Inleiding
Autisme is een aandoening waarbij kinderen afwijkend communicatief en sociaal gedrag vertonen en een zeer beperkt interessegebied hebben. De aandoening wordt in het algemeen vastgesteld bij heel jonge kinderen, meestal voor de derde verjaardag.
Oorzaak
Hoewel de precieze oorzaak van autisme onbekend is, wijst onderzoek in de richting van een functiestoornis van de hersenen. Erfelijke factoren kunnen daarbij een rol spelen. Daarnaast kunnen psychologische en sociologische factoren bijdragen tot de aandoening.
Autistisch gedrag kan ook voorkomen bij kinderen met het fragiel-X-syndroom (een genetische afwijking van het X-chromosoom die leidt tot verstandelijke handicaps), de ziekte van Bourneville, fenylketonurie (een stofwisselingsziekte) en virale encefalitis (ontsteking van de hersenen na een virusinfectie).
Verschijnselen
De verschijnselen van autisme kunnen worden onderverdeeld in vier hoofdgroepen:
- een stoornis in het sociale contact. Autistische kinderen reageren in het algemeen niet op mensen, hechten zich niet aan hun ouders en zijn niet of nauwelijks genteresseerd in menselijk contact.
- een stoornis in verbale en non-verbale communicatie. Autistische kinderen hebben moeite met spreken en kunnen woorden of zinnen betekenisloos blijven herhalen. Sommige lijken welbespraakt, maar er is weinig echte communicatie: het blijft voornamelijk eenrichtingsverkeer.
- een stoornis in het voorstellings- en invoelingsvermogen. Er is weinig inzicht in wat anderen voelen en denken en het vermogen om sociale situaties te doorzien is zeer beperkt.
- een zeer beperkt interessegebied.
Autistische kinderen vertonen herhalende gedragspatronen, waaronder onbedwingbaar beuken met het hoofd, gilbuien en zwaaien met de armen. Ze kunnen bovendien zelfvernietigend gedrag vertonen. Het kind kan stijf of juist slap aanvoelen wanneer het wordt vastgehouden.
Autistische kinderen raken vaak ernstig uit balans door kleine veranderingen in hun omgeving en kunnen extreem reageren op elke verandering. Anderzijds komt het ook voor dat ze helemaal niet reageren op zintuiglijke prikkels. Ook epileptische aanvallen (stuipen) komen veel voor bij mensen met autisme.
Asperger-syndroom
Het Asperger-syndroom is een aan autisme verwante stoornis, met als kenmerken een verminderd vermogen tot sociale contacten, zich herhalende gedragspatronen en een beperkt interessegebied. De aandoening van Asperger wordt over het algemeen aangetroffen bij kinderen van drie jaar en ouder. Het kind vertoont een benedengemiddeld vermogen tot non-verbale communicatie, hecht zich niet aan zijn ouders en mist de vaardigheid op sociale en emotionele prikkels te reageren. In tegenstelling tot kinderen met autisme hebben mensen met het Asperger-syndroom echter een normale intelligentie; sommigen zijn zelfs hoogbegaafd.
Diagnose
De verschijnselen van autisme worden meestal zichtbaar als kinderen tussen twee en vijf jaar oud zijn. De diagnose is niet altijd gemakkelijk te stellen. Er zijn aandoeningen die kunnen worden aangezien voor autisme, zoals gehoor- en gezichtsstoornissen en stoornissen in de taalontwikkeling.
Als u denkt dat uw kind misschien autistisch is, kunt u het beste naar de huisarts of de consultatiebureauarts gaan, die uw kind eventueel kan doorsturen naar een specialist.
Bij het stellen van de diagnose autisme kunnen diverse specialisten en hulpverleners betrokken zijn. Zij kijken naar het gedrag van het kind, maar zullen ook onderzoek willen doen om er zeker van te zijn dat het afwijkende gedrag niet een andere oorzaak heeft. Mogelijke onderzoeken zijn psychologische tests, beoordeling van het gehoor- en gezichtsvermogen, het meten van de hersenactiviteit en bloed- en urineonderzoek.
Behandeling
Autisme kan niet worden genezen, maar de kinderen kunnen wel worden geholpen met speciale trainingsmethoden, waarbij sociale aanpassing en spraakontwikkeling worden aangemoedigd. De behandeling van autisme is niet gemakkelijk en een zaak van lange adem.
Behandeling kan plaatsvinden in een inrichting, op een speciale school of thuis. Ouders, docenten en therapeuten moeten samenwerken om de vaardigheden van een autistisch kind te vergroten.
Medicijnen kunnen worden voorgeschreven om een kind te kalmeren of om slaapstoornissen te behandelen. Sommige autistische kinderen krijgen epilepsie, waarvoor ze ook medicijnen nodig kunnen hebben.
De meeste autisten blijven hun hele leven gehandicapt en velen zullen als volwassene nooit volledig zelfstandig kunnen leven. Als adolescent en jong volwassene hebben ze het vaak erg moeilijk, maar daarna gaat het meestal geleidelijk aan beter.
Gezinsleden van autistische kinderen kunnen counseling nodig hebben om te leren omgaan met de stress van het opvoeden van een autistisch kind. Het kan hen helpen als ze zich aansluiten bij lotgenotenorganisaties waar ze ervaringen en problemen kunnen uitwisselen met anderen met een autistisch kind in het gezin.
Preventie
Preventie van autisme is niet mogelijk zolang de oorzaak van autisme onbekend is.
Meer informatie
Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Autisme
www.autisme-nva.nl
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine (USA) over autisme
www.nlm.nih.gov
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine (USA) over het syndroom van Asperger
www.nlm.nih.gov
Graham, P., Jeremy, T. & Verhulst, F.C. 1999, Child Psychiatry A Developmental Approach, 3rd ed, Oxford University Press, Oxford.
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 28/04/2003
Disclaimer