Bijziendheid (myopie)

Inleiding

Bijziendheid is een brekingsafwijking van het oog, waarbij de lichtstralen geprojecteerd worden vòòr het netvlies in plaats van er precies op. Bijziende mensen zien zonder correctie dichtbij goed en veraf slecht. Lage bijziendheid tot -5 dioptrieën komt voor bij ongeveer 43 procent van de westerse bevolking maar is bij sommige volkeren (bijvoorbeeld Aziaten) nog veel frequenter. Hoge (-5 tot -10) bijziendheid komt voor bij 3,2 procent en extreme bijziendheid (hoger dan -10) bij 0,2 procent van de westerse bevolking.

Oorzaak

Om goed te kunnen zien is het noodzakelijk dat lichtstralen precies op het netvlies achter in het oog vallen. De lichtstralen bereiken als rechte lijnen het oog. Door het hoornvlies en de lens worden deze stralen gebogen. De stralen die boven (aan de kant van het voorhoofd) in het oog vallen, worden naar beneden afgebogen. De stralen die beneden in het oog vallen (aan de kant van de wangen) worden naar boven afgebogen. Lichtstralen van rechts worden naar links afgebogen en lichstralen van links worden naar rechts afgebogen. De stralen die midden in het oog binnenvallen, worden niet gebogen en gaan rechtdoor. Alle stralen komen op deze manier op één punt samen. Dit punt wordt het brandpunt genoemd. Normaal gesproken bevindt dit brandpunt zich precies op het netvlies waardoor scherp gezien wordt. Bij bijziende mensen valt het brandpunt echter voor het netvlies. Dit kan twee oorzaken hebben:

  1. De lens en het hoornvlies buigen de lichtstralen te sterk
  2. Het oog is te lang

Hoe het komt dat het oog te lang wordt, is nog niet geheel duidelijk. Tijdens de jeugdjaren groeit het oog zoals andere organen volgens een bepaald groeipatroon dat als het ware voorgeprogrammeerd is en grotendeels erfelijk bepaald is. Bij een aantal mensen groeit het oog teveel zodat bijziendheid ontstaat. Sommige onderzoekers menen dat omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen bij die overmatige groei van het oog, zoals vaak inspannend dichtbij kijken of lezen tijdens de jeugdjaren, maar dit onderwerp is nog zeer controversieel. De invloed van omgevingsfactoren blijkt bijvoorbeeld uit dierproeven waarbij oogleden van één oog werden dichtgenaaid waardoor het geen beeld meer kon ontvangen. Dit leidde tot overmatige groei van dit oog in vergelijking met het andere oog dat normaal kon zien.

Verschijnselen

Bijziende mensen zien voorwerpen die zich wat verder van het oog af bevinden niet scherp. Hoe hoger de bijziendheid is, hoe waziger deze voorwerpen gezien worden. Sommige bijziende mensen geven aan dat ze bij voorwerpen op afstand een dubbelbeeld waarnemen; het voorwerp heeft dan een dubbele rand. De klachten kunnen toenemen in het donker (bijvoorbeeld in een bioscoopzaal) of bij een blauwe achtergrond. Voorwerpen die zich dichtbij het oog bevinden worden wel scherp gezien mits er geen astigmatisme (cilinderafwijking) aanwezig is. Hoe groot de afstand is waarop voorwerpen nog scherp gezien worden, is afhankelijk van de mate van bijziendheid. Hoe hoger de bijziendheid is, hoe kleiner deze afstand is. Een ander verschijnsel van bijziendheid is dat mensen de ogen samenknijpen als ze naar een voorwerp in de verte kijken. Op deze manier proberen zij het beeld alsnog scherp te krijgen. Wanneer dit onbewust gebeurt, kan dit leiden tot onbegrepen hoofdpijnklachten.

Meestal verschillen de ogen niet zoveel van elkaar in de mate van bijziendheid. In uitzonderlijke gevallen is maar één oog bijziend of is het verschil in bijziendheid van beide ogen zeer groot (anisometropie).

Diagnose

De opticien, optometrist of oogarts kan bijziendheid vaststellen door een refractieonderzoek.

Behandeling

Het probleem bij bijziendheid is dat het brandpunt van de lichtstralen voor het netvlies valt waardoor in de verte niet scherp gekeken kan worden. Het doel van de behandeling is om het brandpunt weer mooi op het netvlies te krijgen. Dit kan gedaan worden door iets voor het oog te plaatsen dat invloed heeft op de breking van de lichtstralen. Dat kan door middel van een bril of door contactlenzen. Het is ook mogelijk om door middel van refractiechirurgie de bijziendheid te verhelpen.

Bril
De glazen in een bril hebben invloed op de breking van de lichtstralen. Bij bijziendheid worden brilleglazen gebruikt die de breking van de lichtstralen verminderen. Het brandpunt van de lichtstralen komt nu verder achter in het oog te liggen. De sterkte van de brilleglazen wordt zo gekozen dat het brandpunt precies op de het netvlies valt. De sterkte van deze glazen wordt aangeduid als 'min' een aantal Dioptrieen. Brilglazen hebben vooral bij hogere bijziendheid het nadeel dat het beeld verkleind en vervormd wordt. Bij aanzienlijk verschil in brilsterkte tussen beide ogen kan dit verschil in beeldgrootte erg vervelend zijn. Bij een bril is bij hoge bijziendheid het gezichtsveld opzij bovendien ook beperkt door het montuur en de perifere beeldvervorming van het glas.

Contactlenzen
De contactlenzen hebben invloed op de breking van de lichtstralen. Bij bijziendheid worden contactlenzen gebruikt die de breking van de lichtstralen verminderen. Het brandpunt van de lichtstralen komt nu verder achter in het oog te liggen. De sterkte van de contactlenzen wordt zo gekozen dat het brandpunt precies op de het netvlies valt. De sterkte van deze lenzen wordt aangeduid als 'min' een aantal Dioptrieen. . Contactlenzen hebben niet het nadeel dat het beeld verkleind en vervormd wordt. Contactlenzen hebben echter meer onderhoud nodig en leiden bij langdurig gebruik vaak tot problemen door allergische reactie op de lenzen of op de contactlensvloeistoffen. Ook kan bloedvaatnieuwvorming ontstaan aan de rand van het hoornvlies. Bovendien geven contactlenzen, zeker bij slechte hygiëne, meer kans op infecties van het oog.

Refractiechirurgie
Sinds enkele jaren zijn een aantal chirurgische technieken ontwikkeld ter correctie van de bijziendheid. De keuze van de techniek wordt bepaald door het type en de maat van brekingsafwijking, door de ervaring van de chirurg met de specifieke technieken en door de wens van de patiënt. De gebruikte huidige technieken zijn onder te verdelen in lasertechnieken en niet-lasertechnieken.

De gebruikte lasertechnieken zijn:

  1. PRK (fotorefractieve keratectomie)
    Geschikt tot ongeveer -6 à -8 dioptrieën bijziendheid.
  2. LASIK (laser-assisted-in-situkeratomileusis)
    Geschikt tot ongeveer -10 dioptrieën bijziendheid.
  3. LASEK (laser epithelial keratomileusis)
    Geschikt tot ongeveer -6 à -8 dioptrieën bijziendheid.

De gebruikte niet-lasertechnieken zijn:

  1. Intracorneale ringsegmenten
    Geschikt tot ongeveer -4 dioptrieën bijziendheid.
  2. Intra-oculaire lenzen
    Geschikt van ongeveer -4 tot -23,5 dioptrieën bijziendheid.
  3. Heldere lensextractie
    Geschikt tot ongeveer -14 dioptrieen.

Refractiechirurgie betekent eigenlijk een vrij ingrijpende en onomkeerbare ingreep uitvoeren op of in een oog dat (op een refractie-afwijking na) “gezond” is. Het is daarom van het grootste belang om de mogelijke risico’s van een dergelijke ingreep in te calculeren. De meeste complicaties kunnen met succes behandeld worden, in een enkel geval kan de kwaliteit van het zicht onomkeerbaar achteruitgaan of zelfs verloren gaan. De kansen op dergelijke complicaties dienen afgewogen te worden tegenover de last en ongemakken van de bijziendheid. Mogelijke hinder veroorzaakt door bijziendheid kan zijn: cosmetische bezwaren tegen het dragen van een bril, beperktheid van het gezichtsveld wanneer men een bril draagt bij zeer hoge bijziendheid, het ongemak van een bril of van een contactlens bij het sporten, intolerantie voor contactlenzen of onderhoudsvloeistoffen, de hoge eisen voor ongecorrigeerde visus in bepaalde beroepen zoals piloten. Ook met een kleine restafwijking (1 dioptrie of kleiner) bent u niet meer afhankelijk van de bril of contactlens, maar indien sommige omstandigheden hoge eisen stellen aan het gezichtsvermogen (vb. bij autorijden) kan nog een kleine brilcorrectie nodig zijn om het gezichtsvermogen optimaal te maken.

Een ander aspect van behandeling van bijziendheid waarvan u van tevoren op de hoogte moet zijn, is dat indien de behandeling optimaal wordt uitgevoerd, dat wil zeggen dat de brilsterkte op “0” wordt teruggebracht, vanaf de leeftijd van 40-45 jaar toch een leesbril noodzakelijk wordt om de kleine lettertjes te kunnen lezen.

Prognose

Bij bijziende kinderen in de groei kan de mate van bijziendheid toenemen. Bij volwassenen is de mate van bijziendheid meestal stabieler.

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
www.oogheelkunde.org

Informatie van het Oogziekenhuis Rotterdam over contactlenzen
www.oogziekenhuis.nl

Informatie van het Oogcentrum Deventer
www.oogartsen.nl

RMMA Nuijts en WH Beekhuis. Refractiechirurgie: meest gebruikte technieken, resultaten en complicaties. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2002 9 november; 146(45): 2134-2140.

J.P. Cleveringa, J.M.T. Oltheten, G.H. Blom, M.E.J.M. Baggen, Tj. Wiersma. NHG-standaard refractieafwijkingen. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht, 2003.

Bron: Eric Feron Copyright: Medic Info Datum: 10/01/2008

Disclaimer