Inleiding
Baarmoederkanker, ook wel endometriumcarcinoom genoemd, begint in het baarmoederslijmvlies of endometrium. Van alle vormen van kanker die de vrouwelijke geslachtsorganen kunnen aantasten, komt baarmoederkanker het meest voor. De ziekte treft vooral vrouwen tussen 60 en 80 jaar, slechts vijf procent van alle patiënten is jonger dan 40 jaar. Baarmoederkanker kan zich buiten de baarmoeder verspreiden. Bijvoorbeeld naar de blaas, darmen en vagina, maar ook naar verder gelegen organen als de longen, de lever, de botten en de hersenen.
Risicofactoren
Sommige vrouwen lopen meer risico op baarmoederkanker dan anderen:
- Vrouwen met een hoge oestrogeenspiegel. Bijvoorbeeld vrouwen die nooit kinderen hebben gehad, vrouwen die laat in de overgang komen en vrouwen die met oestrogenen zijn behandeld.
- Vrouwen die een aandoening hebben waarbij er cysten in de eierstokken zitten.
- Volgens sommige onderzoeken is diabetes misschien ook een risicofactor.
- Er zou ook een verband kunnen zijn tussen zwaarlijvigheid en baarmoederkanker.
- Er zijn aanwijzingen dat voeding die rijk is aan dierlijk vet en eiwit een verhoogd risico op baarmoederkanker geeft, terwijl het eten van veel groente, fruit en volkoren producten dat risico juist beperkt.
Verschijnselen
In een vroeg stadium van baarmoederkanker zijn er vaak geen klachten. Als de verschijnselen eenmaal optreden, dan gaat het om abnormale vaginale afscheiding. Of bloedverlies uit de vagina: tussen de normale menstruatieperioden door of na de menopauze. Uitzaaiingen (metastasen) naar organen rond de baarmoeder veroorzaken bijvoorbeeld blaas- en darmklachten, pijn in de onderbuik en soms koorts.
Diagnose
Als een vrouw vaginale bloedingen heeft tussen de normale menstruatieperioden door of na de menopauze, dan is een inwendig onderzoek nodig. Er kan ook een andere oorzaak zijn dan baarmoederkanker. Om baarmoederkanker vast te stellen, zijn er naast lichamelijk onderzoek ook andere onderzoeken nodig. Zoals curettage (waarbij een stukje baarmoederweefsel wordt weggehaald voor microscopisch onderzoek), een CT-scan, MRI-scan en echografie. Aan de hand hiervan is te bepalen in hoeverre de tumor zich heeft verspreid. Verder moeten röntgenfoto's van de longen en de botten uitwijzen of de kankercellen zich daarheen hebben uitgezaaid.
Behandeling
Bij baarmoederkanker wordt geopereerd. Afhankelijk van de bevindingen bij de operatie wordt besloten of de baarmoeder al dan niet verwijderd wordt, en of ook de eileiders en de eierstokken weggehaald worden. Als de ziekte zich in een verder gevorderd stadium bevindt, is daarnaast bestraling nodig. Er kunnen uitzaaiingen zijn: kankercellen die zich via de bloedbaan, via het lymfestelsel of door lichaamsholten hebben verspreid naar verder gelegen lichaamsdelen. Chemotherapie of hormoonbehandeling met progestagenen en het anti-oestrogeen tamoxifen zijn dan soms succesvol. Tumoren die zich naar de hersenen en de botten hebben uitgezaaid, kunnen zo nodig worden bestraald.
Voeding
Voeding speelt een belangrijke rol bij de behandeling van kanker. Patiënten moeten goed eten als ze worden bestraald of chemotherapie krijgen. Voldoende calorieën en eiwitten zijn belangrijk. Goed eten bevordert het genezingsproces en helpt op gewicht te blijven. Een belemmering hierbij kunnen de bijwerkingen van de behandeling zijn, zoals slechte eetlust, misselijkheid en braken. Bovendien kan het eten door de behandeling anders gaan smaken.
Tips:
- Kies licht verteerbaar voedsel, zoals crackers, yoghurt, bouillon, gebakken of gegrilde kip en vis.
- Vermijd vet als u zich misselijk voelt.
- Gebruik meerdere kleine maaltijden op een dag.
- Wacht niet met eten tot u erg hongerig bent, want sterke honger kan ook misselijk maken.
- Het is beter niets te eten gedurende één tot twee uur voor een behandeling.
- Als misselijkheid aanhoudt, raadpleeg dan de arts of een diëtist(e).
Prognose
De kans op genezing is groot als de diagnose is gesteld voordat de kanker zich buiten de baarmoeder heeft verspreid. Negen van de tien vrouwen leven daarna meer dan vijf jaar. Als de ziekte pas in een verder gevorderd stadium wordt ontdekt, dan geldt dat slechts voor één op de tien vrouwen, of nog minder. Gemiddeld leven twee van de drie vrouwen nadat baarmoederkanker is vastgesteld, langer dan vijf jaar.
Preventie
Vrouwen die hun baarmoeder nog hebben en die oestrogeen moeten gebruiken, moeten dit middel altijd gebruiken in combinatie met progesteron. Overigens helpt de anticonceptiepil (op doktersrecept verkrijgbaar) de kans op baarmoederkanker met 50 procent te verminderen. Maar na de overgang is 'pil'gebruik minder zinvol omdat de 'pil' de kans op hart- en vaatziekten kan verhogen.
Meer informatie
www.cancer.gov
(Engels) Voedingsadvies voor kankerpatiënten (Eating Hints for Cancer Patients, USA 1997)
Food, Nutrition and the Prevention of Cancer: a global perspective, 1997, World Cancer Research Fund in association with American Institute for Cancer Research, Washington.
Padubidri, V.G., & Daftary, S.N. 2000, 'Carcinoma of the Endometrium', in., Shaw's Textbook of Gynaecology, 12th edn, Churchill, Livingstone, London.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 08/05/2002
Disclaimer