Wernicke afasie

Inleiding

Bij mensen met een Wernicke-afasie gaat het spreken vlot; soms lijkt het wel of er geen einde komt aan de spraakwaterval. Klik hier voor geluidsfragment.

De zinnen zijn lang en kloppen grammaticaal vaak niet.

Bijvoorbeeld: "Ik zag gisteren toen bij die zaak toch een vrouw op de straat te lopen met een dingetje zo'n geval weet je wel", of: "Het kind schenkt met de koffie in".
Ook hebben zij moeite met het vinden van woorden. Zij gebruiken flarden van woorden zonder enig verband, foutieve woorden of vervormde woorden.

Het kan voorkomen dat de persoon in plaats van het bedoelde woord een woord zegt dat er qua klank op lijkt of zelfs een nieuw, onbestaand woord zegt. Bijvoorbeeld: De persoon wil lamp zeggen en zegt: stuur (foutief woord), "samp" (klankverwisseling) of "surk" (onbestaand woord) in plaats van lamp.

Het begrijpen van gesproken taal gaat moeilijk. Ook lezen en schrijven geven meestal problemen.
Mensen met een Wernicke-afasie zijn zich vaak minder bewust van de fouten die ze maken in de taal.

Tips

Tips voor de communicatie:

  • Hoe meer je tegen mensen met een Wernicke-afasie praat, hoe meer ze tegen je terugpraten. Vaak worden ze boos als ze merken dat ze niet begrepen worden. Het is van belang deze mensen niet als kinderen te behandelen, maar kort, gerichte vragen te stellen die je ondersteunt met gebaren, tekeningen of geschreven woorden.
  • Probeer de woordenvloed te onderbreken, de draad van hun verhaal te volgen en praat daarover verder. Als je onverwachts of te snel van onderwerp verandert, begrijpen ze je niet. Schrijf het gesprek op in trefwoorden.
  • Als mensen geen woorden kunnen lezen, kun je proberen de belangrijkste woorden te tekenen.
  • Gebruik korte zinnen en pas je mimiek aan aan wat je zegt.
Denk niet te vlug: ze hebben het wel begrepen. Herhaal het gezegde nog eens op een andere manier, want mensen met een Wernicke-afasie hebben problemen met het taalbegrip.

Bron: Eveline Helder/Mia Verschaeve Copyright: Medic Info Datum: 14/04/2003

Disclaimer

Ziekten & aandoeningen

Ziek zijn of een (langdurige) aandoening hebben betekent vooral aanpassen en omgaan met de beperkingen die de ziekte of aandoening met zich meebrengt. Wat kan uw werkgever voor u betekenen? Bij wie kunt u terecht om thuis makkelijker met de beperkingen om te gaan? En nog veel meer antwoorden die u kunnen helpen.

Diabetes

Meer  in Diabetes…



Depressie