- Inleiding
- Indicatie
- Voorbereiding
- De operatie
- Na de operatie
- Beloop en mogelijke complicaties
- Prognose
- Meer informatie
Inleiding
Laser assisted in situ keratomileusis (LASIK) is een laserbehandeling van het hoornvlies met als doel de refractie-afwijking te verminderen waardoor een bril of contactlenzen niet meer nodig zijn of flink in sterkte kunnen afnemen. Bij LASIK wordt een stukje van de bovenste laag van het hoornvlies met een scherp mesje (microkeratoom) losgesneden en weggeklapt. De nu vrij liggende diepere gedeelten van het hoornvlies worden door de Excimer laser gedeeltelijk weggedampt. Na het laseren wordt het flapje losgesneden hoornvlies weer teruggeklapt. De techniek lijkt in veel opzichten op photorefractieve keratectomie (PRK) maar omdat bij LASIK de bovenste laag van het hoornvlies onbeschadigd blijft, kunnen sterkere refractieafwijkingen worden behandeld.
Indicatie
Deze techniek kan toegepast worden bij lichte en matige bijziendheid (van -1 tot -10 dioptrieën), lichte verziendheid (van +1 tot +5 dioptrieën) en lichte cilindrische afwijking of astigmatisme (minder dan 4 dioptrieën).
Voorbereiding
Voordat het oog behandeld wordt met de laser, vindt een oogheelkundig onderzoek plaats. De refractie-afwijking wordt bepaald, de oogdruk wordt gemeten en het oog wordt met behulp van een spleetlamp nauwkeurig bekeken. Er wordt ook een gedetailleerde foto gemaakt van het hoornvlies zodat de chirurg precies weet hoe het hoornvlies eruit ziet en waar het moet worden aangepast.
De operatie
De behandeling gebeurt poliklinisch en is pijnloos. Het oog wordt met druppels verdoofd (plaatselijke verdoving zonder injectie). Slechts in uitzonderingsgevallen is een verdovende injectie in de huid bij de buitenste ooghoek nodig. Als de verdoving werkt, moet de patiënt op de rug op de behandeltafel gaan liggen. Het oog en de omgeving van het oog worden gedesinfecteerd. Het te behandelen oog wordt opengehouden met een kleine klem (ooglidspreider) zodat de patiënt niet kan knipperen. Het andere oog wordt afgedekt.
Voorafgaand aan de feitelijke laserbehandeling wordt eerst een dun “flapje” van 130-180 µm (duizendsten van een millimeter) van het hoornvlies afgeschaafd met een microkeratoom (een soort kleine kaasschaaf). Eerst markeert de chirurg het centrum van het hoornvlies. Een zuigring wordt op het oog geplaatst zodat de oogdruk oploopt. U kunt dan tijdelijk niets zien. De hoge oogdruk is noodzakelijk om het schaven met het microkeratoom mogelijk te maken. Na drukmeting wordt een schaafsnede gemaakt. Het mesje snijdt automatisch een zeer dun laagje hoornvliesweefsel zo ver los, dat het nog maar met een randje vastzit. Het aldus ontstane weefselflapje wordt opzij geklapt en de zuigring wordt verwijderd. Dan wordt de patiënt gevraagd naar boven in de laser te kijken en het oog op een klein lichtpunt te fixeren. Vervolgens vindt de lasercorrectie plaats. In twintig seconden tot twee minuten voert een serie laserflitsen de correctie uit. De behandelend oogarts controleert gedurende de gehele behandeling door de microscoop of de patiënt blijft fixeren op het lichtpunt.
Na het uitvoeren van de lasercorrectie wordt het flapje weer op de oorspronkelijke plaats teruggelegd. Gedurende drie tot vijf minuten wordt gewacht tot deze flap zich voldoende heeft gehecht aan de onderlaag. Slechts bij hoge uitzondering zijn hechtingen noodzakelijk. Na de behandeling wordt het oog afgedekt met een beschermende oogkap tot de controle op de volgende dag.
Na de operatie
Na de behandeling wordt het oog afgedekt met een beschermende oogkap. De patiënt mag niet zelf met de auto naar huis rijden! In overleg met de behandelend oogarts worden nacontroles gepland, welke mede afhankelijk zijn van het genezingsproces. In de eerste week worden vaak antibiotica oogdruppels gegeven om infectie te voorkomen en kunsttranen om het oppervlak van het hoornvlies extra te bevochtigen en glad te houden.
De volgende klachten kunnen na de laserbehandeling ontstaan:
- Irritatie
In de eerste weken na de behandeling bestaat er een lichte irritatie van het oog; dit geeft een droog en/of zanderig gevoel. Dit is heel normaal in het proces van de wondgenezing van de oppervlakkige laag van het hoornvlies. - Tijdelijk slechter zien
Het gezichtsvermogen is de eerste dag na de LASIK-behandeling alweer redelijk hersteld, al kan het enkele dagen tot weken duren voordat het hoornvlies geheel helder is.
Beloop en mogelijke complicaties
Zoals aan elke ingreep zijn er ook aan een laserbehandeling van het oog kleine risico’s verbonden. De meeste complicaties kunnen met succes behandeld worden, maar in een enkel geval kan de kwaliteit van het zicht onomkeerbaar achteruit of zelfs verloren gaan. Aangezien het een ingreep betreft aan een oog dat (op een refractieafwijking na) gezond is en de patiënt degene is die uiteindelijk beslist om tot behandeling over te gaan, is het noodzakelijk dat deze hiervan goed op de hoogte is voordat hij instemt met de laserbehandeling. In de meeste centra wordt gevraagd een “informed consent formulier” te ondertekenen, waarin de patiënt schriftelijk bevestigt dat hij op de hoogte is van de mogelijke complicaties. Volgens de WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) dient de behandelaar zich ervan te overtuigen dat de patiënt juist en voldoende geïnformeerd is, dat mogelijke complicaties besproken zijn en dat de patiënt op de hoogte is van de kans dat zich niet-gewenste complicaties voordoen.
Complicaties bij een LASIK behandeling zijn zeldzaam. Als ze optreden zijn ze gerelateerd aan het maken van het “flapje” hoornvliesweefsel. De complicaties kunnen tijdens en na de ingreep optreden.
Complicaties tijdens de ingreep
Complicaties die tijdens de ingreep kunnen optreden zijn:
- Slecht prepareren van de flap
Tijdens de behandeling kan het prepareren van het weefselflapje mislukken. Bij het maken van de flap wordt gebruik gemaakt van een schaaf die over een zuigring schuift. Als de zuigring tijdens de ingreep loslaat, resulteert dit in een onvolledige snede. De operatie moet dan worden afgebroken en de half gesneden flap wordt dan teruggelegd. Dit zal doorgaans restloos genezen zonder storende littekenvorming zodat de behandeling op een later tijdstip (na enkele maanden) herhaald kan worden. - Loslaten van de flap
Soms kan de flap helemaal loslaten, terwijl het normaal nog met een randje aan het hoornvlies vastzit. Gewoonlijk is dit geen reden om de behandeling te stoppen. De flap wordt dan teruggeplaatst en met een zachte contactlens tijdelijk op zijn plaats gehouden. - Verlies van de flap
In dit geval kan een herstellende operatie nodig zijn (eventueel met donorweefsel). - Perforatie van de oogbol bij het prepareren van de flap
Gebeurt dit dan zijn chirurgische maatregelen noodzakelijk om lekkage van de oogbol te voorkomen. Versnelde vorming van cataract (staar) kan optreden na perforatie en in het ergste geval kan door een inwendige ooginfectie (bacteriële endophtalmie) het gezichtsvermogen verloren gaan.
Complicaties na de ingreep
Complicaties die tijdens de ingreep kunnen optreden zijn:
- Verschuiven van de flap
Direct na de ingreep kan de flap een klein stukje verschuiven, soms als gevolg van wrijven in het oog, en dan zal het flapje opnieuw glad ‘neergelegd’ moeten worden. Controle na enkele uren of de volgende dag is dan ook zeer belangrijk. - Plooien in de flap
Deze kunnen optreden en hebben een onregelmatige breking van het licht tot gevolg waardoor het gezichtsvermogen niet optimaal is. - Onregelmatig oppervlak (astigmatisme)
Indien de laserbehandeling niet precies in het centrum van het hoornvlies is uitgevoerd, is er sprake van decentratie van de correctie. Dan kan een hinderlijke onregelmatige breking van het hoornvlies optreden, die met een harde contactlens te corrigeren is, maar niet met een bril. - Cystevorming onder de flap
De oppervlakkige (epitheel)cellen van het hoornvlies kunnen tijdens de operatie onder de flap komen, waardoor na enkele weken of maanden een cyste kan ontstaan, die operatief verwijderd moet worden. - Overcorrectie en ondercorrectie
In enkele gevallen treedt over- of ondercorrectie op. Dit kan met een aanvullende behandeling verholpen worden. - Droog oog
Na de LASIK-behandeling kunnen klachten van droge, geïrriteerde ogen ontstaan. Schade aan de gevoelszenuwtjes van het hoornvlies bij het maken van de flap of een slechtere adhesie van de tranen aan het hoornvliesoppervlak na de behandeling kunnen hiervan de oorzaak zijn. De kans op deze complicatie is groter als de traanproductie voor de behandeling al aan de lage kant was. - Halo’s en lichtschitteringen
In het overgangsgebied van het behandelde en niet-behandelde hoornvlies wordt het licht verstrooid (“strooilicht”) of dubbel gebroken. Dit kan bij aanwezigheid van wijde pupillen (bijvoorbeeld ‘s avonds bij het autorijden) aanleiding geven tot het zien van zogenaamde halo’s. Dit zijn extra waargenomen, heel wazige beelden om het scherpe hoofdbeeld heen zoals ook voorkomt wanneer men door de rand van een harde contactlens kijkt. Autolichten kunnen uitwaaieren tot lichtkransen, zodat een aantal mensen in de eerste maanden na de behandeling ‘s avonds geen auto durft te rijden. In sommige gevallen blijven storende halo’s aanwezig. Deze complicatie is zeldzaam en treedt vaker op bij de behandeling van verziendheid dan van bijziendheid. - Verminderd contrastzien
Vooral in het donker kan dit leiden tot verminderd gezichtsvermogen. In 9 tot 30 procent van de gevallen worden moeilijkheden gerapporteerd met rijden in het donker. De hierboven beschreven storende lichteffecten kunnen hiertoe bijdragen. - Overige zeldzame ernstigere complicaties die blijvend verlies van gezichtsvermogen kunnen veroorzaken zijn: corneale ectasie (uitbochting van het hoornvlies wanneer te veel hoornvliesweefsel wordt verdampt), diffuse lamellaire keratitis onder de flap (een soort steriele ontsteking onder de flap die met cortisonedruppeltjes behandeld wordt) en bacteriële infectie van het hoornvlies (cornea-ulcus).
Prognose
De bedoeling van de behandeling is de brekingsafwijking weg te halen of zo klein mogelijk te maken. Met een kleine restafwijking van 1 dioptrie of kleiner is iemand niet meer afhankelijk van een bril of contactlenzen. Wanneer er omstandigheden zijn waarin hoge eisen gesteld worden aan het gezichtsvermogen (bijvoorbeeld bij autorijden) kan nog een kleine brilcorrectie nodig zijn om het gezichtsvermogen optimaal te maken.
Aangetoond is dat de LASIK-techniek goede resultaten geeft bij bijziendheid tot 10 dioptrieën en gering astigmatisme (minder dan 2 dioptrieën). Bij bijziendheid boven 6 dioptrieën geeft LASIK doorgaans betere resultaten dan PRK. Meer dan 90 procent van de bijziende patiënten die behandeld zijn met de LASIK-techniek beoordelen het resultaat als goed tot uitstekend. De resultaten bij de behandeling van verziendheid zijn over het algemeen minder goed. Ze zijn minder goed voorspelbaar, er is een grotere kans op regressie (vermindering van het effect van de behandeling na verloop van tijd) en de kans op complicaties zoals storende lichteffecten of halo’s, is groter.
Meer informatie
Informatie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
www.oogheelkunde.org
(Engels) Informatie van gecertificeerde oogspecialisten (USA)
www.eyesearch.com
Bron: Eric Feron Copyright: Medic Info Datum: 10/01/2008
Disclaimer