Aangeboren afwijkingen van de bronchi zijn problemen met de luchtwegen die iemand al vanaf zijn of haar geboorte heeft, doordat de bronchi zich niet normaal hebben ontwikkeld. Voorbeelden van dergelijke aangeboren afwijkingen zijn: bronchus trachealis, ‘overbruggende’ bronchus, bronchiale atresie, aangeboren bronchiale stenose, bronchomalacie en bronchogene cysten.
Bij bronchus trachealis is er een vervorming van de lagere luchtwegen (bronchi), waarbij nog vóór de normale splitsing van de luchtpijp in de rechter en linker hoofdbronchus een extra bronchustak van de luchtpijp (trachea) aftakt. Een bronchus trachealis komt rechts vaker voor dan links. Een bronchus trachealis voorziet de bovenste longkwab van de rechterlong gedeeltelijk of soms geheel van lucht.
Bij ‘overbruggende’ bronchus takt een abnormale bronchustak af uit de zijde van een van de bronchi en steekt over naar de andere kant om sommige delen van dat longgedeelte van lucht te voorzien. Iemand met een dergelijke afwijking kan last krijgen van steeds terugkerende infecties.
Bij bronchiale atresie eindigt een van de bronchi in een gesloten zakje (blind einde). De verschijnselen die hierdoor ontstaan zijn meestal licht en soms geheel afwezig. De aandoening wordt vaak bij toeval ontdekt op een röntgenfoto van de borst. Wanneer een van de grote bronchi is aangetast, kan lichaamsbeweging zwaar zijn en kan iemand ademnood of een fluitende ademhaling krijgen.
Bij aangeboren bronchiale stenose is de diameter van een van de beide grote aftakkingen van de lagere luchtwegen vernauwd.
Bij bronchomalacie is het weefsel van de bronchi slap en slecht ontwikkeld. Bij deze aandoening komt er vaak ook tracheomalacie voor. Deze afwijking komt vaker voor bij te vroeg geborenen en bij mensen met downsyndroom.
Bronchogene cysten ontstaan als de ontwikkeling van een luchtwegaftakking (bronchus) op een bepaald moment wordt onderbroken en het niet volledig gevormde bronchusweefsel een holte gaat vormen. Veel van deze cysten geven geen verschijnselen en hoeven alleen operatief te worden weggehaald als er wel klachten ontstaan.
Al deze afwijkingen kunnen worden vastgesteld met behulp van verschillende methoden, zoals röntgenfoto’s, CT-scans, bronchografie en MRI-scans. Enkele van deze aandoeningen veroorzaken geen verschijnselen en worden vaak bij toeval ontdekt. Bij andere afwijkingen is het soms nodig de afwijking chirurgisch te behandelen.
Meer informatie
(Engels) Zylak, C.J., Eyler, W.R., Spizarny, D.L. and Stone, C.H. (2002), 'Developmental lung anomalies in the adult: radiologic-pathologic correlation', Radiographics, vol. 22, Oct, Spec. No. S25-43 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov
Clements, B.S. (1999), 'Congenital malformations of the lungs and airways', in: L.M. Taussig, L.I. Landau et al. (eds.), Pediatric Respiratory Medicine, Mosby Inc, St. Louis.
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 27/03/2008
Disclaimer