Dotterbehandeling en stentplaatsing

Inleiding

Een dotterbehandeling is een behandeling van vernauwde kransslagaders. De behandeling gebeurt met een dun flexibel slangetje (katheter) dat via de lies tot in het hart wordt gebracht. Aan het uiteinde van de katheter zit een ballonnetje dat wordt opgeblazen ter hoogte van de vernauwing.

Ook wordt een stent in de kransslagader geplaatst. Dit is een klein metalen, gaasvormig cilindertje, dat ervoor zorgt dat de kransslagader open blijft. Tegenwoordig worden stents gebruikt die geneesmiddelen afgeven. Zo wordt voorkomen dat de kransslagader opnieuw dichtslibt.

In de hartcentra in Nederland worden jaarlijks meer dan 38.000 dotterbehandelingen gedaan.

Toepassing

Een dotterbehandeling wordt toegepast bij mensen met ernstig vernauwde kransslagaders:

  • Angina pectoris. Als medicijnen onvoldoende helpen, kan een dotterbehandeling nodig zijn.
  • (Dreigend) hartinfarct. Als iemand met een hartinfarct wordt opgenomen in het ziekenhuis, wordt zo snel mogelijk geprobeerd om de kransslagader weer open te krijgen. Dit gebeurt vaak met een (spoed)dotterbehandeling.
Niet iedereen komt in aanmerking voor een dotter- en stentbehandeling. Een dotterbehandeling is bijvoorbeeld niet mogelijk als er meerdere kransslagaders zijn vernauwd (zogenaamd 3-takslijden). Of als er een ernstige vernauwing is van de hoofdtak van de linkerkransslagader. In deze gevallen is een bypassoperatie nodig.

Voorbereiding

Als er geen sprake is van een spoedbehandeling, wordt de patiënt op een wachtlijst gezet. De wachttijd varieert per hartcentrum. De wachttijden zijn hier te bekijken. De wachtperiode kan iemand gebruiken om in een zo goed mogelijke conditie te komen en, als dat van toepassing is, alvast te stoppen met roken.

De behandeling

De behandeling lijkt veel op een hartkatheterisatie. Eerst wordt de lies of pols plaatselijk verdoofd. Via de slagader in de lies of pols brengt de cardioloog een katheter tot in de kransslagader in. Via röntgenbeelden kan de cardioloog zien waar de katheter zit. Aan het uiteinde zit een ballonnetje met daaromheen de stent. Op de plek van de vernauwing blaast de cardioloog het ballonnetje op. Dit heft de vernauwing op.

De stent wordt in de vernauwde kransslagader achtergelaten. Deze zorgt er voor dat het bloedvat niet dichtklapt. De medicijnen die de stent afgeeft voorkomen een nieuwe vernauwing. Maar soms is het niet mogelijk om een stent te plaatsen.

De behandeling duurt normaal dertig minuten tot een uur. Het opblazen van de ballon kan een drukkend gevoel op de borst geven.

Na de behandeling

Een verpleegkundige drukt de wond in de lies of de pols een tijd stevig dicht en legt daarna een drukverband aan. Dit voorkomt een nabloeding uit de slagader. Soms kan de cardioloog de wond afsluiten met een soort parapluutje. Dan is een drukverband niet nodig.

De wond moet de eerste dagen ontzien worden. Het ziekenhuis geeft instructies mee. Meestal kan iemand de dag na een dotterbehandeling al weer naar huis.

Soms heeft een patiënt nog wat last van een zeurende pijn in de hartstreek. Maar het komt ook voor dat iemand zich na een dotterbehandeling meteen al veel fitter voelt. Voor verder lichamelijk en geestelijk herstel kan de cardioloog mensen verwijzen naar een hartrevalidatieprogramma . Na de operatie moet een patiënt bloedplaatjesremmers gebruiken: acetylsalicylzuur (‘aspirine’) en clopidogrel. Hoe lang deze moeten worden gebruikt, verschilt van patiënt tot patiënt.

Het is belangrijk om veranderingen in leefstijl door te voeren, zoals overstappen op gezonde voeding en stoppen met roken. Maar ook leren omgaan met stress en voldoende bewegen. Dit verlaagt het risico op nieuwe vernauwingen en op andere vaatziektes.

Complicaties

Een dotter- en stentbehandeling is een veilige ingreep. Het is net zo effectief als een bypassoperatie, maar minder ingrijpend. De kans op complicaties is erg klein, minder dan een procent. Bij een spoedbehandeling is het risico wat groter dan bij een geplande ingreep.
Mogelijke complicaties:

  • Stolseltjes die een bloedvat naar de hersenen afsluiten, met als gevolg een beroerte (herseninfarct).
  • Een scheurtje in de kransslagader.
  • Een hartinfarct.
  • Hartritmestoornissen.
  • Nabloeding uit de aanprikplaats.
  • Een infectie van de wond.
  • Een allergische reactie op de kleurstoffen die bij röntgenonderzoek worden gebruikt.
Op de langere termijn kan opnieuw een vernauwing op de plaats van de stent optreden.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
www.hartstichting.nl/hart_en_vaten/behandeling/behandeling_hart/dotter_stentbehandeling/

Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor de Cardiologie
www.nvvc.nl/richtlijnen/bestaande-richtlijnen

Hart- en vaatziektes in cijfers
www.hartstichting.nl/9800/13333/13374/hvz_in_nederland_2011

(Engelstalige) informatie op Medscape van WebMD (USA)
http://emedicine.medscape.com/article/161446-overview

Website van de Hart&Vaatgroep, van en voor mensen met een hart- of vaatziekte
www.hartenvaatgroep.nl/

Website van Hartpatiënten Nederland
www.hartpatienten.nl/

Bron: SJRI Copyright: Medicinfo Datum: 09/07/2013

Disclaimer