (1999), Diseases of the nervous system, in: Haslett, C., Chilvers, R.E., Haslett, C., Chilvers, E.R.E., Hunter, J.A.A. & Boon, N.A. (eds), Davidson's Principles and Practice of Medicine, 18th ed, Harcourt Publishers Limited, London.
Breslau, N. & Rasmussen, B. K. (2001), "The impact of migraine: Epidemiology, risk factors, and co-morbidities", Neurology, vol. 56(6 Suppl 1), pp. 4-12.
Clarke, C.R.A. (1999), Neurological disease, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds), Clinical Medicine, 4th ed, Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.
Silberstein, S. D., Goadsby, P. J. & Lipton, R.B. (2000), "Management of migraine: an algorithmic approach", Neurology, vol. 55(9 Suppl 2), pp. 46-52.
Welch, K. M. A. (1993), "Drug Therapy of Migraine", The New England Journal of Medicine, vol. 329, pp. 1476-1483.
Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 12/04/2013
Disclaimer