- Inleiding
- Wanneer kan deze behandeling uitgevoerd worden?
- Welke vorm van anesthesie wordt toegepast?
- Voorbereiding op de operatie
- Hoe gaat de operatie in zijn werk?
- Wat kunt u verwachten na de operatie?
- Waar moet u rekening mee houden na de operatie?
- Wat is het resultaat van de operatie?
- Meer informatie
Inleiding
Een heldere lensextractie is een chirurgische techniek waarbij de (nog heldere) natuurlijke ooglens vervangen wordt door een kunstlens, met als doel een refractieafwijking (brilafwijking) te verhelpen. In feite is deze ingreep identiek aan een staaroperatie, met dien verstande dat in dit geval geen sprake is van een staar (troebele lens). Het betreft dus een gezond oog, behoudens de refractieafwijking. De beslissing of de operatie plaats zal moeten vinden ligt geheel bij de patiënt, die vanzelfsprekend tevoren juist en volledig geïnformeerd dient te zijn door de behandelaar, alvorens een dergelijke beslissing te kunnen nemen. Het nadeel van de ingreep is dat het, net zoals bij een staaroperatie, een echte operatie in het oog betreft met de daarbij horende mogelijke complicaties.
Wanneer kan deze behandeling uitgevoerd worden?
Deze techniek kan in principe voor alle sterkten van bijziendheid worden toegepast, maar wordt bij voorkeur gebruikt bij de hogere refractieafwijkingen die om een of andere reden niet in aanmerking komen voor één van de andere technieken van refractiechirurgie, bijvoorbeeld omdat van de andere methodieken onvoldoende resultaat mag worden verwacht of omdat een andere methode teveel risico in zich draagt.
Welke vorm van anesthesie wordt toegepast?
In principe wordt een heldere lensextractie onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. In sommige omstandigheden kan de voorkeur gegeven worden aan narcose.
Plaatselijke verdoving
Meestal gebeurt dit met een verdovende prik die ongeveer een half uur voor aanvang van de operatie naast het oog gegeven wordt. Soms wordt de patiënt gedurende enkele seconden in een roesje gebracht met een stof die in de arm ingespoten wordt, waardoor niets gemerkt wordt van de injectie. Na het geven van de verdovende prik zal de patiënt tijdelijk met het verdoofde oog bijna niets kunnen zien en niets kunnen voelen. Ook kan hij het oog tijdelijk niet bewegen. Dit gevoel kan worden vergeleken met een verdoving bij een tandheelkundige ingreep die na enkele uren langzaam uitwerkt.
De laatste tijd wordt steeds vaker druppelanesthesie toegepast in plaats van een verdovende prik. Daarbij wordt het oog van tevoren gedruppeld met verdovende druppeltjes. Tijdens de ingreep kan nog extra verdoving toegediend worden rond het oog. Ook via de infuusvloeistof waarmee het oog op spanning gehouden wordt tijdens de ingreep, kan de verdoving verlengd worden. Bij deze manier van verdoven blijft het oog echter beweeglijk en ook zal de patiënt tijdens de operatie kunnen blijven zien.
Algehele narcose
In sommige omstandigheden kan de voorkeur gegeven worden aan algehele narcose. Dit is bijvoorbeeld het geval:
- bij zeer angstige personen of mensen met ernstige claustrofobie die het niet op kunnen brengen om een kwartier tot een half uur onder steriele doeken rustig plat op de rug te blijven liggen;
- in zeer complexe gevallen of bij patiënten waarbij de kans op complicaties groter is (bijvoorbeeld door speciale bouw van het oog).
De dag van de narcose mag de patiënt vanaf middernacht niets meer eten en drinken.
Voorbereiding op de operatie
De voorbereiding op de operatie bestaat uit een aantal elementen:
- Preoperatief onderzoek
- Vragenlijst invullen
- Informed consent formulier ondertekenen
Preoperatief onderzoek
Alvorens tot behandeling over te gaan, wordt een grondig oogheelkundig vooronderzoek verricht door een optometrist (oogmeetkundige) en een oogarts. Om een betrouwbare meting van de refractieafwijking van de ogen te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om voorafgaand aan dit onderzoek de contactlenzen een tijdje uit te laten. Bij vormvaste (harde) zuurstofdoorlatende contactlenzen geldt een termijn van twee weken en bij zachte lenzen een week. Als het ongemak te groot is om beide contactlenzen tegelijk gedurende die periode uit te laten, kan het vooronderzoek in twee keer gebeuren (onderzoek van elk oog afzonderlijk). Het onderzoek bestaat uit de volgende elementen:
- Onderzoek van de gezichtsscherpte op afstand
- Refractieonderzoek
- Spleetlamponderzoek
Tijdens dit onderzoek worden afwijkingen in van het voorste deel van het oog uitgesloten, die het resultaat van de ingreep zouden kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld afwijkingen aan de oogleden of aan het hoornvlies). - Oogfundusonderzoek (oogspiegelonderzoek)
Hiermee kan de oogarts, na het verwijden van de pupil met oogdruppels, het netvlies bekijken, en met name het centrum ervan, de macula of gele vlek. Bij sterke bijziendheid kan de macula aangetast zijn door myope maculadegeneratie en dan zal het resultaat van een refractieve ingreep beperkt zijn. (Dit is te vergelijken met foto's maken met een beschadigde of overbelichte film: zelfs met de beste camera zullen de foto's van slechte of matige kwaliteit zijn.). Ook de periferie van het netvlies wordt goed onderzocht. Vooral bij ernstigere bijziendheid is de kans op afwijkingen die de kans op netvliesloslating vergroten, aanwezig. Deze letsels kunnen soms voor de operatie met een laser behandeld worden met als doel de kans op een netvliesloslating te verkleinen. - Oculometrie of echo A-scan
Hiermee wordt de aslengte van het oog (de lengte van het oog van voor naar achter) bepaald. Deze parameter is nodig om de sterkte van de kunstlens te berekenen.
Vragenlijst invullen
Als gekozen wordt voor algemene anesthesie, worden een aantal vragen gesteld over uw medische en chirurgische voorgeschiedenis, algemene gezondheid en medicijngebruik. Eventueel krijgt u voor de operatie nog een gesprek met de anesthesioloog. Of dit noodzakelijk is, is geheel afhankelijk van de medische voorgeschiedenis. Bij de gemiddelde, gezonde patiënt, zonder enige bijzonderheden in de voorgeschiedenis, volstaat het voor de anesthesioloog dat het vragenformulier goed is ingevuld.
Informed consent formulier ondertekenen
Als besloten wordt tot operatie, moet u een zogeheten ‘informed consentformulier’ ondertekenen waarin u verklaart dat u op de hoogte bent van de aard, verwachtingen en risico’s van de procedure.
Hoe gaat de operatie in zijn werk?
De huidige standaard techniek is de phaco-emulsificatie (phaco). Het uur vóór de operatie wordt gebruikt om de pupil met behulp van oogdruppels wijder te maken. Hierdoor wordt de lens goed zichtbaar voor de oogchirurg. Indien er sprake is van een plaatselijke verdoving wordt deze ongeveer een half uur vóór aanvang van de operatie gegeven worden. Narcose wordt vlak vóór de operatie pas toegediend. Dan maakt de oogchirurg een klein sneetje aan de rand van het hoornvlies waardoor een dunne sonde wordt ingebracht. De trilling die dit instrument voortbrengt, vergruist de lens en deze wordt via een dun slangetje weggezogen uit het oog. Zo verdwijnt de gehele inhoud van de natuurlijke lens. Er blijft een leeg lenszakje over, waar direct een kunstlens in teruggeplaatst kan worden. Een hechting is meestal niet nodig wegens de minimale snede.
Wat kunt u verwachten na de operatie?
Bij de nacontroles zal de oogarts met de spleetlamp kijken of er geen onregelmatigheden zijn (zoals tekenen van ontsteking) en of het genezingsproces goed verloopt. Deze controles zijn pijnloos en duren niet lang. Gedurende enkele weken moeten een aantal keer per dag ontstekingswerende oogdruppels gebruikt worden. Na enkele weken wordt de brekingsafwijking van het oog opnieuw gemeten en kan een brilcorrectie gegeven worden om de (eventuele) restafwijking te corrigeren en kan ook de leesbril aangepast worden.
Een ander doel van de vervolgcontrole is het beslissen over het moment van een eventuele operatie aan het andere oog. Als het resultaat van het eerst behandelde oog bevredigend is, kan dat meestal na een periode van één tot drie maanden gebeuren. In de periode tussen de twee behandelingen kan een contactlens gedragen worden op het niet behandelde oog. Het verschil tussen de twee ogen is immers meestal te groot geworden is (anisometropie en anisokeinie) voor een brilcorrectie.
Waar moet u rekening mee houden na de operatie?
Na de operatie moet u met een aantal dingen rekening houden. Dit zijn:
- Niet wrijven in het oog
- Dagelijkse bezigheden
- Sporten
- Autorijden
- Brilaanpassing
- Werkhervatting
Niet wrijven in het oog
Wrijven in het oog mag enkele weken niet. Dit kan een verhoogde kans op infectie en kan het genezingsproces tegenwerken. Bij het slapen gaan wordt soms aangeraden gedurende enkele dagen een beschermende oogdop aan te brengen.
Dagelijkse bezigheden
Dagelijkse bezigheden zoals huishoudelijke taken hoeven meestal niet gestaakt te worden. Persoonlijke verzorging zoals douchen, baden en kappersbezoek hoeven na de operatie niet uitgesteld te worden mits er niet in het oog gewreven wordt.
Sporten
De sportieve bezigheden moeten in het begin beperkt worden tot het onderhouden van de lichamelijke conditie (bijvoorbeeld hardlopen, fietsen of zwemmen) om daarna weer geleidelijk aan weer over te gaan tot de normale (top)prestaties. Bij professionele sporters gaat dit herstelproces noodgedwongen soms sneller, zonder daarbij het oog aan onnodige risico’s bloot te stellen. Hierbij kan het oog bij contactsporten beschermd worden met een beschermbril (vb. “Edgar Davids-bril”). Bij zwemmen wordt afgeraden onder water te duiken.
Autorijden
Dit blijft mogelijk zolang het andere oog zeer goed is (wettelijk minimum 80 procent zicht indien het andere oog geen 50 procent zicht haalt). Nochtans wordt autorijden afgeraden tot de bril is aangepast, omdat het dieptezicht en het vermogen afstand te schatten voor die tijd gestoord kunnen zijn.
Brilaanpassing
De kunstlens die wordt ingebracht bestaat in verschillende sterktes. Er wordt naar gestreefd dat u na de operatie zo goed mogelijk ziet zonder bril of in elk geval met een zwakkere bril dan voor de operatie. Hoe goed uw zicht zonder bril wordt, hangt echter af van enkele factoren:
- Werd de sterkte van de kunstlens berekend voor optimaal zien in de verte of dichtbij? In het eerste geval heeft u waarschijnlijk een leesbril nodig, in het andere geval een vertebril.
- Werd de sterkte van de kunstlens misschien met opzet zo berekend om niet teveel af te wijken van de vroegere bril? Dit kan het geval zijn als het andere oog geen staar heeft, maar wel een sterke brilcorrectie. De oogarts zal een te groot verschil in sterkte tussen beide ogen (anisometropie) vermijden, omdat het zeer storend kan zijn en dubbelzien kan veroorzaken. Of misschien koos u er bewust voor om ongeveer de vroegere brilsterkte te behouden omdat u aan de bril gewend bent.
- Was het oog voor de operatie astigmatisch? Hoe sterker het astigmatisme, hoe minder goed u na de operatie zonder bril kunt zien.
- Hoeveel wijkt het resultaat van de operatie af van de beoogde sterkte? Alhoewel de oogarts de lenssterkte zo nauwkeurig mogelijk berekent, blijven kleine meetfouten mogelijk.
Werkhervatting
Hoe snel men weer aan het werk kan, hangt af van de werkzaamheden:
- Met bureauwerk kan men meestal binnen een aantal dagen weer aan de slag. Anderen kunnen een week nodig hebben om te herstellen.
- Werkzaamheden waarbij veel zwaar getild, diep gebukt etcera moet worden, zullen na overleg met de operateur hervat kunnen worden.
- Werkzaamheden in stofferige of vuile omgeving kunnen eveneens, na overleg met de operateur, hervat worden na genezing van de wond.
- Werkzaamheden en beroepen waarbij perfect dieptezien nodig is (bijvoorbeeld werken aan gevaarlijke machines, werken op steigers, autorijden, luchtvaartpiloot of scheepskapitein) kunnen het best pas hervat worden na aanpassing van de bril.
Wat is het resultaat van de operatie?
De resultaten van heldere lensextractie zijn iets minder voorspelbaar dan na LASIK, omdat deze techniek meestal gereserveerd wordt voor de hogere refractieafwijkingen. Ook bij een kleine restafwijking (1 dioptrie of kleiner) is de patiënt niet meer afhankelijk van de bril of contactlenzen. Alleen wanneer sommige omstandigheden hoge eisen stellen aan het gezichtsvermogen (bijvoorbeeld autorijden) kan nog een kleine brilcorrectie nodig zijn om het gezichtsvermogen optimaal te maken.
De operatie brengt ook enkele risico's met zich mee. De volgende complicaties kunnen optreden:
- Bij patiënten met hoge bijziendheid die deze behandeling ondergaan, is het risico op netvliesloslating ongeveer 8 procent. Dit is twee keer zo hoog als bij het natuurlijke beloop bij hoge bijziendheid.
- Na verloop van tijd kan nastaar optreden, hetgeen eenvoudig te verhelpen is met een Yag-laserbehandeling.
Meer informatie
Informatie van het hulp- en informatiecentrum Ooglasertrefpunt over o.a. heldere lensextractie
www.ooglasertrefpunt.nl
Bron: Eric Feron Copyright: Medic Info Datum: 10/01/2008
Disclaimer