Inleiding
Totale mastectomie (ook gewone mastectomie genoemd) is één van de vormen van mastectomie (borstamputatie). De ingreep wordt met name uitgevoerd bij de behandeling van borstkanker.
Bij een totale mastectomie worden de borst, de tepel, de tepelhof, de overliggende huid en de schildwachtlymfeklier van de door kanker aangedane borst verwijderd.
Indicatie
Afhankelijk van de classificatie van de borstkanker wordt een borstsparende operatie (lumpectomie) of een mastectomie uitgevoerd.
Procedure
Het weggenomen weefsel wordt onderzocht en er wordt gekeken of de randen van het weefsel schoon zijn van kankercellen. Pas wanneer dat het geval is, is de operatie adequaat uitgevoerd.
Ook de schildwachtklier (ook sentinel node genoemd) in de oksel wordt verwijderd. Dit is de lymfeklier waar de kankercellen zich het eerst naar toe verspreiden. De klier wordt met behulp van een radioactieve stof en een kleurstof opgespoord (sentineltest). Na de operatie wordt de schildwachtklier onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Zijn deze niet aanwezig dan is de kans dat de kanker zich via de lymfebanen heeft verspreid erg klein. Worden er wel kankercellen aangetroffen dan worden in een tweede operatie alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd. Dat wordt een okselkliertoilet genoemd.
De behandeling van borstkanker wordt meestal aangevuld met radiotherapie, chemotherapie of hormoontherapie. De keuze is afhankelijk van de eigenschappen van de tumor en de leeftijd en de conditie van de vrouw.
Resultaten
Een zo spoedig mogelijke behandeling biedt de beste kans op genezing bij borstkanker in een vroeg stadium (meer dan 85 procent van alle gevallen van borstkanker die vroeg worden gediagnosticeerd en behandeld, kan worden genezen).
Daarnaast hebben patiënten die borstkanker hebben (gehad) in de ene borst een verhoogd risico op kanker in de andere borst. Vandaar dat deze patiënten regelmatig moeten worden gecontroleerd op borstkanker.
Het normale aanzicht van de borst kan worden hersteld door een uitwendige borstprothese in een bh. Soms wordt een borstreconstructie uitgevoerd na of tijdens de borstamputatie. Soms wordt een subcutane mastectomie uitgevoerd waarbij alleen het borstweefsel wordt weggehaald. De tepel, tepelhof en de overliggende huid blijven aanwezig. Dit geeft een mooier resultaat bij een borstreconstructie. Deze vorm van borstamputatie kan worden uitgevoerd als behandeling van vroege en gelokaliseerde borstkanker. Subcutane borstamputatie wordt ook bij mannen met gynaecomastie (overmatige borstontwikkeling) uitgevoerd.
Gevolgen
Na de ingreep kunnen er afvoerbuisjes van zacht rubber (drains) worden geplaatst voor de verwijdering van vocht dat zich mogelijk in de weefsels ophoopt.
In sommige gevallen kunnen er kankercellen achterblijven in de okselklieren of kan de kanker terugkomen na gewone borstamputatie. Patiënten kanker in de ene borst hebben (gehad), hebben een verhoogd risico op kanker in de andere borst. Na een gewone borstamputatie blijven alle patiënten daarom onder controle.
Net als bij elke andere operatieve ingreep kunnen bij gewone mastectomie complicaties optreden zoals bloeding, plaatselijke ophoping van bloed in de weefsels (hematoomvorming), infectie en beschadiging van omliggende structuren. Na verwijdering van de drains kan zich vocht in de weefsels blijven ophopen. Deze vochtophoping wordt seroom genoemd.
Meer informatie
www.borstkanker.nl
Informatie van de Borstkankervereniging Nederland over behandelmogelijkheden
www.borstkanker.net
Informatie van de Borstkanker Informatiepagina's over chirurgische ingrepen
www.cancer.org
Informatie van de American Cancer Society (USA)
Bland, K.I., Vezeridis, M.P., & Copeland III, E.M. (1999), `Breast’, in: Schwartz, S.I., Principles of surgery, 7th Ed, McGraw-Hill, London.
Iglehart, J.D. (1997), `The breast’, in: Sabiston Jr, D.C., Textbook of surgery, W.B. Saunders Company, London.
Sainsbury, J.R.C., Anderson, T.J., Morgan, D.A.L. (2000), `Breast cancer’, British Medical Journal, vol. 321, pp. 745-750.
Young, A.E. (2001), `The surgical management of early breast cancer’, International Journal of Clinical Practice, vol. 55, no. 9, pp. 603-608.
Singletary, S.E. (1998), `New clinical trends in the adjuvant therapy of early stage breast cancer’, Acta Oncologica, vol. 37, no. 5, pp. 411-419.
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 17/06/2008
Disclaimer