Inleiding
Urineweginfecties worden meestal veroorzaakt door bacteriën; bacteriële infecties kunnen worden behandeld met antibiotica. Tot de antibiotica die worden gebruikt voor de behandeling van urineweginfecties behoren sulfonamiden en trimethopim, nitrofurantoïne, methenamine, chinolonen als ciprofloxacine en ofloxacine, cefalosporinen en fosfomycine. Welk middel tegen een infectie wordt ingezet, hangt af van het ziekteverwekkende micro-organisme en diens gevoeligheid voor de verschillende middelen.
Indicatie
Antibiotica worden voornamelijk toegepast bij urineweginfecties veroorzaakt door bacteriën als Escherichia coli, Proteus, Klebsiella en Staphylococcus. Urineweginfecties zonder complicaties kunnen worden behandeld met middelen als sulfonamiden en trimethoprim, nitrofurantoïne, en fosfomycine. Gecompliceerde urineweginfecties die niet reageren op bovenstaande middelen kunnen worden behandeld met amoxicilline/clavulaanzuur, co-trimoxazol of chinolonen.
Werking
Deze middelen kunnen oraal (via de mond) worden ingenomen in de vorm van tabletten of capsules, of per injectie in een ader worden toegediend. Het werkingsmechanisme is afhankelijk van het gebruikte middel.
Voorzorgsmaatregelen
Ingeval de patiënt andere medicijnen gebruikt, lijdt aan een chronische nier- of leveraandoening, een afwijkend bloedbeeld heeft of als deze allergisch is voor bepaalde middelen tegen urineweginfecties, moet de arts daarvan op de hoogte worden gesteld. Bij zwangerschap of borstvoeding moet dit ook gemeld worden aan de voorschrijvende arts, zodat deze een veilig middel kan kiezen.
Bijwerkingen
Tot de bijwerkingen van middelen tegen urineweginfecties behoren misselijkheid, braken, gebrek aan eetlust, diarree en allergische reacties als huiduitslag en jeuk. Ernstige bijwerkingen zijn nierstenen, kernicterus en overgevoeligheidsreacties.
Meer informatie
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap over urineweginfecties
nhg.artsennet.nl
(Engels) Nicolle, L.E. (2003), “Urinary Tract Infection: Traditional Pharmacologic Therapies”, Dis Mon, vol. 49, no. 2, February, pp. 111-28 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Nicolle, L. (2003), Best Pharmacological Practice: Urinary Tract Infections, Expert Opinion on Pharmacotherapy, vol. 4, no. 5, May, pp, 693-704 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
(Engels) Schito, G.C. (2003), “Why Fosfomycin Trometamol as First Line Therapy for Uncomplicated UTI?”, Int J Antimicrob Agents, vol. 22, Suppl.2, October, pp. 79-83 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
Mandell, G.L. and Petri, W.A., Jr (1996), Sulfonamides, Trimethoprim-Sulfamethoxazole, Quinolones, and Agents for Urinary Tract Infections, in: Hardman, J.G., Limbird, L.E., Molinoff, P.B. et al. (eds.), Goodman and Gilman’s The Pharmacological Basis of Therapeutics, 9th edn, McGraw-Hill, NewYork.
Mehta, D.K., Martin, J. and Jordan, B. (2000), British National Formulary, British Medical Association & Royal Pharmaceutical Society of Great Britain, London.
Rang, H.P., Dale, M.M. and Ritter, J.M. (1999), Pharmacology, 4th edn, Churchill Livingstone, Edinburgh.
Schaeffer, A.J. (1998), Infections of the Urinary Tract, in: Walsh, P.C., Retik, A.B., Vaughan D.E. Jr. & Wein, A.J. (eds.), Campbell’s Urology, 7th edn, vol.1, W.B. Saunders Company, Philadelphia.
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 26/08/2009
Disclaimer