Amputatie aan been

Amputatie is het afzetten van (een deel) van een arm of een been. Beenamputaties komen het meest voor. In Nederland zijn dat er elk jaar ongeveer 3300 (teenamputaties niet meegerekend). In 60 procent van de gevallen gebeurt dat bij mannen. 80 procent van de patiënten is ouder dan 65 jaar.

Een been kan worden afgezet ter hoogte van een teen, een (voor)voet of een enkel. Ook kan een been worden geamputeerd halverwege het onderbeen, door de knie, halverwege het bovenbeen of in de heup. Over het algemeen geldt: hoe hoger de ingreep, des te langer duurt de revalidatie.

Redenen

Meer dan 90 procent van de beenamputaties in Nederland hebben te maken met ernstige bloedvatvernauwingen (atherosclerose ). Dit komt vaak voor bij mensen met diabetes . Als een dotterbehandeling of bypassoperatie niet meer mogelijk is, kan een amputatie nodig zijn. Er is dan vaak sprake van ongeneeslijke wonden, weefselversterf of onhoudbare pijn.
Ook ongevallen en kanker zijn soms reden voor amputatie.

Voor de ingreep

Meestal kan iemand op de operatie worden voorbereid. De chirurg kiest de plaats van amputatie. Als het mogelijk is, houdt hij rekening met een eventuele prothese. Hij overlegt daarover met de revalidatiearts. De operatie moet in een gezond deel van de arm of het been worden uitgevoerd. De wond herstelt dan goed. Om beter te herstellen na de operatie, het is het belangrijk om in een zo goed mogelijke conditie te zijn. De revalidatiearts adviseert daarom over spierversterkende oefeningen, conditietraining en goede voeding.

Procedure

De patiënt krijgt een volledige narcose . Vaak krijgt hij ook een extra verdoving via een ruggenprik.

Bij de operatie moet de chirurg een stomp maken die een prothese kan dragen. Hij begint met twee huidsneden. De spieren snijdt hij daarna iets hoger door. Het bot zaagt hij nog iets hoger door. De bloedvaten bindt hij af en ook de zenuwen snijdt hij door.

De chirurg vouwt vervolgens de huidflappen om het bot en de spieren heen. Om wondvocht en overtollig bloed weg te laten lopen, brengt hij een buisje aan (drain). Daarna hecht hij de huid. Als de kans op een wondinfectie groot is, laat hij de wond open. Die sluit zich binnen enkele weken vanzelf.

De artsen verbinden de stomp stevig met verband. Soms brengen ze een gipsen koker om de stomp aan. De duur van de operatie is afhankelijk van het soort amputatie.

Nazorg

De patiënt krijgt vloeistoffen via een infuus en pijnstilling via het slangetje van de ruggenprik. Voor de urine krijgt hij een slangetje (katheter) in de blaas. Deze slangen worden na de operatie zo snel mogelijk verwijderd.

Het stompverband blijft vijf dagen zitten. Daarna wordt de wond bekeken en de stomp dagelijks gezwachteld. Het is belangrijk dat vocht (oedeem) uit de stomp verdwijnt. De hechtingen worden meestal pas na drie weken verwijderd. Als de wond goed geneest, krijgt de patiënt een zinklijmverband. Dit helpt om de stomp te vormen en draagt bij aan de genezing van de wond. Een zinklijmverband hoeft niet dagelijks gewisseld te worden. Het kan enkele dagen blijven zitten. De patiënt moet zo snel mogelijk starten met fysiotherapie.

Complicaties

Bij elke operatie kunnen algemene complicaties optreden, zoals een nabloeding, trombose of een infectie van de longen of de blaas. Bij een amputatie kan de patiënt ook een wondinfectie of weefselversterf krijgen. Ook duurt het soms lang voordat de wond is genezen.

Mensen die een amputatie hebben ondergaan, hebben soms het gevoel dat het ontbrekende deel nog aanwezig is. Ze voelen de afwezige arm of been bewegen en voelen er pijn, warmte of kou in. Dat heet fantoomgevoel of fantoompijn .

Als de patiënt niet snel genoeg begint met oefenen, kan de stomp in een dwangstand gaan staan. De stomp wijst in bed of op een stoel dan bijvoorbeeld omhoog.

Het missen van een ledemaat brengt veel verdriet mee. Vaak is iemand die een amputatie meemaakt in een diepe rouw. Soms heeft iemand veel hulp nodig om dat te verwerken voordat hij kan gaan revalideren.

Revalidatie

Als iemand een deel van zijn been moet missen, heeft dat invloed op vrijwel alle onderdelen van het leven. Een uitgebreide revalidatie is daarom nodig.

Een revalidatie vindt plaats tijdens opname in een revalidatiecentrum of via dagbehandeling. Als een patiënt veel bijkomende ziektes heeft, kan de revalidatie niet te intensief zijn. Hij revalideert dan meestal in een verpleeghuis. Soms is het voldoende om thuis fysiotherapie te krijgen.

Het revalidatieteam bestaat uit een:

  • arts
  • fysiotherapeut
  • orthopedisch instrumentmaker
  • ergotherapeut
  • verpleegkundige
  • maatschappelijk werker
  • psycholoog
De deskundigen kiezen samen met de betrokkene de revalidatiedoelen. Denk hierbij aan een goed passende prothese krijgen en hiermee leren lopen (met of zonder loophulpmiddelen). En activiteiten uitvoeren, zoals wassen en aankleden, huishoudelijke activiteiten, werken en sporten. Ook wordt gekeken naar aanpassingen die nodig zijn in huis of op de werkplek.

Soms kan een patiënt door een slechte gezondheid niet leren lopen met een prothese. Dat kan het geval zijn bij onder meer gewrichtsproblemen, hartfalen en longproblemen. De behandelaren leren hem dan hoe hij zo zelfstandig mogelijk kan functioneren vanuit een rolstoel.

Een arm of been verliezen is vaak erg ingrijpend. Een psycholoog en maatschappelijk werker helpen de patiënt bij het verwerken van dit verlies. Ook leren ze hem (opnieuw) omgaan met seksualiteit en een mogelijk toegenomen afhankelijkheid.

Protheses

Sommige protheses zijn er alleen voor het oog, zoals een teenprothese. Andere protheses nemen de werking over van de geamputeerde ledemaat. De revalidatiearts en de orthopedisch instrumentmaker adviseren hierover. Zij houden rekening met:

  • de plaats van de amputatie
  • het gemak bij het aantrekken en dragen
  • het te verwachten gebruik, bijvoorbeeld wel of niet sporten


Meer informatie


CBO-Richtlijn (2012) Amputatie en prothesiologie onderste extremiteit
www.diliguide.nl/amputatie

Informatie over sporten en amputatie
www.sportzorg.nl/chronische-aandoeningen/amputatie.html

Website van de vereniging voor mensen met een amputatie of verkorting aan arm of been
www.lvvg.nl/

Informatie van het Leids Universitair Medisch Centrum
www.lumc.nl

Informatie over protheses
www.handy-wijzer.nl

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 18/01/2013

Disclaimer