Inleiding
De baarmoederhals (cervix) is het onderste gedeelte van de baarmoeder. Het vormt de verbinding tussen de baarmoeder en de vagina.
Opbouw
De baarmoederhals is een smal kanaal dat taps toeloopt. Het is ongeveer 2,5 centimeter lang. Het bovenste gedeelte van de baarmoederhals ligt boven de vagina; dit wordt het supravaginale gedeelte genoemd. Het bestaat uit spieren en staat via de inwendige baarmoedermond in verbinding met de baarmoeder.
Het onderste gedeelte van de baarmoederhals ligt in de vagina; dit wordt het vaginale gedeelte genoemd. Het bestaat met name uit bindweefsel en is via de uitwendige baarmoedermond verbonden met de vagina. Bindweefselbanden zorgen ervoor dat de baarmoedermond een bepaalde hoek blijft vormen met de baarmoeder en de vagina.
Functie
In de baarmoederhals wordt slijm geproduceerd. Vlak voor de eisprong neemt deze productie toe. De samenstelling van het slijm verandert waardoor zaadcellen zich goed door het slijm kunnen bewegen en in de baarmoeder kunnen komen. Tijdens een zwangerschap is de baarmoederhals stevig gesloten waardoor het kind niet uit de baarmoeder kan ‘vallen’. In de eerste fase van de bevalling wordt de baarmoederhals week en verstrijkt. De uitwendige baarmoedermond wordt groter. Wanneer volledige ontstluiting is bereikt ( de baarmoedermond meet dan tien centimeter in doorsnee) kan het kind worden uitgedreven.
Meer informatie
nl.wikipedia.org/wiki/Baarmoederhals
Informatie uit de online encyclopedie Wikipedia
Heineman, M.J. et al. (2001), Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens, 4e druk, Elsevier gezondheidszorg, Maarssen.
Gray, H. (2000), Anatomy of the human body, 20th Ed, Lea & Febiger, Philadelphia.
Campbell, S., Monga, A. (2000), Embryology, anatomy and physiology, 17th Ed, Gynaecology by ten teachers, Arnold, London.
Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 09/06/2008
Disclaimer