Afsluiting van een slagader

Een embolie een de afsluiting van een slagader. De prop die de afsluiting veroorzaakt, wordt een embolus genoemd en bestaat meestal uit stukjes gestold bloed; er is dan sprake van een trombo-embolie. Een embolie kan ook worden veroorzaakt door een luchtbel (luchtembolie), een prop vet (vetembolie), een groepje kankercellen of een 'klontje' bacteriën.

Een embolie kan in alle slagaders optreden, waardoor de bloedtoevoer naar de organen of weefsels die door deze slagader van bloed worden voorzien, vermindert of geheel wordt afgesneden. De organen die daardoor het vaakst worden aangedaan, zijn de hersenen, longen, ogen, darmen, nieren en benen.

De verschijnselen van een embolie verschillen. Dit is afhankelijk van welk orgaan te weinig of geen bloed ontvangt.

Oorzaken van trombo-embolie

Een trombo-embolie wordt gewoonlijk veroorzaakt door bloedstolsels die zich in de bloedbaan hebben gevormd (trombose). Dit kan het gevolg zijn van:

  • trombose in de diepe beenaders;
  • hartaandoeningen (hartinfarct, hartritmestoornissen als boezemfibrilleren, afwijkingen aan de hartkleppen);
  • vaatafwijkingen, zoals atherosclerose en een aneurysma (abnormale verwijding van een deel van de slagaderwand);
  • een operatie aan de borstkas of de buikholte.

Oorzaken van luchtembolie

Als een medicijn of vloeistof per injectie of infuus wordt toegediend, kan er per ongeluk lucht in de aders terechtkomen en dat kan een luchtembolie veroorzaken.

Verder kan een luchtembolie ook een enkele keer optreden als complicatie van een diagnostische procedure, zoals het inbrengen van een katheter via een ader.

Oorzaken van vetembolie

Een vetembolie kan ontstaan als complicatie bij fracturen van de grote pijpbeenderen (boven- of onderbeen), of als complicatie bij een knie- of heupoperatie.

Verschijnselen van embolie

De verschijnselen van een embolie hangen af van de slagader waarin de embolie optreedt en van het orgaan dat door deze slagader normaalgesproken van bloed wordt voorzien.

Verschijnselen van hersenembolie

De schade die ontstaat als de hersenen te weinig bloed krijgen, wordt in het algemeen beroerte genoemd. De symptomen zijn onder meer gevoelloosheid, soms alleen in het gezicht, maar soms ook in de ledematen en het lichaam zelf. Meestal is slechts één lichaamshelft aangedaan. Halfzijdige gedeeltelijke motorische verlamming (hemiparese) en halfzijdige volledige verlamming (hemiplegie) komen ook dikwijls voor. Spraakstoornissen (afasie), stoornissen van het gezichtsvermogen en verlies van controle over de spieren, zijn ook verschijnselen die bij een beroerte kunnen optreden.

Verschijnselen van longembolie

Kleine tot middelgrote longemboliën leiden tot kortademigheid, pijn op de borst en het ophoesten van bloed (haemoptoe). Als de embolus groot is, kan dit tot gevolg hebben dat de patiënt bleek ziet, sterk transpireert, hevige pijn op de borst heeft en zeer snel ademhaalt (tachypneu). Bewustzijnsverlies is daarbij een veelvoorkomend verschijnsel.

Een grote longembolus is ernstig en kan een dodelijke afloop hebben als er niet snel een diagnose wordt gesteld en tot behandeling wordt overgegaan.

Verschijnselen van een embolie in andere organen

  • Patiënten met een embolie in de slagaders die de darmen van bloed voorzien, kunnen last hebben van hevige buikpijn, braken en diarree.
  • Een embolie in de slagaders die het oog (netvlies) van bloed voorzien, kan tot blindheid leiden. Als de slagaders volledig zijn afgesloten, kan deze blindheid blijvend zijn.
  • Een embolie in de nierslagaders kan pijn in de zij en onder aan de rug (lendenen) veroorzaken, terwijl er dan ook bloedsporen in de urine kunnen voorkomen (hematurie).
  • Een embolie in de beenslagaders gaat gewoonlijk gepaard met pijn in de voeten en kuiten. De tenen zien er dan veelal bleek of blauwachtig uit. Het aangetaste gebied kan bovendien gevoelloos zijn.

Diagnose van hersenembolie

CT-scans en kernspinresonantie (MRI) worden gebruikt om te bepalen waar de bloedtoevoer in een slagader door een embolus wordt afgesneden. Vooral MRI leent zich goed om op te sporen waar sprake is van afsterving van weefsel (infarct).

Speciale echografieën, zoals dopplerechografie van de halsslagader en duplexonderzoek, kunnen ook worden gedaan. Angiografie, waarbij röntgenfoto's van de bloedvaten worden gemaakt nadat er een contrastvloeistof is ingespoten, kan nuttige informatie opleveren als er een bloedvatoperatie nodig is na een beroerte.

Diagnose van longembolie

Het bloed wordt onderzocht om na te gaan of de samenstelling ervan is veranderd als gevolg van afsterven van weefsel in de longen (longinfarct).

Angiografie kan helpen de plaats te bepalen waar de bloedtoevoer in een slagader is afgesneden. Een ventilatie-perfusiescan is een onderzoek waarbij zowel de bloedsomloop als de stroom van de ademhalingslucht door de longen kan worden onderzocht. Echografie is een nuttig onderzoek bij het opsporen van diepe veneuze trombose, een veel voorkomende oorzaak van longembolie.

Met CT-scans en kernspinresonantie (MRI) wordt een duidelijk beeld verkregen van de longen. Deze onderzoeken helpen bij het stellen van een definitieve diagnose.

Diagnose van embolie in andere organen

Welke specifieke onderzoeken de arts laat doen, hangt af van het orgaan dat door de embolie is aangetast.

Diagnostische procedures als speciale röntgenfoto's, CT-scans en kernspinresonantie (MRI) zijn nuttig bij het opsporen van de plaats waar de bloedtoevoer in een slagader is afgesneden.

Speciale echocardiografieën als slokdarmechocardiografie kunnen helpen bij het opsporen van bloedstolsels afkomstig uit het hart, die de oorzaak van een embolie kunnen zijn.

Behandeling van trombo-embolie

Bij de behandeling van trombo-embolie worden middelen gebruikt die bloedstolling tegengaan (anticoagulantia) en middelen die bloedstolsels oplossen (thrombolytica).

Veel voorgeschreven anticoagulantia zijn onder andere heparine, coumarine en aspirine. Tegenwoordig wordt laagmoleculaire heparine voorgeschreven, dat minder kans op bijwerkingen, zoals bloedingen, met zich meebrengt dan andere anticoagulantia. Veel gebruikte thrombolytica zijn onder meer streptokinase, urokinase en weefselplasmogeenactivator (tPA). Deze middelen worden per injectie toegediend.

Als de bloedstroom plotseling ernstig wordt verstoord, kan intra-arteriële trombolyse nodig zijn om een bloedstolsel op te lossen. Bij deze behandelmethode worden thrombolytica in de betrokken slagader gespoten nadat de plaats waar deze is geblokkeerd door middel van arteriografie in beeld is gebracht. Bij arteriografie worden röntgenfoto's gemaakt van een slagader waar van tevoren een contrastvloeistof is ingespoten.

Chirurgische behandeling van embolie

Bij de chirurgische behandeling van een embolie worden operaties verricht als embolectomie (verwijdering van de embolus) en katheterisatie. Bij die laatste ingreep wordt de embolus verwijderd met behulp van een katheter (een dunne, flexibele buis) die in de verstopte slagader wordt ingebracht. Aan het begin van de katheter zit een ballonnetje dat wordt opgeblazen als het de embolus is gepasseerd. Vervolgens wordt de katheter langzaam teruggehaald, waarbij het bloedstolsel mee naar buiten wordt getrokken.

Behandeling van luchtembolie

Bij luchtembolie wordt de patiënt in de ligging van Trendelenburg geplaatst, waarbij het bekken hoger komt te liggen dan het hoofd. In deze houding kan de lucht zich verplaatsen naar de onderste helft van het lichaam. De patiënt wordt ook op de linkerzijde gelegd; zo wordt voorkomen dat er lucht komt in de longslagaders. Zuurstof wordt toegediend om ervoor te zorgen dat het zuurstofgehalte van het bloed niet te laag wordt (hypoxemie). In ernstige gevallen kan het nodig zijn een holle naald in de rechterboezem in te brengen om de lucht door die naald naar buiten te zuigen (aspireren). Als deze behandelmethode geen succes heeft, kan een openhartoperatie uitkomst bieden om de lucht uit het blootgelegde hart weg te zuigen.

Behandeling van vetembolie

Een vetembolie wordt behandeld door toediening van zuurstof, anticoagulantia als heparine en injectievloeistoffen als laagmoleculair dextran, een vloeistof die de doorstroming van bloed bevordert op plaatsen waar er sprake is van een trage bloedstroom.

Complicaties van embolie

De complicaties die bij een embolie optreden, zijn het gevolg van een verminderde of geheel afgesneden bloedtoevoer naar de organen of weefsels die door de betrokken slagader van bloed worden voorzien.

Een beroerte is een ernstige complicatie van een embolie in de hersenslagaders. Een embolie kan echter in elke willekeurige slagader optreden, waardoor het orgaan dat bloed ontvangt van die slagader, kan afsterven. Behalve de hersenen worden vooral de longen, de ogen, de nieren, de darmen en de benen getroffen door een embolie. Zonder snelle diagnose en onmiddellijke behandeling kan een embolie blijvende schade aan de weefsels toebrengen. In deze gevallen betekent een afsluiting dat er risico is van blijvend verlies van weefsel aan de stroomafwaartse kant van de afsluiting.

Een embolie in de darm betekent mogelijk de noodzaak tot verwijdering van een gedeelte van de darm, een embolie in een been kan verlies van (een deel van) dat been betekenen.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
www.hartstichting.nl

Informatie over trombose, embolie en infarcten
www.trombose.nl

Celebi, F., Balik, A.A., Yildirgan, M.I., et al, 2001, 'Thromboembolic prophylaxis after major abdominal surgery', Ulusal travma dergisi = Turkish Journal ofTrauma & Emergency Surgery, Jan. vol. 7, no. 1, pp. 44-8.

Cesaro, S., Paris, M., Corro, R., et al, 2002, 'Successful treatment of a katheter-related right atrial thrombosis with recombinant tissue plasminogen activator and heparin', Support Care Cancer, Apr. vol. 10, no. 3, pp. 253-5.

Derex, L., Nighoghossian, N., Perinetti, M., et al, 2001, 'Thrombolytic therapy in acute ischemic stroke patients with cardiac thrombus', Neurology, Dec. 11, vol. 57, no. 11, pp. 2122-5.

Jenkins, K., Chung, F., Wennberg, R., et al, 2002, 'Fat embolism syndrome and elective knee arthroplasty', Journal Canadien d'Anesthesie, Jan. vol. 49, no. 1, pp. 19-24.

Laskey, A.L., Dyer, C., Tobias, J.D., 2002, 'Venous air embolism during home infusion therapy', Pediatrics, Jan. vol. 109, no. 1, pp. E15.

Murie, J.A. 2000, 'Arterial disorders', in: Bailey & Love's short practice of surgery, eds, R.C.G. Russell, N.S. Williams & C.J.K. Bulstrode, Arnold, London.

Pitto, R.P., Koessler, M. 1999, 'The risk of fat embolism during cemented total hip replacement in the elderly patient', La Chirurgia Degli Organi di Movimento, Apr-Jun. vol. 84, no. 2, pp. 119-28.

Uflacker, R. 2001, 'Interventional therapy for pulmonary embolism,' Journal ofVascular and Interventional Radiology, Feb. vol. 12, no. 2, pp. 147-64.

Vesely, T.M. 2001,'Air embolism during insertion of central venous katheters' Journal of Vascular and Interventional Radiology, Nov., vol. 12, no. 11, pp. 1291-5.

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 21/04/2005

Disclaimer