Vaccinaties voor kinderen

Inleiding

Vaccins bieden bescherming tegen verschillende ziekten. Dankzij vaccinatie komen sommige ziekten, zoals mazelen of de bof, in de meeste ontwikkelde landen bijna niet meer voor. Nederland heeft sinds 1957 een Rijksvaccinatieprogramma (RVP), waarbij kinderen worden ingeënt tegen elf infectieziekten. Alle aanbevolen kindervaccinaties zijn gratis.

Afweersysteem

Iedere dag komen we in contact met virussen, bacteriën en andere ziekteverwekkers. Het lichaam heeft allerlei verdedigingsmechanismen, het afweersysteem of immuunsysteem genaamd, waardoor infecties en schade aan het lichaam worden voorkomen, Dit immuunsysteem bevat gespecialiseerde witte bloedcellen, lymfocyten, die antistoffen maken als een ‘lichaamsvreemde’ stof, zoals een virus, ons lichaam binnendringt. De antistoffen zijn eiwitten, die de 'vreemde' stoffen aanvallen en vernietigen. Het immuunsysteem onthoudt welke vreemde stof de reactie op gang bracht. Als die zelfde vreemde stof een volgende keer het lichaam binnendringt, komt er direct een krachtige afweerreactie op gang.
Tijdens de zwangerschap en door borstvoeding krijgen baby’s veel antistoffen van de moeder en hebben daardoor in die fase een natuurlijke weerstand. Deze bescherming verdwijnt na enkele maanden, maar tegelijkertijd begint het immuunsysteem van de baby zich te ontwikkelen.

Werking vaccins

Vaccinatie helpt het kind weerstand op te bouwen tegen een aantal belangrijke ziektes. Een vaccin bevat dode of onschadelijk gemaakte ziekteverwekkers. Zie ook immunisatie en vaccinatie. Door toediening hiervan in een vaccin wordt het afweersysteem gestimuleerd antistoffen te maken tegen deze ziekteverwekkers, bijvoorbeeld het mazelenvirus. Wanneer iemand daarna in contact komt met het echte virus, dan herkennen de reeds ontwikkelde antistoffen dit virus en wordt het snel onschadelijk gemaakt.

Toediening

Kort na de geboorte krijgt een kind een vaccinatieboekje met het vaccinatieschema en een aantal oproepkaarten. De vaccinaties worden op het consultatiebureau gegeven.
De meeste kindervaccinaties worden toegediend via een kleine injectie in de bovenarm, dij of bil. Kinderen krijgen meestal meerdere vaccins tegelijk. Voor het afweersysteem van het lichaam is dat geen probleem. Ook de combinatie van vaccins geeft niet meer of meer ernstige bijwerkingen dan apart toegediende vaccins. Omdat elke injectie een kans op bijwerkingen geeft, is het juist beter om meerdere vaccins te combineren in één prik.

Rijksvaccinatieprogramma

De vaccins die in Nederland aan alle kinderen worden aangeboden zijn:

  • DKTP tegen difterie, kinkhoest, tetanus, en polio;
  • BMR tegen bof, mazelen en rode hond;
  • Hib tegen Haemofilus influenzae type B;
  • MenC tegen hersenvliesontsteking door menigococcen type C;
  • Pneu, een vaccin tegen pneumokokkenziekten;
  • humaan papillomavirus (HPV) tegen baarmoederhalskanker.

Het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB bevat ook een vaccin tegen hepatitis B. Dit vaccin wordt aan kinderen met het syndroom van Down gegeven die geboren zijn op of na 1 januari 2008.

Ook pasgeborenen waarvan de moeder draagster is van hepatitis B of waarvan tenminste één van de ouders geboren is in een land waar hepatitis B veel voorkomt krijgen een hepatitis B vaccinatie aangeboden.

De eerste inentingen worden op de leeftijd van 2 maanden gegeven. Daarna volgen injecties bij 3, 4, 11 en 14 maanden en 4 en 9 jaar. Het HPV(humaan papillomavirus)-vaccin wordt vanaf september 2009 gegeven bij meisjes vanaf 12 jaar. Hierbij gaat het om drie injecties in een periode van een half jaar.

Werkingsduur

Sommige vaccins werken levenslang, andere moeten meer dan eens worden toegediend om de afweer te onderhouden. Daarom worden na de eerste inenting herhalingsinentingen gegeven, volgens het hierboven beschreven schema.

Bijwerkingen

De meeste kinderen hebben weinig tot geen last van de inenting. Soms wordt de plek van de injectie rood en zwelt deze enige tijd op en sommige kinderen krijgen lichte koorts. In zeer zeldzame gevallen vertonen kinderen een allergische reactie op het vaccin, maar bij een snelle behandeling zullen ze daar volledig van herstellen. Lees voor meer informatie over dit onderwerp de folder vaccinatie: bijwerkingen. Bij vragen, of wanneer u zich ongerust maakt, kunt u ook contact opnemen met het consultatiebureau of uw huisarts.

Wanneer niet vaccineren

Soms mag een vaccinatie tijdelijk of permanent niet gegeven worden, of slechts na speciale voorzorgsmaatregelen. Dit geldt als het kind:

  • hoge koorts heeft;
  • slecht reageerde op voorgaande vaccinaties;
  • een behandeling voor kanker ondergaat;
  • in het verleden last heeft gehad van toevallen (epilepsie) of van bloedingstoornissen;
  • aan een ziekte of aandoening lijdt die het immuunsysteem aantast, zoals een HIV-infectie;
  • immunosuppressiva gebruikt na een orgaantransplantatie.

Overleg in deze gevallen altijd met het consultatiebureau of met de huisarts.
Overgevoeligheid voor kippenei-eiwit is geen redenen om af te zien van vaccinatie of om de vaccinatie uit te stellen.

Meer informatie

Informatie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
www.vaccinatie.minvws.nl

Informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
www.rivm.nl

Informatie over het Rijksvaccinatieprogramma
www.rivm.nl/rvp/rijks_vp
www.nvi-vaccin.nl/?id=166

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 01/09/2011

Disclaimer

Baby

Baby zijn betekent afhankelijk zijn van liefdevolle zorg. Van voeding tot vaccinatie, VGZ geeft u advies en voorlichting over het welzijn en gezonde leefstijl van uw baby.