Vanwege deze laatste doelstelling is het beleid primair ondergebracht bij het ministerie van VWS.
Om de gezondheid van de heroïnegebruiker te verbeteren en de gezondheid van zijn er in de afgelopen decennia harm reduction activiteiten onderdeel geworden van het officiële beleid, zoals:
Om overlast terug te dringen is de laatste jaren meer nadruk komen te liggen op drang en dwang. Er wordt steeds vaker drang uitgeoefend op verslaafden: Verslaafden die regelmatig met politie en justitie in aanraking komen, kunnen kiezen tussen behandeling of detentie. Sinds 2001 kan er ook dwang worden uitgeoefend door gebruik te maken van de Wet Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV). Verslaafden kunnen dan tot maximaal 2 jaar worden opgesloten en behandeld in een speciale justitiële inrichting.
Vooral door de toename van problemen met heroïne besloot Nederland in 1976 het beleid te veranderen. Dit leidde tot het huidige beleid met een scheiding tussen harddrugs en hasj en wiet (en andere middelen die op momenteel lijst II van de Opiumwet staan). Hiertoe werd in 1976 overgegaan om te voorkomen dat gebruikers van hasj en wiet in aanraking zouden komen met heroïne en andere harddrugs.