Inleiding
Een accommodatieparese is een gedeeltelijke of volledige verlamming van de inwendige spiertjes rond de lens (accommodatiespiertjes) met als gevolg een plotselinge vermindering van het gezichtsvermogen dichtbij. Deze verlamming heeft dezelfde gevolgen als de natuurlijke ouderdomsverziendheid (presbyopie). Meestal treedt een accommodatieverlamming op samen met een verwijde pupil (door verlamming van de kringspier van de pupil). De term cycloplegie wordt ook wel gebruikt. Bij onderzoek door een oogarts of optometrist wordt vaak door middel van oogdruppels een tijdelijke accomodatieverlamming opgewekt om goed in het oog te kunnen kijken.
Oorzaak
Een accommodatieverlamming ontstaat als gevolg van een verlamming van de inwendige oogspiertjes rond de lens (accommodatiespiertjes of ciliaire spiertjes). Dit heeft als gevolg een verminderd of afwezig vermogen tot accommoderen.
Oorzaken van deze verlamming kunnen zijn: medicatie (in tabletten of oogdruppels), neurologische aandoeningen en het syndroom van Adie.
Verschijnselen
Was voorheen het lezen van een kleine krantendruk op normale leesafstand (ongeveer 33cm) mogelijk zonder bril of door de bril of contactlens die men draagt voor kijken op afstand, dan is dit plotseling niet meer mogelijk.
Het gezichtsvermogen op afstand blijft in principe normaal, tenzij er ook sprake is van hypermetropie. Indien de pupil verwijd is (door gelijktijdige verlamming van de pupilsfincterspier), kan het gezichtsvermogen op afstand ook een beetje wazig zijn en kan lichtschuwheid optreden.
Bij een lichte verlamming (parese) treden de klachten van wazig zien dichtbij vooral op bij vermoeidheid of bij lang volgehouden visuele inspanning (zoals lezen, beeldschermwerk en televisiekijken). Soms wordt dit onscherpe beeld als een soort dubbelbeeld ervaren (een beeld met een dubbele rand). Ook andere asthenope klachten kunnen optreden.
Diagnose
Een verminderde accommodatie kan vastgesteld worden na volgende onderzoeken:
- Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand (visus meten) en refractieonderzoek
- Onderzoek van de gezichtsscherpte dichtbij (leesvisus meten)
Dit gebeurt met de optimale correctie voor de afstand, met daaraan toegevoegd een leescorrectie die aangepast is aan de leeftijd. - Onderzoek van de pupilreacties en de oogbewegingen
Deze zijn belangrijk om eventuele neurologische afwijkingen op te sporen.
Behandeling
Indien mogelijk wordt de oorzaak van de accommodatieverlamming behandeld. Anders kan een leesbril gegeven worden waarvan de sterkte evenredig is aan de mate van verlamming: ongeveer 3 dioptrie bij een volledige verlamming.
Als de accommodatieverlamming blijvend is en iemand al een (verte)bril heeft voor dagelijkse werkzaamheden, voor televisiekijken of autorijden, zijn er twee mogelijkheden: een leessegment laten inbouwen in de vertebril of een aparte leesbril nemen. Het nadeel van de laatste optie is dat de brillen steeds omgewisseld moeten worden. Het voordeel van een ingebouwd leessegment is dat er maar één bril nodig is voor alle situaties (veraf en dichtbij kijken), het nadeel daarvan is dat er maar een relatief klein deel van het brilglas gebruikt kan worden voor het kijken naar voorwerpen dichtbij. Denk bijvoorbeeld aan een schroef die in de muur gedraaid moet worden op ooghoogte, dan zit het leessegment per definitie te laag om de schroef goed te zien. Een ander nadeel is dat in het onderste deel van de bril voorwerpen op afstand niet scherp gezien worden. Dit kan bijvoorbeeld lastig zijn bij traplopen, waarbij de treden en de voeten door het leessegment wazig gezien worden.
Een leessegment kan op verschillende manieren in de vertebril ingebouwd worden:
- Als een apart venstertje (met een ronde of rechte grenslijn), meestal onderin de vertebril. De sterkte van de bril verandert dan op de grenslijn. We noemen dit een bifocaal glas (trifocaal als er 3 aparte venstertjes boven elkaar zijn).
- Als een multifocaal glas waarvan de leessterkte toeneemt naar het leessegment toe. Voordeel van dit multifocale glas (zogenaamde Varilux) is dat voorwerpen op alle afstanden scherp worden gezien. Dus bijvoorbeeld ook op ‘tussen- of middenafstand’, zoals het uiteinde van het bureau (afstand van ongeveer één meter). Een nadeel van een multifocaal glas is de vervorming van het beeld die ontstaat als het gevolg van de toenemende sterkte van het centrum naar de onderkant van het glas. Deze vervorming wordt nog erger wanneer er een (sterke) cilindrische correctie aanwezig is in het brillenglas. Na een aanpassingsperiode raken de meeste mensen gewend aan deze vervorming, maar sommige mensen kunnen niet wennen aan dit vervormde beeld. Een ander nadeel van multifocale glazen is dat deze duurder zijn dan bifocale glazen.
Prognose
De prognose is afhankelijk van de onderliggende oorzaak.
Meer informatie
Informatie van een optometriepraktijk
www.schutteoptometrie.nl
Bron: Eric Feron Copyright: Medic Info Datum: 10/01/2008
Disclaimer