Doorliggen (decubitus)

Decubitus (ook doorliggen genoemd) is de beschadiging van de huid (en eventueel ook de onderliggende weefsels) die ontstaat ten gevolge van langdurig in dezelfde houding liggen of zitten. Door de druk van het lichaam op de onderlaag (bijvoorbeeld het matras) worden bloedvaatjes dichtgedrukt en sterft de huid uiteindelijk af.
Decubitus is een veelvoorkomende aandoening. Ongeveer 30 procent van de patiënten in verpleeghuizen heeft de aandoening, in ziekenhuizen en in de thuizorg ligt dit rond de 15 tot 20 procent.

Oorzaak

Bij het ontstaan van decubitus spelen een aantal factoren een rol. Dit zijn:

  • krachten op de huid
  • tijd
  • gevoeligheid van de huid
  • risicofactoren

Krachten op de huid
Krachten op de huid die kunnen leiden tot decubitus zijn:

  • Drukken
    De belangrijkste oorzaak van decubitus is druk op de huid. Druk ontstaat wanneer de huid op de onderlaag drukt. Wanneer een patiënt bijvoorbeeld op zijn rug in bed ligt, worden de hielen op de onderlaag gedrukt.
  • Wrijven
    Wrijving van de huid kan leiden tot decubitus. Wrijving ontstaat bijvoorbeeld wanneer een patiënt in bed ligt en de lakens onder hem worden rechtgetrokken door een ander. Ook een gipsverband geeft wrijving van de huid.
  • Schuiven
    Het over de onderlaag schuiven van de huid kan leiden tot decubitus. Wanneer een patiënt rechtop in bed zit, zakt hij langzaam onderuit waardoor de huid van de stuit over de onderlaag schuift.

Hoe groter de kracht op de huid is, hoe eerder er decubitus ontstaat. Krachten die op een klein gedeelte van de huid worden uitgeoefend, leiden eerder tot decubitus dan krachten die over een groter huidoppervlak verdeeld worden.
De druk- wrijf- en/of schuifkrachten leiden tot decubitus doordat ze bloedvaatjes dichtdrukken Door deze dichtgedrukte vaatjes kan geen of minder bloed stromen waardoor het gebied dat door deze vaatjes van bloed werd voorzien, beschadigt en begint af te sterven. Welke bloedvaatjes precies dichtgedrukt worden is afhankelijk van de soort kracht die op de huid wordt uitgeoefend. Druk leidt name tot dichtdrukken van de bloedvaatjes die de spieren en de huid van bloed voorzien. Bij wrijven en schuiven worden bloedvaatjes dichtgedrukt die alleen de huid van bloed voorzien. De decubitusplekken bij druk zijn daardoor meestal dieper (omdat ook de spieren te weinig bloed krijgen) dan bij wrijf- en schuifkrachten.

Tijd
Druk-, wrijf en/of schuifkrachten moeten gedurende langere tijd bestaan om te leiden tot decubitus. Hoe langer de krachten op de huid worden uitgeoefend, hoe eerder er decubitus zal ontstaan en hoe sneller deze zal verergeren.

Gevoeligheid van de huid
Bij het ontstaan van de decubitus speelt de gevoeligheid van de huid een rol. Hoe gevoeliger de huid, hoe eerder decubitus ontstaat. Bij het ouder worden neemt de gevoeligheid van de huid toe. Tijdens het normale verouderingsproces wordt de huid dunner en brozer. Daarnaast eten ouderen vaak slechter en is de doorbloeding van de huid vaak verminderd door vaatziekten (bijvoorbeeld atherosclerose) waardoor de huid sneller beschadigd en moeilijker geneest.
Incontinentie voor urine of langdurige diarree maken de huid eveneens kwetsbaarder. Door de inwerking van de urine en/of de ontlasting wordt de huid weker (maceratie) en beschadigt sneller.


Risicofactoren
Gezonde mensen liggen en zitten vaak een groot gedeelte van de dag maar ontwikkelen geen decubitus. Dat komt omdat deze mensen regelmatig van houding veranderen. De tijd dat er krachten op een gedeelte huid worden uitgeoefend zijn te kort om te leiden tot beschadiging. Decubitus ontstaat met name bij mensen die bedlegerig zijn of in een rolstoel zitten. Hun mogelijkheden om van houding te veranderen zijn beperkt en vaak hebben deze mensen de kracht of de mogelijkheden ook niet om zelf van houding te veranderen.
Mensen die (gedeeltelijk) verlamd zijn of een verminderd gevoel hebben, krijgen eveneens sneller decubitus. Patiënten met spastische aandoening ontwikkelen nogal eens decubitus ten gevolge van wrijving van de huid.

Verschijnselen

Decubitus ontstaat met name op plaatsen waar de huid vlak over bot loopt. Op deze plaats is relatief weinig kracht nodig om de bloedvaatjes tegen het bot dicht te drukken. Plaatsen waar decubitus vaak voorkomt zijn de hielen, de enkels, het stuitje en de billen.
De verschijnselen van decubitus worden in vier stadia verdeeld:
  • Stadium 1
    Op de huid zijn rode plekken zichtbaar die niet verdwijnen wanneer er op wordt gedrukt. Dit is te onderzoeken door een glas met de bodem op de rode plek te drukken. Trekt de rode kleur onder de bodem van het glas niet weg dan is er sprake van beginnende decubitus. Naast de gevoelige rode verkleuring kan de huid in dit stadium gezwollen (oedeem), verhard (induratie) of warmer zijn.
  • Stadium 2
    De huid wordt dunner en beschadigt. De plek kan er uitzien als een schaafwond en/of er kunnen één of meer blaren ontstaan.
  • Stadium 3
    De huid is kapot en er is een wond (ulcus) ontstaan. Vaak zijn de wonden rond of ovaal. Het binnenste gedeelte van de wond sterft af. De wond gaat niet dieper dan het bindweefselvlies dat onder de huid ligt.
  • Stadium 4
    De wond heeft zich verder in de diepte uitgebreid. Ook spieren, botten en pezen sterven af. De kans op een infectie is groot en dit leidt tot nog meer beschadiging. Grote stukken weefsels sterven af en er ontstaat letterlijk gaten in de huid.

Diagnose

De diagnose decubitus wordt gesteld aan de hand van een lichamelijk onderzoek. Er zijn geen verdere onderzoeken noodzakelijk.
Bij patiënten die een verhoogd risico lopen op decubitus wordt de huid (bij voorkeur) elke dag onderzocht op aanwezigheid van decubitus. Hierdoor kan de diagnose in een vroeg stadium worden gesteld.

Behandeling

De behandeling van decubitus is erop gericht de aandoening niet te laten verergeren en zo mogelijk te genezen. Het wegnemen van de oorzaak is daarin een eerste vereiste. Er moeten maatregelen genomen worden om de druk-, wrijf- of schuifkrachten op de huid te minimaliseren. De verdere behandeling van decubitus is afhankelijk van het stadium waarin de aandoening zich bevindt:
Stadium 1
De huid is nog intact en hoeft niet behandeld te worden.
Stadium 2
Op de huid kunnen blaren ontstaan. Deze worden afgedekt met gazen en eventueel leeggezogen. Wanneer de huid deels heeft losgelaten (schaafwond) worden verbandmiddelen gebruikt die de huid extra beschermen en die niet kunnen vastgroeien in de wond. De wondranden worden ingesmeerd met zinkolie.
Stadium 3 en 4
Er is een wond ontstaan in de huid. Deze wordt afgedekt met verbandmiddelen die de huid beschermen en die niet kunnen vastgroeien in de wond. Droge wonden wordt beschermd tegen uitdrogen en natte wonden worden drooggemaakt. Wanneer in de wond afgestorven weefsel (necrose) aanwezig is, wordt dit weggehaald. In de hiel wordt gewacht totdat het afgestorven weefsel vanzelf loslaat. Daarna wordt de wond gevuld met speciale verbandmiddelen die de groei van nieuw gezond weefsel (granulatieweefsel) in de wond bevorderen. De wondranden worden regelmatig ingesmeerd met zinkolie. De wond wordt zonodig ontsmet om infecties te voorkomen.

Preventie

In ziekenhuizen, verpleeghuizen en binnen de thuiszorg is er veel aandacht voor het voorkómen van decubitus. Van elke patiënt wordt een risico-inventarisatielijst bijgehouden. Dat is een lijst waarmee de kans op het ontstaan van decubitus wordt beoordeeld. Bij patiënten met een verhoogd risico op decubitus worden preventieve maatregelen genomen; dat zijn maatregelen om het ontstaan van decubitus zoveel mogelijk te voorkomen. Voorbeelden zijn:
  • Uitleg geven aan de patiënt
  • Anti-decubitusmaterialen gebruiken
    Er zijn diverse matrassen en stoelzittingen verkrijgbaar waarbij de druk gelijkmatig wordt verdeeld. De kans op decubitus wordt daardoor flink kleiner. Het zou ideaal zijn wanneer deze materialen standaard aanwezig zouden zijn in de bedden in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Momenteel worden ze met name gebruikt bij mensen die een verhoogd risico hebben op decubitus.
  • Wisselligging toepassen
    Bedlegerige patiënten worden elke twee à vier uur in een andere positie gelegd. De tijd dat de krachten op de huid worden uitgeoefend, is dan te kort om decubitus te veroorzaken.
  • Elke dag de huid onderzoeken op tekenen van decubitus
    Decubitus wordt zo in een vroeg stadium opgespoord waardoor de kans op genezing het grootst is.
  • Drukplekken op de hielen voorkomen
    Dit kan door een kussentje onder de onderbenen te leggen bij patiënten die op hun rug in bed liggen.
  • Decubitus op de stuit voorkomen
    Bij patiënten die op hun rug in bed liggen en hun hoofdeinde wat hoger hebben staan, wordt het matras onder de knieën ook hoger gezet. De patiënt kan nu niet meer onderuit zakken in bed.
  • Decubitus op de enkels voorkomen
    Bij patiënten die op hun zij liggen, kan een kussentje tussen de benen de druk op de enkels wegnemen.
  • Goede verplaatstechnieken gebruiken
    Bij een slechte verplaatstechniek van bijvoorbeeld de stoel naar het bed, schuift de patiënt over de onderlaag. Als dit veelvuldig gebeurt, kan decubitus ontstaan.
  • Bed goed opmaken
    De lakens moeten glad liggen en de dekens moeten niet te strak om de voeten zijn getrokken. Kreukels en een te strakke deken oefenen druk uit op de huid en kunnen leiden tot decubitus.
  • Ergotherapie
    Aanpassingen aan het bed of de rolstoel waardoor de druk wordt verdeeld, verkleinen de kans op decubitus.
  • Goede huidverzorging
    De oudere huid is kwetsbaar en broos. Het dagelijks insmeren van de huid verkleint de kans op decubitus. Bij incontinentie en diarree moet ervoor gezorgd worden dat de huid zo droog mogelijk blijft.
  • Goede voeding
    Goede voeding verkleint de kans op decubitus en bevordert het herstel. Uit recent onderzoek blijkt dat tijdelijke aanvulling van de voeding (onder andere extra calorieën) het herstel eveneens te bevorderen.

Meer informatie

www.nhg.artsennet/decubitus
Patiëntenbrief van het Nederlands Huisartsen Genootschap over preventie en behandeling van decubitus

Referenties

Richtlijn Decubitus, tweede herziening. Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO. Utrecht, 2002.

Standaard Decubitus. Nederlands Huisartsen Genootschap. Utrecht, 1999 (aangevuld 2004).


Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 17/01/2006

Disclaimer