Lymfekanker van de zaadbal

Inleiding

Lymfekanker van de zaadbal, testislymfoom genoemd, is een tumor die in het lymfeweefsel van de zaadbal (testis) ontstaat. Deze tumor is zeldzaam, maar komt bij mannen ouder dan 65 jaar vaker voor dan andere soorten testistumoren.
Er zijn verschillende typen testislymfomen, het type is afhankelijk van het celtype waarin de tumor ontstaan. Het meest algemeen is het non-Hodgkin lymfoom. Testislymfomen hebben in het begin meestal een gemiddelde omvang van vier cm, maar ze kunnen veel groter worden. Meestal komt de tumor in één testis voor.

Oorzaken

De oorzaak van testislymfoom is niet precies bekend. Met testislymfomen zijn de volgende risicofactoren in verband gebracht:

  • testes die in het verleden niet of slechts gedeeltelijk zijn ingedaald (cryptorchisme);
  • ongelukken;
  • infecties aan de zaadbal (scrotuminfecties).

Bepaalde testislymfomen zijn gerelateerd aan virale infecties zoals HIV en Epstein-Barr. Testislymfomen zijn soms het gevolg van erfelijke aandoeningen.

Verschijnselen

De meeste mensen met een testislymfoom klagen over een pijnloze knobbel aan één kant van het scrotum. Bij sommige patiënten is de testis opgezet. Soms wordt deze zwelling zeer groot, waardoor een misvorming ontstaat. Andere verschijnselen ontstaan doordat het lymfestelsel elders in het lichaam aangedaan raakt. Dit komt meestal tot uiting doordat de lymfeknopen in de hals, oksels en lendenen zijn opgezet. Andere meer algemene symptomen zijn onder meer:

  • nachtzweten;
  • gewichtsverlies;
  • steeds terugkerende of aanhoudende perioden van koorts.

Diagnose

Bloedonderzoek is noodzakelijk, omdat hierbij de aanwezigheid kan worden vastgesteld van afwijkende verdedigingscellen (witte bloedcellen) die kenmerkend zijn voor lymfomen. In tegenstelling tot andere testistumoren zoals kiemceltumoren, geven testislymfomen geen tumormarkers zoals alfafoetoproteïne aan het bloed af. Met behulp van een echografie van het scrotum en/of een CT-scan kan de omvang van de tumor worden bepaald. Een ander diagnostisch onderzoek is een cytologisch onderzoek met behulp van fijne-naaldaspiratie. Röntgenfoto's van de borst en het onderlichaam zijn nodig, omdat aan de hand hiervan kan worden vastgesteld of de verder weg gelegen lymfeknopen bij de ziekte zijn betrokken. Andere onderzoeken zijn onder meer een beenmergbiopsie en een ruggenprik (lumbaalpunctie).

Behandeling

De behandeling van testislymfomen bestaat meestal uit een combinatie van chirurgie, bestraling en/of chemotherapie . De keuze van de behandeling wordt bepaald door het stadium van de tumor (vroeg of gevorderd), de beoordeling van de afzonderlijke patiënt en de vraag of de tumor zich naar andere delen van het lichaam heeft uitgezaaid (vooral naar de lymfeknopen die centraal in het onderlichaam gelegen zijn). In eerste instantie bestaat de behandeling uit het chirurgisch verwijderen van de aangedane zaadbal via een ingreep die radicale orchidectomie wordt genoemd. Voor patiënten met testislymfomen zijn vaak radiotherapie en chemotherapie noodzakelijk. Het geneesmiddel, de dosering en de duur van de behandeling zijn afhankelijk van de omvang (stadium) van de ziekte.

Prognose

De prognose van deze ziekte is meestal niet gunstig: ongeveer tien procent van de patiënten is vijf jaar na de operatie nog in leven. Testislymfomen gaan gepaard met lymfomen elders in het lichaam. Enkele van deze plaatsen zijn onder meer:

  • groep lymfeknopen in de buik;
  • longen;
  • centraal zenuwstelsel;
  • beenderen;
  • huid;
  • maag;
  • amandelen.

Bij dergelijke patiënten zijn meestal verschillende kuren chemotherapie en/of bestraling nodig. Mogelijk wordt hierdoor de levensduur verlengd, hoewel de ziekte niet wordt genezen. Een andere complicatie van een langdurige behandeling van testistumoren met chemotherapie is onder meer functiestoornissen van de testis. In veel gevallen leidt dit tot een sterke afname van de spermaproductie (oligospermie) of tot het stoppen van de spermaproductie (azoöspermie). Het is daarom de moeite waard te overwegen het sperma van de patiënt voorafgaand aan de behandeling in een spermabank op te slaan.

Meer informatie

Informatie over zaadbalkanker van KWF Kankerbestrijding
www.kwfkankerbestrijding.nl

Informatie over zaadbalkanker (oncoline)
www.oncoline.nl

Colevas, D. A., Kantoff, P. W., & DeWolf, W. C., et al. (2000), Malignant Lymphoma of the Genitourinary Tract, in : Vogelzang, N. J., Shipley, W. U., & Scardino, P. T., et al. (eds), Comprehensive Textbook of Genitourinary Oncology, 2nd ed. Lippincott Williams & Williams, Philadelphia.

Howell, S.J, and Shalet, S.M. (2001), “Testicular function following Chemotherapy”, Human reproduction update, July-August, vol.7, no.4, pp.363-9.

Klein, E. A., & Levin, H. P. (1997), Non Germ Cell Tumours of the Testis, in: Fosterling, J. E., & Ritchie, J. P. (ends), Urologic Oncology, W. B. Saunders Company, Philadelphia.

Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 11/04/2008

Disclaimer