Inleiding
Met hypertrofie wordt volumevermeerdering van cellen bedoeld waardoor het betreffende weefsel of orgaan in omvang toeneemt. Kenmerkend voor huidaandoeningen die met hypertrofie gepaard gaan, is de vorming van littekens. De meest voorkomende hypertrofische huidaandoeningen zijn keloïden en hypertrofische littekens. Deze worden meestal aangetroffen bij mensen met een donkere huid en vaker bij mannen.
Oorzaken
Wanneer de huid is beschadigd door een verwonding of operatie, probeert het lichaam infectie te voorkomen door in hoog tempo snel groeiende littekencellen aan te maken, om de wond zo spoedig mogelijk te sluiten. Wanneer dit doorgaat ontstaan hypertrofische littekens en keloïden na genezing van een wond of in reeds gevormde operatielittekens.
Verschijnselen
De verschijnselen zijn afhankelijk van factoren als het huidtype, de plaats op het lichaam, de soort verwonding en leeftijd en voedingstoestand van de patiënt.
Een hypertrofisch litteken ziet eruit als een rode zwelling op de genezen wond of het operatielitteken. Keloïden zijn meestal verdikt, harder dan de omringende huid en rood, roze of bruin van kleur. Ze kunnen jeuken en pijnlijk of gevoelig voor aanraking zijn. Het belangrijkste verschil tussen een hypertrofisch litteken en een keloïd is, dat een hypertrofisch litteken binnen de grenzen van de oorspronkelijke wond blijft en een keloïd niet. Keloïden dringen de omringende weefsels binnen en hebben een stevige en rubberachtige structuur. De vorming van hypertrofische littekens begint al snel, binnen enkele weken na een operatieve ingreep of verwonding, terwijl keloïden vele maanden of zelfs een jaar later kunnen ontstaan en zich blijven uitbreiden. Hypertrofische littekens komen meestal voor op de ledematen en romp, hoewel ze op elk deel van het lichaam kunnen ontstaan. Hypertrofische littekens lijken op keloïden maar ze zijn kleiner en komen vaker voor.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. Het verschil tussen hypertrofische littekens en keloïden is het uiterlijk, de ernst en grootte van het litteken en het gegeven dat hypertrofische littekens binnen de grenzen van de oorspronkelijke wond blijven. Bij onderzoek van een littekenweefselmonster onder de microscoop, verkregen middels een huidbiopsie , is in detail te zien hoe de bindweefselvezels in de littekens zijn gerangschikt en verdeeld. Er wordt vaak overmatige afzetting gezien van collageen en fibroblasten, de bindweefselcellen die collageen aanmaken.
Behandeling
Hypertrofische littekens verzachten of verdwijnen meestal binnen één tot anderhalf jaar, maar in de enkele gevallen waarin dit niet gebeurt zijn verschillende behandelingen mogelijk om het littekenweefsel te minimaliseren, die ook worden ingezet bij de behandeling van keloïden. Het resultaat van deze behandeling hangt af van plaats, omvang en diepte van het litteken, leeftijd en gezondheidstoestand van de patiënt en eerdere behandelingen. Hypertrofische littekens en keloïden worden in eerste instantie met corticosteroïden behandeld, plaatselijk aangebracht of per injectie toegediend. Andere mogelijke behandelingen zijn een verband om het litteken af te sluiten, compressietherapie met bijvoorbeeld een drukverband, bestraling en laserbehandeling . In ernstige gevallen kan verwijdering van het hypertrofisch litteken of keloïd door een operatie of bevriezing ook voor verbetering zorgen. Vaak wordt een operatie gecombineerd met injecties met corticosteroïden, die soms nog tot enkele maanden na de operatie worden gegeven om de kans op herstel te vergroten en het risico op terugkeer van het litteken te verkleinen.
Complicaties
Bij hypertrofische littekens treden geen ernstige complicaties op, al kan de patiënt de littekens wel zeer ontsierend vinden. In zeldzame situaties wordt de huid door hypertrofische littekens samengetrokken, wat misvormingen en functieverlies van een gewricht onder het litteken of ernstige verminking van het gezicht kan veroorzaken. Keloïden keren terug bij vijftig tot tachtig procent van de mensen die het litteken operatief hebben laten verwijderen. De kans op terugkeer van op die manier verwijderde keloïden kan worden verkleind door het litteken spanningsvrij te sluiten en ervoor te zorgen dat het litteken in de natuurlijke huidlijnen komt te liggen.
Meer informatie
Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas .
Informatie over littekens
Informatie over keloïd
www.huidarts.com
www.aocd.org
American Osteopathic College of Dermatology (2003), Keloids and Hypertrophic Scars, [Online], Beschikbaar via
www.ncbi.nlm.nih.gov
Atiyeh B.S, Costagliola M, Hayek S.N. (2005), “Keloid or Hypertrophic Scar: The Controversy: Review of the Literature”, Ann Plast Surg, vol. 54, no. 6, pp. 676-680
www.breasthealthonline.org
Breast Health Online (2002), Hypertrophic Scars and Keloids
www.ncbi.nlm.nih.gov
Brissett A.E, Sherris,D.A. (2001), Scar contractures, hypertrophic scars, and keloids.Facial Plast Surg, vol. 17, no. 4, November, pp. 263-272.
www.ncbi.nlm.nih.gov
Devlin-Rooney.K, James,W. (2005), “Management and prevention of abnormal scars.” j Nurs Stand, vol. 19, pp. 23-29.
www.ncbi.nlm.nih.gov
Westine, J,G. Lopez, M,A. Thomas, J,R. (2005), “Scar revision”, Facial Plast Surg Clin North Am, vol. 13, no. 2, pp. 325-331
Harry, R, J. Bernard, A, A., (1985), Development, Morphology and Physiology, in: Samuel, L, M. Harry, J, H. (eds), Dermatology, 2nd ed, vol. 1, W.B. Saunders Company, New York. (Engels)
Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 23/12/2008
Disclaimer