Blaastraining

Inleiding

Blaastraining is een training om het gedrag rondom het plassen te veranderen met als doel de blaasfunctie te verbeteren. Daarom is cognitieve blaastraining een betere term.
Bij de term blaastraining denkt men vaak alleen aan het uitstellen van het plassen, zodat de blaas went aan meer inhoud. Blaastraining is echter meer dan dat. Blaastraining kan zowel door een incontinentieverpleegkundige als door een bekkenfysiotherapeut worden gegeven. Het wordt regelmatig voorgeschreven in combinatie met medicijnen of met bekkenbodemtherapie en soms met beide.

Wanneer heb ik het nodig?

Blaastraining wordt het meest gebruikt bij urge-incontinentie, waarbij sprake is van een overactieve blaas. Maar blaastraining kan helpen bij alle andere vormen van incontinentie waarbij de blaasfunctie verstoord is door een verkeerd plaspatroon. Ook bij te weinig plassen of als sprake is van steeds terugkerende blaasontsteking doordat urine in de blaas achterblijft wordt blaastraining gegeven.
Als de oorzaak van de incontinentie ligt in een neurologische aandoening, een afwijking van de blaas of de plasbuis of na bestralingen en operaties, kan blaastraining soms een kleine bijdrage leveren aan het leren omgaan met het probleem.

Hoe werkt het?

Intake
Voordat de training aanvangt, worden eerst het plaspatroon en het plasgedrag besproken. Daarnaast wordt u gevraagd gedurende twee tot drie dagen een plasdagboek bij te houden. In het plasdagboek noteert u de hoeveelheid van elke plas, of u aandrang had, wanneer urineverlies is opgetreden, het aantal plassen per dag en het aantal verschoningen. Indien sprake is behoorlijk urineverlies wordt een luiertest gedaan. Hierbij wordt u gevraagd het gewicht van zowel een droog verband als van de natte verbanden te noteren. Hierdoor wordt duidelijk van hoeveel urineverlies er sprake is. Daarnaast kan soms gebruik worden gemaakt van informatie uit onderzoeken, zoals een echografie , flowmetrie of van het urodynamisch onderzoek .

Adviezen
Op basis van de bevindingen in het plasdagboek krijgt u adviezen over uw plaspatroon en de manier waarop u met de aandrang kunt omgaan. Dit is niet voor iedereen hetzelfde. Voor de een kan het advies zijn vaker te plassen, voor de ander om het plassen uit te stellen.
Bij een overactieve blaas met veel urineverlies is het soms beter vaker te plassen om de blaas rustiger te krijgen. Indien klachten mede veroorzaakt worden door te weinig plassen, kan het advies ook zijn vaker te gaan. Een advies kan ook zijn het plassen uit te stellen. Alvorens het plassen te kunnen uitstellen, moet men eerst de aandrang kunnen onderdrukken en zonder urineverlies het toilet kunnen halen. Om dit te bereiken is inzicht in de blaascontrole van groot belang.

De blaascontrole
De controle over de blaas wordt zowel door de hersenen als door de bekkenbodem geregeld. In de hersenen bevindt zich een aantal centra die via zenuwverbindingen contact hebben met de blaas Als de blaas enigszins vol raakt, gaat er een signaal naar de hersenen en voelen we dat als drang. Als we het plassen willen ophouden en uitstellen krijgen we de gedachte ‘ik ga straks wel’ en gaat er een signaal van de hersenen naar de blaas en zal de blaasspier ontspannen. De hersenen functioneren dus als rem van de blaas. Bij zeer sterke aandrang, waarbij de blaasspier de plasreflex al heeft gestart, moeten ook de bekkenbodemspieren aanspannen om geen urine te verliezen en de blaas te laten ontspannen. Als de aandrang verdwijnt, ontspant de bekkenbodem weer.

Emotionele factoren
Het is algemeen bekend dat bij spanningen, zoals bij een examen, de blaas gevoeliger is voor vulling. Angst voor urineverlies levert eveneens spanningen op. Bij angst voor urineverlies richt men als reactie de aandacht steeds meer op de blaasvulling. In plaats van de gedachte ‘kan ik het nog tien minuten ophouden’ denkt men steeds vanuit angst ‘ik moet plassen’. Hierdoor wordt de blaas vanuit het hersencentrum minder tot rust gebracht. Ook is er regelmatig de neiging de bekkenbodemspieren aan te spannen, terwijl de blaas eigenlijk geremd moet worden vanuit de hersenen. Men gebruikt dan steeds de ‘noodrem’. Dit kan op zichzelf de blaas weer prikkelen waardoor deze nog onrustiger wordt. Op deze manier komt men in een negatieve spiraal terecht.

Cognitieve blaastraining helpt u bewust te worden van deze negatieve spiraal en samen met u naar oplossingen te zoeken om deze spiraal te doorbreken. Positieve gedachten als ‘kan ik het nog even ophouden’ of afleidende gedachten zoals een boodschappenlijstje maken, de mail bekijken of een klusje doen hebben hun effect bewezen. Hierdoor wordt de aandacht van de blaas afgeleid.

Ook bekend is urineverlies dat steeds op hetzelfde moment plaatsvindt. Bij de een is dat het moment dat de knoop van de broek wordt losgemaakt, bij de ander het openen van de deur bij het thuiskomen. U bent dan net niet in staat de controle over de blaas lang genoeg vol te houden. Onderweg naar het toilet kunt u zichzelf dwingen het op te houden met de gedachte: ‘ik mag pas plassen als ik op de toiletbril zit’. Het helpt dit te oefenen op momenten met minder heftige aandrang.

Resultaten

Het effect van blaastraining is wisselend en afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de aandoening. Onderzoek naar blaastraining geeft aan dat er in gemiddeld 50-65% verbetering optreedt in de plasfrequentie en de ernst van de aandrang. Er zijn aanwijzingen dat blaastraining in combinatie met medicijnen een groter effect kan hebben.

Complicaties en bijwerkingen

Blaastraining kent geen complicaties of bijwerkingen.

Meer informatie

Burgio, K.L. (2002), Influence of behavior modification on overactive bladder, Urology, Nov, 60(5 Suppl 1):72-6; discussion 77.

Kim, S.W., Song, S.H., Ku, J.H. (2007), Bladder Training versus Combination of Propiverine with Bladder Training for Female Urinary Frequency. A Prospective, Randomized, Comparative Study, Gynecol Obstet Invest 2007 Oct 4;65(2):123-127 [Epub ahead of print] PMID: 17917464.

Song, C., Park, J.T., Heo, K.O., Lee, K.S., Choo, M.S. (2006), Effects of bladder training and/or tolterodine in female patients with overactive bladder syndrome: a prospective, randomized study. Korean Med Sci Dec;21(6):1060-3. PMID: 17179687.

Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 02/11/2007

Disclaimer

Incontinentie

Niet alleen ouderen kunnen last hebben van urineverlies, het komt ook veel voor bij vrouwen die zwanger zijn of al kinderen hebben. Wij hebben de belangrijkste informatie over incontinentie voor u verzameld.


Hulpmiddelen

Meer  in Incontinentie…