Faalangst bij kinderen

Inleiding

Kinderen die verlegen en of teruggetrokken zijn vallen op tussen uitgelaten leeftijdgenoten. Bij faalangst spelen de gedachten die een kind heeft over zichzelf en ook de gebeurtenissen in zijn omgeving een centrale rol.

Angsten bij kinderen

Angst hoort bij het leven en het is voor iedereen een bekend verschijnsel. Normale angst is voor kinderen meestal goed te hanteren. Angst heeft een beschermende functie, het houdt je alert, waarschuwt je voor bedreigende situaties, weerhoudt je van overmoedigheid in situaties waarin dat niet gepast is. Angst kan echter ook zijn doel voorbijschieten door overmatig te zijn en dan verlammend te gaan werken. Je moet er voor waken dat het kind door de angst niet zo in beslag wordt genomen dat het de ontwikkeling bedreigt. Het kind met angst heeft waarschijnlijk de neiging om bepaalde situaties te vermijden, waardoor de angst in stand wordt gehouden. Als angst langdurig blijft bestaan, kunnen er allerlei lichamelijke klachten optreden zoals een gevoel van kortademigheid, buikpijn, duizeligheid. Naast deze symptomen kan er een grote twijfelzucht aanwezig zijn en daarom doet het kind waarschijnlijk een beroep op de omgeving om gerustgesteld te worden. De kinderen met angsten hebben snel last van gevoelens van afwijzing, tekort gedaan worden of gekrenkt worden.

Een faalangstig kind

Faalangst kan aanwezig zijn vanaf de peuterleeftijd. Vaak hebben de kinderen geen behoefte aan het leveren van prestaties, door een gevoel van ‘dat kan ik toch niet’. Een taakje moeten gaan doen, kan dus een grote druk geven. Dat kan er ook op een tegenovergestelde manier uitkomen: het lijkt of de kinderen niet weten dat ze een taakje moeten doen of zich helemaal niet verantwoordelijk voelen om een activiteit af te maken of er aan te beginnen. Het doet zich dan voor als nonchalant gedrag.

Een faalangstig kind is bang voor mislukking. U helpt het kind niet door te zeggen; 'onzin, je hoeft niet bang zijn'. Het is van belang dat de ouders nuchter blijven maar ook het probleem serieus nemen. Als ouders moet u proberen samen met het kind het probleem tot de juiste proporties terug te brengen. Kinderen met faalangst kunnen vaak aan niets anders denken dan aan de beproeving die op komst is (tunneldenken). Als ouder moet u ervoor waken dat u zich niet laat verleiden in die 'tunnel' mee te gaan. Meeleven is goed, maar let op dat het probleem daardoor niet 'zwaarder' wordt gemaakt. Het gaat erom de juiste maat te vinden die bij uw kind past. Ieder mens heeft in een bepaalde mate last van faalangst. Belangrijk is dat u er op let dat het kind geen situaties gaat ontwijken en activiteiten niet meer onderneemt. Ontwijken vergroot namelijk de angst, het wordt een steeds grotere drempel (u kunt een activiteit ook opdelen in kleine stapjes, zo gaat het kind het niet uit de weg maar doet het toch in het eigen tempo).

Denkpatroon van een faalangstig kind

Faalangstige kinderen hebben de neiging een negatieve opmerking beter te registreren dan een positieve. Negatieve opmerkingen passen bij het negatieve zelfbeeld dat deze kinderen vaak hebben; de negatieve opmerkingen vallen dus zogezegd op hun plaats. Positieve opmerkingen laten ze eerder langs zich heen gaan, het lijkt alsof ze die minder horen. Voeg daarbij dat ze zichzelf verwijten maken over alles wat mislukt en het is duidelijk dat ze zichzelf in een steeds negatiever licht gaan zien. Hun denkpatroon is zo in elkaar gaan zitten en vaak zijn ze zichzelf daar niet bewust van. Het helpt dan ook niet om te zeggen; 'je denkt verkeerd of te negatief'. Wat ze nodig hebben om hun zelfvertrouwen te herstellen, is een positief tegenwicht, een flinke dosis positieve aandacht en ondersteuning gericht op het probleem en de aanpak daarvan (dit is iets anders dan je kind in de watten leggen).

Tips voor ouders en verzorgers van kinderen met faalangst

  • Probeer als ouders een duidelijke en veilige omgeving te scheppen. Een kind wil graag weten wat er gaat gebeuren en wanneer.
  • Geef uw kind het gevoel dat u de angsten begrijpt door er niet overheen te praten of gerust te stellen, maar door te bevestigen wat er bij het kind leeft (bespreek de angst zonder kant en klare oplossingen).
  • Besef dat het kind niet anders kan en wees daarom niet ongeduldig of geïrriteerd.
  • Stimuleer uw kind om toch de dingen te ondernemen die het spannend vindt. Eventueel in stapjes onderverdelen en in eerste instantie samen doen (hoe vaker je de dingen doet hoe makkelijker het gaat, en dan krijgt het kind weer een positieve ervaring). Zet niet door bij paniek.
  • Geef veel feedback over vorderingen. Benoem ook kleine stapjes voorwaarts. Meld niet steeds wat er nog niet goed gaat.
  • Laat het kind los in situaties waar het kind wil en kan experimenteren. Al te beschermend zijn en dingen van uw kind overnemen of uit handen nemen, kan soms het gevoel geven dat uw kind het toch nog niet zelf kan.
  • Wees heel precies in opdrachten aan en wensen t.a.v. uw kind. Geef duidelijk aan wat het precies moet doen.
  • Stel reële eisen aan uw kind die passen bij de leeftijd. Overvraag het niet, maar wees ook niet te gemakkelijk.
  • Probeer als ouder uw vertrouwen in het kind over te brengen. Geloof in uw kind, geloof dat hij of zij het kan.

Meer informatie

Algemene informatie over faalangst van Orthoconsult
www.faalangst.nl

‘Ik kan het’, Hetty Willink, CPS 2000 Amersfoort.

‘Faalangst en ouders’, Ard Nieuwenbroek, 1998 Kampen.

‘Faalangst’, Pieter Langendijk, Deventer.

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 09/09/2004

Disclaimer

Gezonde psyche

Een gezonde psyche is belangrijk. Slecht slapen, minder eten, hoofdpijn en rugklachten kunnen de gevolgen zijn van een constante spanning. We noemen dit ook wel stress en komt veel voor. Een bepaalde mate van 'gezonde spanning' is natuurlijk niet weg te denken in ons bewustzijn.